BWV 245

BWV 245

All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Johannes-Passion

BWV 245 uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven
Grote Kerk, Naarden

Jos van Veldhoven, Mieneke van der Velden en Angus McPhee over de bijzondere dramatische wendingen in de Johannes-Passion.

"Er is één aspect in de Johannes-Passion waarin Bach zichzelf overtreft en zijn tijd ver vooruit is." Jos van Veldhoven over leidmotieven.

Eersteling

In de korte koorstukken wordt veel geroepen en geschreeuwd.

In de Johannes-Passion zet Bach het lijdensverhaal van Jezus op muziek zoals dat verteld wordt in het bijbelboek Johannes. Hij voerde het stuk voor het eerst uit in de Vesperdienst van Goede Vrijdag (de vrijdag voor Pasen) in Leipzig. Het was de eerste passiemuziek die hij als cantor in Leipzig schreef.

libretto
Rode draad in de Johannes-Passion is de bijbeltekst die traditioneel op Goede Vrijdag gelezen wordt, Johannes 18 en 19. Jezus wordt gevangen, voor Kajafas en Pilatus geleid, veroordeeld, gekruisigd en sterft. De bijbeltekst wordt voorgedragen door de tenorsolist (de evangelist) en de verschillende rollen (Jezus, Pilatus, de discipelen, het volk) worden ingevuld door de andere zangers. Op sleutelmomenten voegde Bach bekende kerkliederen toe, die hij door het hele ensemble liet zingen en spelen. Voor de solo-aria’s gebruikte hij poëzie uit populaire passiebundels van Barthold Heinrich Brockes, Christian Weise en Christian Heinrich Postel.

minder menselijk
Het passieverhaal zoals dat wordt verteld in het evangelie van Johannes, verschilt van dat in de drie andere evangeliën – die van Matteüs, Lucas en Marcus. De nadruk ligt bij Johannes op de goddelijke afkomst van Jezus. Door het lijden heen blijft die goddelijke afkomst steeds een rol spelen, Jezus wordt nergens zo menselijk als in de andere evangeliën. Hij is niet bang en weet alles wat er gaat gebeuren, dus ook dat de kruisdood het einde niet zal zijn. Dit blijkt al meteen in het openingskoor: Christus wordt aangeroepen als ‘Herrscher dessen Ruhm in allen Landen herrlich ist’ . Dit in tegenstelling tot het openingskoor in de Matthäus-Passion waarin het gaat over het lam dat naar de slachtbank wordt gevoerd.

symboliek
Bach geeft met zijn muziek vaak een extra lading aan de tekst. Vrij directe tekstuitbeelding is te vinden in veel van de recitatieven, bijvoorbeeld als de evangelist vertelt hoe Jezus gegeseld wordt. Zowel in de zangpartij als in de begeleiding van het continuo wordt het geselen duidelijk hoorbaar gemaakt. In de aria ‘Ach mein Sinn’ wordt de onrust en de wroeging van Petrus ondersteund door de strijkers. De begeleiding is onstuimig en onrustig en de aria eindigt abrupt. In de korte koorstukken wordt veel geroepen, geschreeuwd en gescholden. Bach onderstreept in zijn muziek het geschreeuw en gejoel. In het koor ‘Bist du nicht’ bijvoorbeeld, zetten de stemmen steeds sneller en steeds korter na elkaar in, zodat het net lijkt of er steeds meer mensen gaan roepen.

symmetrie
Het koraal ‘Durch dein Gefängnis Gottes Sohn’ wordt wel gezien als het hart van de passie. Veel van de snelle tutti-koren die voor dit koraal gezongen zijn, komen erna weer terug, maar dan met een andere tekst en in omgekeerde volgorde (zoals bijvoorbeeld ‘Wir haben ein Gesetz’ – ‘Lässest du diesen los’ of ‘Sei gegrüßet’ – ‘Schreibe nicht’). Bovendien vat het koraal de essentie van de passie nog eens samen: ‘Durch dein Gefängnis Gottes Sohn, muss uns die Freiheit kommen’.

versies
Bach voerde de Johannes-Passion vaak uit. Meteen het jaar na de première, in 1725, klonk het stuk opnieuw. Om niet te veel in herhaling te vallen, herzag Bach de partituur ingrijpend. Hij verving bijvoorbeeld het openingskoor ‘Herr unser Herrscher’ door de koraalbewerking ‘O Mensch bewein dein Sünde groß’ (later gebruikt als slot van het eerste deel van de Matthäus-Passion). Ook verschillende aria’s werden geschrapt of vervangen. Bij latere uitvoeringen (1728?, 1732? en 1749) greep hij grotendeels terug op zijn eerste versie. Onze uitvoering is gebaseerd op die latere uitvoeringen.

over deze uitvoering
Voor deze uitvoering selecteerden we een cast met zangers onder de 35. Behalve de aanvoerders waren ook alle orkestleden jonger dan 35 jaar. Aan de concertreeks ging een traject met audities en masterclasses vooraf.


BWV
245

Titel
Passio secundum Johannem, Johannes-Passion

Genre
passie

Jaartal
1724/1725/1728?/1732?/1749

Stad
Leipzig

Tekstdichter
onbekend, tekst samengesteld uit Johannes 18 en 19, Matteüs 26:75 en 27:51-52, diverse koraalteksten en poëzie van Brockes, Weise en Postel

Bestemming
de vesperdienst van Goede Vrijdag in de Nicolaikirche in Leipzig

Eerste uitvoering
7 april 1724 in de Nicolaikirche

Bijzonder
Bach voerde de Johannes vaak uit, er bestaan verschillende versies.

