All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Kommt, eilet und laufet

BWV 249 uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven
Waalse Kerk, Amsterdam

"Verdriet is omgedraaid in vreugde: Preis und Dank!"

PASEN EN EEN VERJAARDAG, BACH EN PICANDER WISTEN HET TE COMBINEREN

Vier Bijbelse personages maken hun entree, als ware het een paasspel.

Dit Oster-Oratorium (paasoratorium) klonk voor het eerst op eerste paasdag van het jaar 1725. Twee dagen eerder hadden de Leipziger gelovigen de Johannes-Passion gehoord, net als 1724. Met het slotkoor ‘Ruht wohl, ihr heiligen Gebeine’ waren ze huiswaarts gegaan, de Stille Zaterdag tegemoet. En toen, op zondagochtend, schalde als onmetelijk contrast een Sinfonia door de kerk met een glansrol voor drie trompetten en pauken. Voordat de zangers aan het woord komen, lijkt Bach nog Jezus’ sterven in de herinnering terug te roepen met een melancholiek Adagio in b klein voor solohobo en strijkers. Mogelijk is dit van oorsprong het langzame middendeel geweest van een verloren gegaan instrumentaal concert. Toen Bach het oratorium enkele jaren voor zijn dood nog een keer uitvoerde, liet hij de hobosolo door een traverso spelen, zoals ook in deze uitvoering.

In Bachs kerkmuziek is dit paasoratorium een uitzonderlijk werk in die zin dat de recitatieven en aria’s vier Bijbelse personages in de mond worden gelegd, als ware het een paasspel. Het zijn Maria Magdalena, Maria de moeder van Jacobus, Petrus en Johannes. De twee mannen spoeden zich naar het graf van Jezus, waar zij de twee vrouwen ontmoeten en zich samen met hen verblijden om Jezus’ verrijzenis. Omdat de protagonisten als sopraan, alt, tenor en bas een modelkwartet vormen, ligt het in de lijn der verwachting dat ook het vierstemmige slotkoor door niet meer dan deze vier zangers is gezongen.

Het eerste vocale deel, ‘Kommt eilet und laufet’, was oorspronkelijk een duet voor tenor en bas. Het zijn dus werkelijk Petrus en Johannes die zich hier naar het Heilig Graf spoeden. Bij de genoemde heruitvoering aan het eind van zijn leven zou Bach dit openingsduet omwerken tot een vierstemmig ‘koor’, waarbij het middengedeelte overigens als duet voor tenor en bas overeind bleef.

Het Oster-Oratorium kent ook een wereldlijke pendant, de verjaardagscantate Entfliehet, verschwindet, entweichet, ihr Sorgen die Bach in februari 1725 voor hertog Christian von Sachsen-Weißenfels schreef, slechts enkele weken voor de eerste uitvoering van de kerkelijke gedaante. Hier zijn het vier herders die de hertog komen feliciteren. De tekst voor deze feestcantate werd geschreven door Bachs favoriete librettist Christian Friedrich Henrici, alias Picander. Het is alleszins aannemelijk dat hij ook de tekst heeft geschreven voor de paasmuziek en deze gelijktijdig heeft aangeleverd, zodat Bach in één keer muziek kon componeren die bij beide gelegenheden dienst kon doen. De twee versies hadden uiteraard wel verschillende recitatieven nodig. In deze wereldlijke pendant is het slotdeel als ‘aria à quartetto’ omschreven, hetgeen bevestigt dat Bach hier de vier solozangers in gedachte had.


BWV
249

Titel
Kommt, eilet und laufet

bijnaam
Oster-Oratorium

Genre
oratoria en passies

Jaartal
1725 1732/35 1740/50

Stad
Leipzig

Tekstdichter
onbekend, waarschijnlijk Christian Friedrich Henrici (Picander)

Bestemming
eerste paasdag

Eerste uitvoering
1 april 1725

Bijzonder
Van dit oratorium bestaan drie versies. De eerste daarvan is een kerkelijke variant van de verloren gegane wereldlijke cantate Entfliehet, verschwindet, entweichet, ihr Sorgen. Het eerste deel stamt wellicht uit een verloren gegaan instrumentaal concert.

