All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Ich will den Kreuzstab gerne tragen

BWV 56 uitgevoerd door Matthias Winckhler en de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Fabio Bonizzoni
Waalse Kerk, Amsterdam

Dirigent Fabio Bonizzoni vindt het koraal in deze cantate van een ongelooflijke schoonheid. “Ook al gaat het om weinig noten, ik kan me bijna niets mooiers voorstellen.”

Augenmusik

Tekst illustreren kan op veel manieren. Meestal gebeurt het hoorbaar, soms moet je de partituur ook echt zien.

Dit is een van de weinige cantates die Bach zelf ook zo noemde; op de partituur schreef hij ‘Cantata a Voce Sola e Stromenti’. En dat terwijl het eigenlijk geen echte solocantate is – aan het eind zingen vier zangers één van Bachs mooiste koralen. Wel speelt de bas duidelijk de hoofdrol. De lastige solopartij schreef Bach wellicht voor de rechtenstudent Johann Christoph Samuel Lipsius, voor wie hij later de cantate Ich habe genung componeerde.

De tekst – van een onbekende schrijver – is heel beeldend. Hij vergelijkt de moeilijkheden in het leven met het dragen van een kruis en een vaartocht over woest water. Een kolfje naar Bachs hand. Hij voorzag de tekst van passende muziek, waarbij je soms niet alleen je oren nodig hebt, maar ook je ogen. De eerste aria begint bijvoorbeeld met een stijgend motief, alsof de zanger het kruis daadwerkelijk oppakt. Maar er zit een addertje onder het gras. Precies op de eerste lettergreep van het woord ‘Kreuzstab’ wijkt Bach af van het in eerste instantie gemakkelijk zingbare lijntje. Ineens staat er een cis (een noot met een kruis als voorteken)  die je niet zou verwachten – echte ‘Augenmusik’, zeker omdat Bach het woord ‘Kreuzstab’ ook nog schreef als ‘Xstab’.

Het beeld van het schip op woeste zee onderstreept Bach met een golvende cellopartij, die tot rust komt als ook de golven bedaren. Dan volgt een opgewekte aria, eigenlijk een duet tussen hobo en bas, waaruit de zekerheid spreekt dat het lijden eens voorbij zal zijn. De lijnen zijn hier lang en virtuoos – voordat het juk wordt afgenomen is een lange adem nodig. Vóór het eenvoudige maar perfecte slotkoraal komt de clou van de eerste aria nog eens terug: “Da [in het beloofde land] leg ich den Kummer auf einmal ins Grab, da wischt mir die Tränen mein Heiland selbst ab.”


BWV
56

Titel
Ich will den Kreuzstab gerne tragen

Genre
cantate (solocantate)

Jaartal
1726

Stad
Leipzig

Tekstdichter
onbekend

Bestemming
negentiende zondag na Trinitatis

Eerste uitvoering
27 oktober 1726

Cast & Crew

publicatiedatum 1 mei 2015
opnamedatum 17 januari 2015
Locatie Waalse Kerk, Amsterdam
Dirigent en orgel Fabio Bonizzoni
bas Matthias Winckhler
sopraan Maria Keohane
alt Barnabás Hegyi
tenor Robert Buckland
viool 1 Shunske Sato, Pieter Affourtit, Anneke van Haaften
viool 2 Sayuri Yamagata, Paulien Kostense, Annelies van der Vegt
altviool Staas Swierstra, Jan Willem Vis
cello Lucia Swarts, Richte van der Meer
contrabas Robert Franenberg
hobo Martin Stadler, Peter Frankenberg, Yongcheon Shin
fagot Benny Aghassi
groot orgel Leo van Doeselaar
Productie concert Erik van Lith, Marco Meijdam
PRODUCTIE Frank van der Weij
CAMERAREGIE Joost Honselaar
DIRECTOR OF PHOTOGRAPHY Simon Aarden
CAMERA Simon Aarden, Ruben van den Broeke, Jorrit Garretsen, Benjamin Sparschuh, Indy Hamid
MONTAGE Joost Honselaar
MUZIEKOPNAME Leo de Klerk
LICHT Zen Bloot
PRODUCTIE-ASSISTENTIE Zoë de Wilde
PARTITUURCOACHING Niek Wijns
MAKE UP Marloes Bovenlander, Jamila el Bouch
CAMERA-ASSISTENT Izak de Dreu
Licht-assistent Jur Oster
Geluids-assistenten Jaap Firet, Jaap van Stenis, Bobby Verbakel
Muziekmontage en –mixage Leo de Klerk, Frank van der Weij
Muziekmontage en –mixage assistent Nina Kraszewska
Kleurcorrectie Jef Grosfeld
interview Gijs Besseling, Kasper Koudenburg
MET DANK AAN Nienke Meuleman