Cast & Crew

release datum 23 maart 2018
opnamedatum 11 maart 2017
locatie Grote Kerk, Naarden
dirigent Jos van Veldhoven
Evangelist (tenor) Raphael Höhn
sopraan Myriam Arbouz, Maria Valdmaa (Maagd)
alt Daniël Elgersma, Marine Fribourg
tenor Gwilym Bowen, Guy Cutting (Dienaar)
bas Felix Schwandtke (Jezus), Drew Santini (Petrus), Angus Mc Phee (Pilatus)
ripiënisten sopraan Marta Paklar, Stephanie Pfeffer
ripiënisten alt Victoria Cassano McDonald, Carla Nahadi Babelegoto
ripiënisten tenor David Lee, Adriaan De Koster
ripiënist bas Felix Rumpf
Viool 1 Shunske Sato, Elise van der Wel, Lucia Giraudo, Justyna Skatulnik
Viool 2 Sayuri Yamagata, Matthea de Muijnck, Emily Deans, Noyuri Hazama
Altviool Staas Swierstra, Femke Huizinga, Annie Garlid
Cello Lucia Swarts, Anne-Linde Visser, Carlos Leal
Contrabas Robert Franenberg, Jesse Feves
Viola d'amore Matthea de Muijnck, Emily Deans
Viola da gamba Mieneke van der Velden
Traverso Marten Root, Aysha Wills
Hobo Martin Stadler, Rodrigo Lopez Paz
Fagot Vicente Beltran
Klavecimbel Teun Braken
Orgel Siebe Henstra
Theorbe Mike Fentross
Regie en beeldmontage Bas Wielenga
Muziekopname Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt, Pim van der Lee
Audiomontage en –mix Guido Tichelman
Camera Jochem Timmerman, Bart ten Harkel, Martin Struijf, Emiel Jansen
Licht Zen Bloot, Henry Rodgers, Patrick Galvin
partituurlezer Ferenc Soeteman
settechniek Justin Mutsaers
datahandling Jesper Blok
projectmanager NEP Peter Ribbens
Interview Onno van Ameijde, Marloes Biermans
productie concert Imke Deters, Marco Meijdam
productie opname Jessie Verbrugh
met dank aan Stichting Gieskes-Strijbis Fonds

Vocale teksten

Origineel

Erster Teil

1. Chor

Herr, unser Herrscher, dessen Ruhm
in allen Landen herrlich ist!
Zeig uns durch deine Passion,
dass du, der wahre Gottessohn,
zu aller Zeit,
auch in der grössten Niedrigkeit,
verherrlicht worden bist!


2. Rezitativ

Evangelist
Jesus ging mit seinen Jüngern
über den Bach Kidron,
da war ein Garte,
darein ging Jesus
und seine Jünger.
Judas aber, der ihn verriet,
wusste den Ort auch,
denn Jesus versammlete sich oft
daselbst mit seinen Jüngern.
Da nun Judas zu zich hatte genommen
die Schar und der Hohenpriester
und Pharisäer Diener,
kommt er dahin mit Fackeln,
Lampen und mit Waffen.
Als nun Jesus wusste alles,
was ihm begegnen sollte,
ging er hinaus und sprach zu ihnen:
Jezus
Wen suchet ihr?
Evangelist
Sie antworteten ihm:
Chor
Jesum von Nazareth.
Evangelist
Jesus spricht zu ihnen:
Jezus
Ich bin's.
Evangelist
Judas aber, der ihn verriet,
stund auch bei ihnen.
Als nun Jesus zu ihnen sprach:
Ich bin's, wichen sie zurücke
und fielen zu Boden.
Da fragete er sie abermal:
Jezus
Wen suchet ihr?
Evangelist
Sie aber sprachen:
Chor
Jesum von Nazareth.
Evangelist
Jesus antwortete:
Jezus
Ich hab's euch gesagt,
dass ich's sei,
suchet ihr denn mich,
so lasset diese gehen!

3. Choral

O grosse Lieb,
o Lieb ohn alle Masse,
die dich gebracht
auf diese Marterstrasse!
Ich lebte mit der Welt
in Lust und Freuden,
und du musst leiden.

4. Rezitativ

Evangelist
Auf dass das Wort erfüllet würde,
welches er sagte:
Ich habe der keine verloren,
die du mir gegeben hast.
Da hatte Simon Petrus ein Schwert
und zog es aus
und schlug nach des Hohenpriesters Knecht
und hieb ihm sein recht Ohr ab;
und der Knecht hiess Malchus.
Da sprach Jesus zu Petro:
Jezus
Stecke dein Schwert in die Scheide!
Soll ich den Kelch nicht trinken,
den mir mein Vater gegeben hat?

5. Choral

Dein Will gescheh, Herr Gott,
zugleichauf Erden wie im Himmelreich.
Gib uns Geduld in Leidenszeit,
gehorsam sein in Lieb und Leid;
wehr und steur allem Fleisch und Blut,
das wider deinen Willen tut!

6. Rezitativ

Evangelist
Die Schar aber
und der Oberhauptmann
und die Diener der Jüden
nahmen Jesum und bunden ihn
und führteten ihn aufs erste
zu Hannas,
der war Kaiphas Schwäher,
welcher des Jahres
Hoherpriester war.
Es war aber Kaiphas,
der den Juden riet,
es wäre gut, dass ein Mensch
würde umbracht für das Volk.

7. Arie (Alt)

Von den Stricken meiner Sünden
mich zu entbinden
wird mein Heil gebunden.
Mich von allen Lasterbeulen
völlig zu heilen,
lässt er sich verwunden.

8. Rezitativ

Evangelist
Simon Petrus aber folgete Jesus nach
und ein andrer Jünger.

9. Arie (Sopran I)

Ich folge dir gleichfalls
mit freudigen Schritten
und lasse dich nicht,
mein Leben, mein Licht.
Befördre den Lauf
und höre nicht auf,
selbst an mir zu ziehen,
zu schieben, zu bitten.