Cast & Crew

Publicatiedatum 21 april 2019
Opnamedatum 13 mei 2017
Locatie Waalse Kerk, Amsterdam
dirigent Jos van Veldhoven
sopraan Maria Keohane
alt Damien Guillon
tenor Thomas Hobbs
bas Sebastian Myrus
Ripiënisten sopraan Marjon Strijk, Kristen Witmer
Ripiënisten alt Marleene Goldstein, Barnabás Hegyi
Ripiënisten tenor Yves Van Handenhove, David Lee
Ripiënisten bas Drew Santini, Matthew Baker
viool 1 Shunske Sato, Anneke van Haaften, Annelies van der Vegt
viool 2 Sayuri Yamagata, Pieter Affourtit, Paulien Kostense
altviool Staas Swierstra, Jan Willem Vis
cello Lucia Swarts, Richte van der Meer
contrabas Hen Goldsobel
Traverso Marten Root, Doretthe Janssens
hobo Martin Stadler, Peter Frankenberg
Fagot Benny Aghassi
trompet Robert Vanryne, Fruzsina Hara, Mark Geelen
pauken Robert Kendell
orgel Leo van Doeselaar
klavecimbel Siebe Henstra
Regie en beeldmontage Bas Wielenga
Muziekopname Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt, Pim van der Lee
Audiomontage en -mix Guido Tichelman
Camera Jochem Timmerman, Thijs Struick, Martin Struijf
Licht Zen Bloot, Henry Rodgers, Patrick Galvin
Regieassistent Ferenc Soeteman
Beeldtechniek Robert-Jan Neijland
Settechniek Justin Mutsaers
Datahandling Jesper Blok
Projectmanager NEP Peter Ribbens
Interview Onno van Ameijde, Marloes Biermans
Productie concert Marco Meijdam, Imke Deters
Productie opname Jessie Verbrugh

Vocale teksten

Origineel

1. Sinfonia


2. Adagio


3. Chor

Kommt, eilet und laufet,
ihr flüchtigen Füsse,
erreichet die Höhle,
die Jesum bedeckt!
Lachen und Scherzen
begleitet die Herzen,
denn unser Heil ist auferweckt.

4. Rezitativ (Alt, Sopran, Tenor, Bass)

Maria Magdalena
O kalter Männer Sinn!
Wo ist die Liebe hin,
die ihr dem Heiland schuldig seid?
Maria Jacobi
Ein schwaches Weib muss
euch beschämen!
Petrus
Ach! ein betrübtes Grämen
Johannes
und banges Herzeleid
Petrus, Johannes
hat mit gesalznen Tränen
und wehmutsvollem Sehnen
Ihm eine Salbung zugedacht,
Zwei Maria’s
Die ihr, wie wir,
umsonst gemacht.

5. Arie (Sopran)

Maria Jacobi
Seele, deine Spezereien
sollen nicht mehr Myrrhen sein.
Denn allein
mit dem Lorbeerkranze prangen,
stillt dein ängstliches Verlangen.

6. Rezitativ (Tenor, Bass, Alt)

Petrus
Hier ist die Gruft
Johannes
Und hier der Stein,
der solche zugedeckt;
wo aber wird mein Heiland sein?
Maria Magdalena
Er ist vom Tode auferweckt!
Wir trafen einen Engel an,
der hat uns solches kundgetan.
Petrus
Hier seh ich mit Vergnügen
das Schweisstuch
abgewickelt liegen.

7. Arie (Tenor)

Petrus
Sanfte soll mein Todeskummer
nur ein Schlummer,
Jesu, durch dein Schweisstuch sein.
Ja, das wird mich dort erfrischen
und die Zähren meiner Pein
von den Wangen tröstlich wischen.