Vocale teksten

Origineel

1. Aria

Ich will den Kreuzstab gerne tragen,
er kömmt von Gottes lieber Hand,
der führet mich nach meinen Plagen
zu Gott, in das gelobte Land.
Da leg ich den Kummer
auf einmal ins Grab,
da wischt mir die Tränen
mein Heiland selbst ab.

2. Rezitativ

Mein Wandel auf der Welt
ist einer Schiffahrt gleich:
betrübnis, Kreuz und Not
sind Wellen, welche mich bedecken
und auf den Tod
mich täglich schrecken;
mein Anker aber, der mich hält,
ist die Barmherzigkeit,
womit mein Gott mich oft erfreut.
Der rufet so zu mir:
ich bin bei dir,
ich will dich nicht verlassen
noch versäumen!
Und wenn das wütenvolle Schäumen
sein Ende hat,
so tret ich aus dem Schiff in meine Stadt,
die ist das Himmelreich,
wohin ich mit den Frommen
aus vielem Trübsal werde kommen.

3. Aria

Endlich, endlich wird mein Joch
wieder von mir weichen müssen.
Da krieg ich in dem Herren Kraft,
da hab ich Adlers Eigenschaft,
da fahr ich auf von dieser Erden
und laufe sonder matt zu werden.
O gescheh es heute noch!

4. Rezitativ

Ich stehe fertig und bereit,
das Erbe meiner Seligkeit
mit Sehnen und Verlangen
von Jesus Händen zu empfangen.
Wie wohl wird mir geschehn,
wenn ich den Port der Ruhe werde sehn.
Da leg ich den Kummer
auf einmal ins Grab,
da wischt mir die Tränen
mein Heiland selbst ab.

5. Choral

Komm, o Tod, du Schlafes Bruder,
komm und führe mich nur fort;
löse meines Schiffleins Ruder,
bringe mich an sichern Port!
Es mag, wer da will, dich scheuen,
du kannst mich vielmehr erfreuen;
denn durch dich komm ich herein
zu dem schönsten Jesulein.


Vertaling

1. Aria

Graag wil ik de kruisstaf dragen,
hij komt uit de goede hand van God,
hij leidt mij na mijn leed
naar God in het beloofde land.
Daar draag ik alle bekommeringen
in een keer ten grave,
daar worden mijn tranen gedroogd
door de Heiland zelf.

2. Recitatief

Mijn leven op aarde
is als een scheepstocht:
de droefenis, bekommeringen en nood
zijn de golven die mij willen verslinden
en mij doodsangst aanjagen,
iedere dag opnieuw.
Maar het anker waaraan ik mij kan vasthouden, is de barmhartigheid,
waarmee mijn God mij vaak verblijdt.
Hij roept tot mij:
ik sta je bij,
ik zal je niet verlaten
of in de steek laten!
En als de woelige schuimkoppen
tot rust zijn gekomen,
dan ga ik van boord en betreed mijn stad,
die het hemelrijk is,
waar ik met de gelovigen
het tranendal achter mij kan laten.

3. Aria

Eindelijk, eindelijk zal het juk
mij weer worden afgenomen.
De Heer geeft mij kracht,
de sterkte van een adelaar,
ik ontstijg deze aarde
en loop zonder moe te worden.
O, als dat vandaag nog zou gebeuren!

4. Recitatief

Ik sta klaar en ben bereid,
mijn zalige erfenis
in hoop en verlangen
te ontvangen uit handen van Jezus.
Hoe goed zal het mij vergaan,
als ik de rustige haven tegemoet kan zien.
Daar draag ik alle bekommeringen
in een keer ten grave,
daar worden mijn tranen gedroogd
door de Heiland zelf.

5. Koraal

Kom, dood, broeder van de slaap,
kom en breng mij hier vandaan;
maak het roer van mijn scheepje los,
en breng mij naar een veilige haven!
Ook als anderen u schuwen,
ik kan me in u verheugen;
want door u kom ik terecht
bij het mooie Jezuskind.




Print

Deze werken vind je misschien ook mooi