10. Rezitativ

Evangelist
Derselbige Jünger war
dem Hohenpriester bekannt
und ging mit Jesu hinein
in des Hohenpriesters Palast.
Petrus aber stund draussen für der Tür.
Da ging der andere Jünger,
der dem Hohenpriester bekannt war,
hinaus und redete
mit der Türhüterin
und führete Petrum hinein.
Da sprach die Magd,
die Türhüterin, zu Petro:
Magd
Bist du nicht dieses Menschen
Jünger einer?
Evangelist
Er sprach:
Petrus
Ich bin's nicht.
Evangelist
Es stunden aber die Knechte
und Diener und hatten
ein Kohlfeu'r gemacht (denn es war kalt)
und wärmeten sich.
Petrus aber stund bei ihnen
und wärmete sich.
Aber der Hohepriester fragte Jesus
um seine Jünger und um seine Lehre.
Jesus antwortete ihm:
Jezus
Ich habe frei, öffentlich geredet
für der Welt. Ich habe allezeit gelehret
in der Schule und in dem Tempel,
da alle Juden zusammenkommen,
und habe nichts im Verborgnen geredt.
Was fragest du mich darum?
Frage die darum,
die gehöret haben,
was ich zu ihnen geredet habe!
Siehe, dieselbigen wissen,
was ich gesaget habe.
Evangelist
Als er aber solches redete,
gab der Diener einer,
die dabeistunden,
Jesu einen Backenstreich und sprach:
Diener
Solltest du dem Hohenpriester
also antworten?
Evangelist
Jesus aber antwortete:
Jezus
Hab ich übel geredt,
so beweise es, dass es böse sei,
hab ich aber recht geredt,
was schlägest du mich?

11. Choral

Wer hat dich so geschlagen,
mein Heil, und dich mit Plagen
so übel zugericht'?
Du bist ja nicht ein Sünder
wie wir und unsre Kinder,
von Missetaten weisst du nicht.

Ich, ich und meine Sünden,
die sich wie Körnlein finden
des Sandes an dem Meer,
die haben dir erreget
das Elend, das dich schläget,
und das betrübte Marterheer.

12. Reztativ

Evangelist
Und Hannas sandte ihm gebunden
zu dem Hohenpriester Kaiphas.
Simon Petrus stund
und wärmete sich,
das sprachen sie zu ihm:
Chor
Bist du nicht seiner Jünger einer?
Evangelist
Er leugnete aber und sprach:
Petrus
Ich bin's nicht.
Evangelist
Spricht des Hohenpriesters
Knecht' einer,
ein Gefreundter des,
dem Petrus das Ohr abgehauen hatte:
Diener
Sahe ich nicht
im Garten bei ihm?
Evangelist
Da verleugnete Petrus abermal,
und alsobald krähete der Hahn.
Da gedachte Petrus
an die Worte Jesu
und ging hinaus
und weinete bitterlich.

13. Arie (Tenor)

Ach, mein Sinn,
wo willt du endlich hin,
wo soll ich mich erquicken?
Bleib ich hier,
oder wünsch ich mir
Berg und Hügel auf den Rücken?
Bei der Welt ist gar kein Rat,
und im Herzen
stehn die Schmerzen
meiner Missetat,
weil der Knecht
den Herrn verleugnet hat.

14. Choral

Petrus, der nicht denkt zurück,
seinen Gott verneinet,
der doch auf ein' ernsten Blick
bitterlichen weinet.
Jesu, blicke mich auch an,
wenn ich nicht will büssen;
wenn ich Böses hab getan,
rühre mein Gewissen!

Zweiter Teil

15. Choral

Christus, der uns selig macht,
kein Bös' hat begangen,
der ward für uns in der Nacht
als ein Dieb gefangen,
geführt für gottlose Leut
und fälschlich verklaget,
verlacht, verhöhnt, und verspeit,
wie denn die Schrift saget.

16. Rezitativ

Evangelist
Da führeten sie Jesum von Kaiphas
vor das Richthaus,
und es war frühe.
Und sie gingen nicht in das Richthaus,
auf dass sie nicht
unrein würden,
sondern Ostern
essen möchten.
Da ging Pilatus zu ihnen heraus
und sprach:
Pilatus 
Was bringet ihr für Klage
wider diesen Menschen?
Evangelist
Sie antworteten und sprachen zu ihm:
Chor
Wäre dieser nicht ein Übeltäter,
wir hätten dir ihn nicht überantwortet.
Evangelist
Da sprach Pilatus zu ihnen:
Pilatus
So nehmet ihr ihn hin und
richtet ihn nach eurem Gesetze!
Evangelist
Da sprachen die Jüden zu ihm:
Chor
Wir dürfen
niemand töten.
Evangelist
Auf dass erfüllet würde das Wort Jesu,
welches er sagte, da er deutete,
welches Todes er sterben würde.
Da ging Pilatus wieder hinein
in das Richthaus und rief Jesu
und sprach zu ihm.
Pilatus
Bist du der Jüden König?
Evangelist
Jesus antwortete:
Jezus
Redest du das von dir selbst,
oder habens dir andere
von mir gesagt?
Evangelist
Pilatus antwortete:
Pilatus
Bin ich ein Jüde? Dein Volk
und die Hohenpriester
haben dich mir überantwortet;
was hast du getan?
Evangelist
Jesus antwortete:
Jezus
Mein Reich ist nicht von dieser Welt;
wäre mein Reich
von dieser Welt,
meine Diener würden darob kämpfen,
dass ich den Jüden nicht
überantwortet würde;
aber nun ist mein Reich
nicht von dannen.

17. Choral

Ach grosser König,
gross zu allen Zeiten,
Wie kann ich gnugsam
diese Treu ausbreiten?
Keins Menschen Herzer
mag indes ausdenken,
was dir zu schenken.

Ich kann's mit meinen
Sinnen nicht erreichen,
womit doch dein
Erbarmen zu vergleichen.
Wie kann ich dir denn
deine Liebestaten
im Werk erstatten?

18. Rezitativ

Evangelist
Da sprach Pilatus zu ihm:
Pilatus
So bist du dennoch ein König?
Evangelist
Jesus antwortete:
Jezus
Du sagst's, ich bin ein König.
Ich bin dazu geboren
und in die Welt kommen,
dass ich die Wahrheit
zeugen soll.
Wer aus der Wahrheit ist,
der höret meine Stimme.
Evangelist
Spricht Pilatus zu ihm:
Pilatus
Was ist Wahrheit?
Evangelist
Und da er das gesaget,
ging er wieder hinaus
zu den Jüden
und spricht zu ihnen:
Pilatus
Ich finde keine Schuld an ihm.
Ihr habt aber eine Gewohnheit,
dass ich euch einen losgebe;
wollt ihr nun, dass ich euch
der Jüden König losgebe?
Evangelist
Da schrieen sie wieder
allesamt und sprachen:
Chor
Nicht diesen, diesen nicht,
sondern Barrabam!
Evangelist
Barrabas aber war ein Mörder.
Da nahm Pilatus Jesus
und geisselte ihn.