8. Rezitativ (Sopran, Alt)

Zwei Maria’s
Indessen seufzen wir
mit brennender Begier:
Ach, könnt es doch
nur bald geschehen,
den Heiland selbst zu sehen!

9. Arie (Alt)

Maria Magdalena
Saget, saget mir geschwinde,
saget, wo ich Jesum finde,
welchen meine Seele liebt!
Komm doch, komm, umfasse mich,
denn mein Herz ist ohne dich
ganz verwaiset und betrübt.

10. Rezitativ (Bass)

Johannes
Wir sind erfreut,
dass unser Jesus wieder lebt,
und unser Herz,
so erst in Traurigkeit
zerflossen und geschwebt,
vergisst den Schmerz
und sinnt auf Freudenlieder;
denn unser Heiland lebet wieder.

11. Chor

Preis und Dank
Bleibe, Herr, dein Lobgesang.
Höll' und Teufel sind bezwungen,
ihre Pforten sind zerstört;
jauchzet, ihr erlösten Zungen,
dass man es im Himmel hört.
Eröffnet, ihr Himmel,
die prächtigen Bogen,
der Löwe von Juda
kommt siegend gezogen!





Vertaling

1. Sinfonia


2. Adagio


3. Koor

Kom, haast je en ren,
snelle voeten,
ga naar de grot
die Jezus bedekt!
Gelach en gescherts
vergezelt de harten,
want ons heil is opgewekt!

4. Recitatief

Maria Magdalena
O, geest van koude mannen!
Waar is de liefde gebleven
die jullie de Heiland schuldig zijn?
Maria Jacobi
Een zwakke vrouw moet jullie
beschaamd doen staan!
Petrus
Ach, bedroefde smart
Johannes
en bange hartepijn
Petrus, Johannes
hebben hem met zilte tranen
en een weemoedig verlangen
een zalving toebedacht
Twee Maria’s
die jullie, net zoals wij,
voor niets hebben uitgevoerd.

5. Aria

Maria Jacobi
Ziel, jouw specerijen
moeten geen mirre meer zijn.
Want alleen
het pronken met de lauwerkrans
stilt je angstige verlangen.

6. Recitatief

Petrus
Hier is het graf
Johannes
en hier is de steen
die het graf heeft bedekt.
Maar waar is mijn Heiland?
Maria Magdalena
Hij is uit de dood opgewekt!
Wij troffen een engel aan,
die heeft het ons verteld.
Petrus
Hier zie ik vol vreugde
de zweetdoek
afgewikkeld liggen.

7. Aria

Petrus
Zachtjes zal het verdriet van mijn dood
slechts een sluimering zijn,
Jezus, door uw zweetdoek.
Ja, die zal mij daarginds verfrissen
en de tranen van mijn pijn
troostend van mijn wangen afwissen.

8. Recitatief

Twee Maria’s
Ondertussen zuchten wij
met brandend verlangen:
Ach, gebeurde het
nu maar snel
dat wij de Heiland zelf konden zien.

9. Aria

Maria Magdalena
Vertel, vertel mij haastig,
vertel waar ik Jezus kan vinden,
de geliefde van mijn ziel!
Kom toch, kom, omhels mij,
want mijn hart is zonder u
geheel verweesd en bedroefd.

10. Recitatief

Johannes
Wij zijn verheugd
dat onze Jezus weer leeft,
en ons hart,
dat zopas nog wegsmolt
en zweefde in droefheid
vergeet de smart
en denkt na over vreugdeliederen,
want onze Heiland leeft weer.

11. Koor

Mogen lof en dank
uw lofgezang blijven, Heer.
Hel en duivel zijn bedwongen,
hun poorten zijn verwoest.
Juich, o verloste tongen,
zodat het in de hemel te horen is.
Open je schitterende
poorten, o hemelen,
de leeuw van Juda
nadert zegevierend!




Print

Deze werken vind je misschien ook mooi