19. Arioso (Bas)

Betrachte, meine Seel,
mit ängstlichem Vergnügen,
mit bittrer Lust
und halb beklemmtem Herzen
dein höchstes Gut
in Jesu Schmerzen,
wie dir auf Dornen,
so ihn stechen,
die Himmelsschlüsselblumen blühn!
Du kannst viel süsse Frucht
von seiner Wermut brechen,
drum sieh ohn Unterlass auf ihn!

20. Aria (Tenor)

Erwäge, wie sein blutgefärbter Rücken
in allen Stücken
dem Himmel gleiche geht,
daran, nachdem die Wasserwogen
von unsrer Sündflut sich erzogen,
der allerschönsten Regenbogen
als Gottes Gnadenzeichen steht!

21. Rezitativ

Evangelist
Und die Kriegsknechte flochten
eine Kronen von Dornen
und satzten sie auf sein Haupt
und legten ihm ein Purpurkleid an
und sprachen:
Chor
Sei gegrüsset, lieber Jüdenkönig!
Evangelist
Und gaben ihm Backenstreiche.
Da ging Pilatus wieder heraus
und sprach zu ihnen:
Pilatus
Sehet, ich führe ihn heraus zu euch,
dass ihr erkennet,
dass ich keine Schuld an ihm finde.
Evangelist
Also ging Jesus heraus
und trug eine Dornenkrone
und Purpurkleid.
Und er sprach zu ihnen:
Pilatus
Sehet, welch ein Mensch!
Evangelist
Da ihn die Hohenpriester
und die Diener sahen,
schrieen sie und sprachen:
Chor
Kreuzige, kreuzige!
Evangelist
Pilatus sprach zu ihnen:
Pilatus
Nehmet ihr ihn hin und kreuziget ihn;
denn ich finde keine Schuld an ihm!
Evangelist
Die Jüden antworteten ihm:
Chor
Wir haben ein Gesetz,
und nach dem Gesetz soll er sterben;
denn er hat sich selbst
zu Gottes Sohn gemacht.
Evangelist
Da Pilatus das Wort hörete,
fürchtet' er sich noch mehr
und ging wieder hinein
in das Richthaus und spricht zu Jesu:
Pilatus
Von wannen bist du?
Evangelist
Aber Jesus gab ihm keine Antwort.
Da sprach Pilatus zu ihm:
Pilatus
Redest du nicht mit mir?
Weissest du nicht, dass ich Macht habe,
dich zu kreuzigen,
und Macht habe, dich loszugeben?
Evangelist
Jesus antwortete:
Jezus
Du hättest keine Macht über mich,
wenn sie dir nicht wäre
von oben herab gegeben;
darum, der mich dir überantwortet hat,
der hat's gröss're Sünde.
Evangelist
Von dem an trachtete Pilatus,
wie er ihn losliesse.

22. Choral

Durch dein Gefängnis, Gottes Sohn,
muss uns die Freiheit kommen;
dein Kerker ist der Gnadenthron,
die Freistatt aller Frommen;
denn gingst du nicht die Knechtschaft ein,
müsst unsre Knechtschaft ewig sein.

23. Rezitativ

Evangelist
Die Jüden aber schrieen und sprachen:
Chor
Lässest du diesen los,
so bist du des Kaisers Freund nicht;
denn wer sich zu Könige machet,
der ist wider den Kaiser.
Evangelist
Da Pilatus das Wort hörete,
führete er Jesum heraus
und satzte sich auf den Richtstuhl,
an der Stätte, die da heisset:
Hochpflaster, auf Ebräisch aber: Gabbatha.
Es war aber der Rüsttag in Ostern
um die sechste Stunde,
und er spricht zu den Jüden:
Pilatus
Sehet, das ist euer König!
Evangelist
Sie schrieen aber:
Chor
Weg, weg mit dem,
kreuzige ihn!
Evangelist
Spricht Pilatus zu ihnen:
Pilatus
Soll ich euren König kreuzigen?
Evangelist
Die Hohenpriester antworteten:
Chor
Wir haben keinen König
denn den Kaiser.
Evangelist
Da überantwortete er ihn,
dass er gekreuziget würde.
Sie nahmen aber Jesum
und führeten ihn hin.
Und er trug sein Kreuz
und ging hinaus zur Stätte,
die da heisset Schädelstätt,
welche heisset auf Ebräisch: Golgatha.

24. Arie (Bass, Chor)

Eilt, ihr angefochtnen Seelen,
geht aus euren Marterhöhlen,
eilt - Wohin?
nach Golgatha!
Nehmet an des Glaubens Flügel,
flieht - Wohin?
zum Kreuzeshügel,
eure Wohlfahrt blüht allda!

25. Rezitativ

Evangelist
Allda kreuzigten sie ihn,
und mit ihm zween andere
zu beiden Seiten,
Jesum aber mitten inne.
Pilatus aber schrieb eine Überschrift
und satzte sie auf das Kreuz,
und war geschrieben:
‘Jesus von Nazareth,
der Jüden König’.
Diese Überschrift lasen viel Jüden,
denn die Stätte war nahe bei der Stadt,
da Jesus gekreuziget is.
Und es war geschrieben auf ebräische,
griechische und lateinische Sprache.
Da sprachen die Hohenpriester
der Jüden zu Pilato:
Chor
Schreibe nicht:
der Jüden König,
sondern dass er gesaget habe:
Ich bin der Jüden König.
Evangelist
Pilatus antwortet:
Pilatus
Was ich geschrieben habe,
das habe ich geschrieben.

26. Choral

In meines Herzens Grunde
dein Nam und Kreuz allein
funkelt all Zeit und Stunde,
drauf kann ich fröhlich sein.
Erschein mir in dem Bilde
zu Trost in meiner Not,
wie du, Herr Christ, so milde
Dich hast geblut' zu Tod!

27. Rezitativ

Evangelist
Die Kriegsknechte aber,
da sie Jesum gekreuziget hatten,
nahmen seine Kleider
und machten vier Teile,
einem jeglichen Kriegesknechte sein Teil,
dazu auch den Rock.
Der Rock aber war ungenähet,
von oben an gewürket durch und durch.
Da sprachen sie untereinander:
Chor
Lasset uns den nicht zerteilen,
sondern darum losen, wes er sein soll.
Evangelist
Auf dass erfüllet würde die Schrift,
die da saget:
‘Sie haben meien Kleider unter sich geteilet
und haben über meinen Rock
das Los geworfen’.
Solches taten die Kriegesknechte.
Es stund aber bei dem Kreuze Jesu
seine Mutter und seiner Mutter Schwester,
Maria, Kleophas Weib,
und Maria Magdalena.
Da nun Jesu seine Mutter sahe
und den Jünger dabei stehen,
den er lieb hatte,
spricht er zu seiner Mutter:
Jezus
Weib, siehe, das ist dein Sohn!
Evangelist
Darnach spricht er zu dem Jünger:
Jezus
Siehe, das ist deine Mutter!

28. Choral

Er nahm alles wohl in acht
in der letzten Stunde,
seine Mutter noch bedacht,
setzt ihr ein' Vormunde.
O Mensch, mache Richtigkeit,
Gott und Menschen liebe,
stirb darauf ohn alles Leid,
und dich nicht betrübe!

29. Rezitativ

Evangelist
Und von Stund an
nahm sie der Jünger zu sich.
Darnach, als Jesus wusste,
dass schon alles vollbracht war,
dass die Schrift erfüllet würde,
spricht er:
Jezus
Mich dürstet!
Evangelist
Da stund ein Gefässe voll Essigs.
Sie fülleten aber einen Schwamm
mit Essig und legten ihn
um einen Isopen,
und hielten es ihm dar zum Munde.
Da nun Jesus den Essig
genommen hatte, sprach er:
Jezus
Es ist vollbracht!

30. Arie (Alt)

Es ist vollbracht!
O Trost vor die gekränkten Seelen!
Die Trauernacht
lässt nun die letzte Stunde zählen.
Der Held aus Juda siegt mit Macht
und schliesst den Kampf.
Es ist vollbracht!

31. Rezitativ

Evangelist
Und neiget das Haupt
und verschied.

32. Arie (Bass) und Choral

Mein teurer Heiland, laß dich fragen,
Jesu, der du warest tot,
da du nunmehr ans Kreuz geschlagen
und selbst gesagt:
Es ist vollbracht,
lebest nun ohn Ende,
bin ich vom Sterben frei gemacht?
in der letzten Todesnot
nirgend mich hinwende
Kann ich durch deine Pein und Sterben
das Himmelreich ererben?
Ist aller Welt Erlösung da?
als zu dir, der mich versühnt,
o du lieber Herre!
Du kannst vor Schmerzen
zwar nichts sagen;
Gib mir nur, was du verdient,
doch neigest du das Haupt
und sprichst stillschweigend: ja.
mehr ich nicht begehre!

33. Rezitativ

Evangelist
Und siehe da
der Vorhang im Tempel
zerriß in zwei Stück
von oben an bis unten aus.
Und die Erde erbebete,
und die Felsen zerrissen,
und die Gräber täten sich auf,
und stunden auf
viele Leiber der Heiligen.

34. Arioso (Tenor)

Mein Herz, in dem die ganze Welt
bei Jesu Leiden gleichfalls leidet,
die Sonne sich in Trauer kleidet,
der Vorhang reißt, der Fels zerfällt,
die Erde bebt, die Gräber spalten,
weil sie den Schöpfer sehn erkalten,
was willst du deines Ortes tun?

35. Arie (Sopran)

Zerfließe, mein Herze,
in Fluten der Zähren
dem Höchsten zu Ehren!
Erzähle der Welt
und dem Himmel die Not:
dein Jesus ist tot!

36. Rezitativ

Evangelist
Die Jüden aber,
dieweil es der Rüsttag war,
daß nicht die Leichname am Kreuze
blieben den Sabbat über
(denn desselbigen Sabbats Tag
war sehr groß),
baten sie Pilatum,
daß ihre Beine gebrochen
und sie abgenommen würden.
Da kamen die Kriegsknechte
und brachten dem ersten
die Beine
und dem andern,
der mit ihm gekreuziget war.
Als sie aber zu Jesu kamen,
da sie sahen,
daß er schon gestorben war,
brachen sie ihm die Beine nicht;
sondern der Kriegsknechte einer
eröffnete seine Seite mit einem Speer,
uns alsobald ging Blut
und Wasser heraus.
Und der das gesehen hat,
der hat es bezeuget,
und sein Zeugnis ist wahr,
und derselbige weiß,
daß er die Wahrheit saget,
auf dass ihr gläubet.
Denn solches ist geschehen,
auf daß die Schrift erfüllet würde:
‘Ihr sollet ihm kein Bein
zerbrechen’.
Und abermal spricht eine andere Schrift:
‘Sie werden sehen,
in welchen sie gestochen haben’.

37. Choral 

O hilf, Christe, Gottes Sohn,
durch dein bitter Leiden,
daß wir dir stets untertan
all unzugend meiden,
deinen Tod und sein Ursach
fruchtbarlich bedenken,
dafür, wiewohl arm und schwach,
dir Dankopfer schenken!

38. Rezitativ

Evangelist
Darnach bat Pilatum Joseph von Arimathia,
der ein Jünger Jesu War
(doch heimlich aus Furcht vor der Jüden),
daß er möchte abnehmen
den Leichnam Jesu.
Und Pilatus erlaubete es.
Derowegen kam er und nahm
den Leichnam Jesu herab.
Es kam aber auch Nikodemus,
der vormals bei der Nacht
zu Jesu kommen war,
und brachte Myrrhen und Aloen
untereinander, bei hundert Pfunden.
Da nahmen sie den Leichnam Jesu
und bunden ihn in leinen Tücher
mit Spezereien, wie die Jüden
pflegen zu begraben.
Es war aber an der Stätte,
da er gekreuziget ward, ein Garte,
und im Garten ein neu Grab,
in welches niemand je gelegt war.
Daselbst hin legten sie Jesum,
um des Rüsttags willen der Jüden,
dieweil das Grab nahe war.

39. Chor

Ruht wohl, ihr heiligen Gebeine,
die ich nun weiter nicht beweine,
ruht wohl
und bringt auch mich zur Ruh!
Das Grab, so euch bestimmet ist
und ferner keine Not umschließt,
macht mir den Himmel auf
und schließt die Hölle zu.

40. Choral

Ach Herr, laß dein lieb Engelein
am letzten End die Seele mein
in Abrahams Schoß tragen,
den Leib in seim Schlafkämmerlein
gar sanft ohn einge Qual und Pein
ruhn bis am jüngsten Tage!
Alsdenn vom Tod erwecke mich,
daß meine Augen sehen dich
in aller Freud, o Gottes Sohn,
mein Heiland und Genadenthron!
Herr Jesu Christ, erhöre mich,
ich will dich preisen ewiglich!



Vertaling



1. Koor

Heer, onze Koning, gij wiens roem
in alle landen heerlijk is!
Toon ons hoe, door uw lijden heen,
o zoon van God, met de Vader één,
in alle ding,
ook in de diepste vernedering,
steeds machtiger straalt
uw goddelijke licht.

2. Recitatief

Evangelist
Jezus ging met zijn leerlingen,
naar de overkant van de beek Kedron.
Daar was een boomgaard
die hij met zijn leerlingen
binnenging.
Maar ook Judas, die hem zou overleveren,
kende deze plaats,
omdat Jezus er dikwijls met zijn leerlingen
was samengekomen.
Zo kwam Judas daarheen
met de afdeling soldaten en met dienaars
van de hogepriesters en Farizeeën,
voorzien van lantaarns, fakkels
en wapens.
Jezus die alles wist,
wat over hem ging komen,
trad naar voren en zei tot hen:
Jezus
Wie zoekt gij?
Evangelist
Zij antwoordden hem:
Koor
Jezus, de Nazoreeër.
Evangelist
Jezus zei hun:
Jezus
Dat ben ik.
Evangelist
Ook Judas, zijn verrader,
bevond zich bij hen.
Nauwelijks had Jezus hun gezegd:
Dat ben ik, of zij weken achteruit
en vielen op de grond.
Nog eens vroeg hij hen:
Jezus
Wie zoekt gij?
Evangelist
Zij zeiden:
Koor
Jezus, de Nazoreeër.
Evangelist
Jezus antwoordde:
Jezus
Ik heb u gezegd,
dat ik het ben.
Als gij mij zoekt,
laat deze mensen dan gaan.

3. Koraal

O, grote liefde,
in kracht niet te bedwingen,
die u gebracht heeft
deze martelingen!
De wereld was voor mij
plaats van verblijden,
gij moet er lijden!

4. Recitatief

Evangelist
Vervuld moest worden
wat hij gezegd had:
niemand van hen, die gij mij gegeven
hebt, liet ik verloren gaan.
Maar Simon Petrus had een zwaard bij zich,
hij trok het en verwondde daamee
de knecht van de hogepriester
door hem het rechter oor af te slaan.
De naam van die knecht was Malchus.
Jezus echter sprak tot Petrus:
Jezus
Steek het zwaard in de schede,
zou ik de beker niet drinken
die mijn vader mij gegeven heeft?

5. Koraal

Op aarde geschiede uw wil, gelijk,
o God, ook in uw hemelrijk:
geef ons in lijden duldzaamheid,
ons leven zij door u geleid,
wees sterker dan ons vlees en bloed,
dat uit zichzelf uw wil niet doet.

6. Recitatief

Evangelist
De afdeling
van de bevelhebber
en de dienaars van de Joden
grepen toen Jezus vast, boeiden hem
en brachten hem eerst
naar Annas.
Deze was namelijk
de schoonvader van Kajafas,
die dat jaar hogepriester was,
dezelfde Kajafas
die aan de Joden de raad gegeven had:
het is beter dat er één mens
sterft voor het volk.

7. Aria

Om van de strikken van mijn zonden
mij los te binden,
wordt mijn heil gebonden;
om van het gezwel van ’t boze
mij te genezen,
laat hij zich verwonden.

8. Recitatief

Evangelist
Simon Petrus en nog een andere leerling
volgden Jezus.

9. Aria

Ook ik wil u volgen,
verheugd gaan mijn voeten,
naar u steeds gericht,
mijn leven, mijn licht,
maak krachtig mijn loop,
houd levend mijn hoop
door zelf mij te lokken,
te wenken, te roepen.

10. Recitatief

Evangelist
Die dienaar nu
was een bekende van de hogepriester,
en zo ging hij tegelijk met Jezus
het paleis van de hogepriester binnen,
terwijl Petrus buiten de poort bleef staan.
Die andere leerling,
de bekende van de hogepriester,
kwam naar buiten,
sprak met de portierster
en bracht Petrus naar binnen.
Het meisje dat bij de poort stond, vroeg Petrus:
Maagd
Ben jij ook niet een van de
leerlingen van die man?
Evangelist
Hij zei:
Petrus
Welneen!
Evangelist
Omdat het koud was,
hadden de knechten en dienaars
een houtskoolvuur aangelegd
en stonden zich te warmen.
Ook Petrus stond bij hen
en warmde zich.
De hogepriester ondervroeg Jezus
over zijn leerlingen en zijn leer.
Jezus antwoordde hem:
Jezus
Ik heb openlijk tot de wereld gesproken.
Ik heb altijd onderricht gegeven
in een synagoge of tempel,
waar de Joden bijeenkomen, en er is
niets wat ik in het geheim heb gesproken.
Waarom ondervraagt gij mij?
Ondervraag de mensen
die gehoord hebben
wat ik hun heb verkondigd.
Die weten goed
wat ik hun heb gezegd.
Evangelist
Op dit woord gaf een van
de dienaars die naast hem stond,
Jezus een klap in het gezicht
en voegde hem toe:
Dienaar
Antwoordt gij zo
de hogepriester?
Evangelist
Jezus antwoordde hem:
Jezus
Indien ik iets verkeerds gezegd heb,
verklaar dan wat er verkeerd in was;
maar indien het goed was,
waarom slaat gij mij?

11. Koraal

Wie heeft u zo geslagen,
mijn heil, en u met plagen
naar lijf en ziel bezocht?
gij hebt toch niets misdreven,
als wij ons hele leven,
aan ’t kwaad hebt gij u niet verkocht.

Ik, ik en al mijn zonden,
als zandkorrels gevonden
aan de oever van de zee,
die hebben u veroorzaakt
het lijden dat gij door gaat
met alle martelaren mee.

12. Recitatief

Evangelist
Daarop zond Annas hem geboeid
naar de hogepriester Kajafas.
Simon Petrus stond
zich te warmen
toen iemand hem vroeg:
Koor
Ben jij ook niet een van zijn leerlingen?
Evangelist
Hij ontkende het en zei:
Petrus
Welneen.
Evangelist
Maar een van de knechten
van de hogepriester,
een bloedverwant van de man
van wie Petrus het oor had afgeslagen, zei:
Dienaar
Heb ik je niet in de boomgaard
met hem gezien?
Evangelist
Petrus ontkende het opnieuw
en meteen begon er een haan te kraaien.
En Petrus herinnerde zich het woord,
dat Jezus tot hem had gesproken.
En hij ging naar buiten
en weende bitter.

13. Aria

Ach, mijn ziel,
waar vind ik nu nog rust,
waar kan ik mij weer laven?
Geen verblijf
heb ik voor mijn lijf –
dat de bergen mij begraven!
En geen mens, die mij bijstaat,
in mijn hart
steeds de smart
om de schandelijkheid der daad:
een knecht,
die in de nood zijn Heer verlaat!

14. Koraal

Petrus, die zichzelf vergat,
– al zijn trouw verdwenen! –
die maar één blik nodig had…
bitter moest hij wenen:
Jezus, zie zo ook mij aan,
zo ik u zou vergeten,
en uw weg niet meer wil gaan,
raak dan mijn geweten.

Tweede deel

15. Koraal

Christus, die verlossing brengt,
’t kwade uit wil bannen,
gaf zich voor ons in de nacht
als een dief gevangen,
voor de machthebbers gevoerd,
door hen vals beschuldigd,
uitgejouwd, bespot, bespuwd,
opdat de schrift vervuld werd.

16. Recitatief

Evangelist
Toen brachten zij Jezus van het
huis van Kajafas naar het pretorium.
Het was vroeg in de morgen.
Zij zelf gingen het pretorium niet binnen
want zij moesten
het paasmaal kunnen eten
en mochten zich daarom
niet verontreinigen.
Daarom kwam Pilatus naar buiten
en vroeg hun:
Pilatus
Welke beschuldiging
brengt ge tegen deze man in?
Evangelist
Zij gaven hem ten antwoord:
Koor
Als dit geen misdadiger was, zouden wij
hem niet aan u overgeleverd hebben!
Evangelist
Daarop zei Pilatus:
Pilatus
Neemt hem dan zelf
en vonnist hem volgens uw wet!
Evangelist
De Joden antwoordden hem:
Koor
Wij missen het recht
om iemand ter dood te brengen!
Evangelist
Zo zou Jezus’ woord in vervulling gaan,
waarmee hij had aangeduid
welke dood hij zou sterven.
Nu ging Pilatus
het pretorium weer binnen,
riep Jezus bij zich en zei tot hem:
Pilatus
Zijt gij de koning der Joden?
Evangelist
Jezus antwoordde hem:
Jezus
Zegt ge dit uit uzelf,
of hebben anderen
u over mij gesproken?
Evangelist
Pilatus gaf ten antwoord:
Pilatus
Ben ik soms een Jood? Uw eigen
volk en de hogepriesters hebben
u aan mij overgeleverd.
Wat hebt gij gedaan?
Evangelist
Jezus antwoordde:
Jezus
Mijn koningschap is niet van deze wereld.
Zou mijn koningschap
van deze wereld zijn,
dan zouden mijn dienaars er wel
voor gestreden hebben, dat ik
niet aan de Joden werd uitgeleverd.
Mijn koningschap
is evenwel niet van hier.

17. Koraal

O, grote koning,
groot in alle eeuwigheid,
hoe kan mijn simpele trouw
u antwoord geven,
en mijn beperkte
menselijke weten
zich met u meten?

Ja, ik verzink,
hoe meer ik tracht te vatten,
in de oneindigheid
van uw erbarmen.
Hoe kan ik dan een liefde,
zó overvloedig,
u ooit vergoeden?

18. Recitatief

Evangelist
Pilatus hernam:
Pilatus
Gij zijt dus toch koning?
Evangelist
Jezus antwoordde:
Jezus
Ja, koning ben ik.
Hiertoe ben ik geboren
en hiertoe ben ik in de wereld gekomen,
om getuigenis af te leggen
van de waarheid.
Alwie uit de waarheid is,
luistert naar mijn stem.
Evangelist
Pilatus zei tot hem:
Pilatus
Wat is waarheid?
Evangelist
Na die woorden
ging hij weer naar buiten
tot de Joden
en zei:
Pilatus
Ik vind hoegenaamd geen schuld in hem.
Maar er bestaat onder u de gewoonte
dat ik met Pasen iemand vrijlaat.
Wilt gij dat ik u
de koning der Joden vrijlaat?
Evangelist
Toen begonnen zij opnieuw
te schreeuwen:
Koor
Neen, die niet,
maar Barabbas!
Evangelist
Barabbas was een rover.
Toen liet Pilatus
Jezus geselen.

19. Arioso

Bedenk nu, o mijn ziel,
met angstige verrukking,
met vreugde in het hart
en wanhoop beide,
uw groot geluk
in Jezus’ lijden,
want uit de doornen,
die hem wonden,
ontbloeit voor u de hemelse sleutelbloem:
de zoetste vrucht
wordt uit zijn bitter sap gewonnen,
houd daarom dag en nacht het oog op hem.

20. Aria

Bedenk hoe Jezus’ rug, bloedig gegeseld,
ons wil verbeelden
een hemels geheimenis.
Aan de hemel immers kwam, toen ’t water
van onze zondvloed was verslagen,
de regenboog, die van genade
van God ’t veelkleurig teken is.

21. Recitatief

Evangelist
De soldaten vlochten
een kroon van doorntakken,
zetten hem die op het hoofd
en wierpen hem een purperen mantel om.
Zij traden op hem toe en zeiden:
Chor
Gegroet, koning der Joden!
Evangelist
En zij sloegen hem in het gezicht.
Pilatus ging naar buiten
en zei tot hen:
Pilatus
Ziehier, ik breng hem naar buiten
om u te doen weten,
dat ik volstrekt geen schuld in hem vind.
Evangelist
Jezus kwam naar buiten
terwijl hij nog de doornkroon
en de purperen mantel droeg.
Pilatus zei tot hen:
Pilatus
Ziehier de mens.
Evangelist
Maar toen de hogepriesters
en de dienaars hem zagen,
schreeuwden ze:
Koor
Kruisigen, kruisigen!
Evangelist
Pilatus zei hun:
Pilatus
Neemt gij hem dan en kruisigt hem,
want ik vind geen schuld in hem.
Evangelist
De Joden antwoordden hem:
Koor
Wij hebben een wet
en volgens die wet moet hij sterven,
omdat hij zich
voor Gods zoon heeft uitgegeven!
Evangelist
Toen Pilatus dit hoorde,
werd hij nog meer bevreesd.
Hij ging het pretorium weer binnen
en sprak tot Jezus:
Pilatus
Waar zijt gij vandaan?
Evangelist
Jezus gaf hem echter geen antwoord.
Daarom zei Pilatus:
Pilatus
Gij spreekt niet tegen mij?
Weet gij dan niet dat ik de macht heb
om u vrij te spreken,
maar ook de macht om u te kruisigen?
Evangelist
Jezus antwoordde:
Jezus
Gij zoudt volstrekt geen macht
over mij hebben,
als u die niet van boven gegeven was.
Daarom is de zonde van hem die
mij aan u heeft overgeleverd groter.
Evangelist
Van dat ogenblik af wilde Pilatus
ertoe overgaan hem vrij te laten.

22. Koraal

Door uw gevangenschap, zoon van God,
werd vrijheid ons gegeven,
uw kerker: de genadetroon,
bevrijding van het leven;
ging gij niet zelf in slavernij,
voor altijd slaven waren wij.

23. Recitatief

Evangelist
Maar de Joden schreeuwden:
Koor
Als gij die man vrijlaat,
zijt gij geen vriend van de keizer!
Wie zich voor koning uitgeeft,
komt in verzet tegen de keizer!
Evangelist
Toen Pilatus hen hoorde roepen,
liet hij Jezus naar buiten brengen
en ging op de rechterstoel zitten,
op de plaats die Lithostrotos heet,
in het Hebreeuws: Gabbata.
Het was de voorbereidingsdag voor Pasen,
ongeveer het zesde uur.
Hij zei tot de Joden:
Pilatus
Hier is uw koning.
Evangelist
Maar zij schreeuwden:
Koor
Weg, weg, weg met hem,
kruisig hem!
Evangelist
Pilatus vroeg:
Pilatus
Zal ik dan uw koning kruisigen?
Evangelist
De hogepriesters antwoordden:
Koor
Wij hebben geen andere koning
dan de keizer!
Evangelist
Toen leverde hij hem aan hen uit
om de kruisdood te ondergaan
en zij namen
hem over.
Zelf zijn kruis dragend
trok Jezus de stad uit
naar wat de schedelplaats heet,
in het Hebreeuws Golgotha.

24. Aria

IJlt, o zwaar beproefde zielen,
komt uit uw donkere holen,
ijlt – Waarheen?
naar Golgotha!
Spreidt van uw geloof de vleugels,
vliegt – Waarheen?
naar het kruis op gindse heuvel!
Al uw heil – het bloeit aldaar!

25. Recitatief

Evangelist
Daar sloegen zij hem aan het kruis
en met hem nog twee anderen,
aan elke kant één
en Jezus in het midden.
Pilatus had een opschrift laten maken
en op het kruis doen aanbrengen.
Het luidde:
Jezus, de Nazoreeër, de koning van de Joden.
Vele Joden lazen dit opschrift,
want de plaats waar Jezus gekruisigd werd,
lag dicht bij de stad.
Het stond er in het Hebreeuws,
het Latijn en het Grieks.
De hogepriesters van de Joden
zeiden nu tot Pilatus:
Koor
Ge moet er niet opzetten: De koning van de Joden,
maar: Hij heeft gezegd:
Ik ben de koning van de Joden.
Evangelist
Pilatus antwoordde:
Pilatus
Wat ik geschreven heb,
heb ik geschreven.

26. Koraal

In ’t hart is mij gebleven
uw naam, uw kruis alleen,
doorstralend heel mijn leven,
vól vreugde kan het zijn.
uw beeld zal mij verschijnen
tot troost in stervensnood,
hoe gij, o here Jezus,
liefhad tot in de dood.

27. Recitatief

Evangelist
Toen de soldaten
Jezus gekruisigd hadden,
namen zij zijn kleren
en deelden ze in vieren,
voor iedere soldaat een deel.
Zij namen ook de lijfrok,
die echter zonder naad was,
aan één stuk geweven van bovenaf.
Daarom zeiden ze tot elkaar:
Koor
Laten wij die niet verscheuren,
maar erom loten wie hem krijgt.
Evangelist
Aldus moest de schrift
vervuld worden:
Zij verdeelden mijn kleren onder elkaar
en dobbelden
om mijn mantel.
Terwijl de soldaten hiermee bezig waren,
stonden bij Jezus’ kruis
zijn moeder, de zuster van zijn moeder,
Maria, de vrouw van Kleophas
en Maria Magdalena.
Toen Jezus zijn moeder zag
en naast haar de leerling
die hij liefhad,
zei hij tot zijn moeder:
Jezus
Vrouw, zie daar uw zoon.
Evangelist
Vervolgens zei hij tot zijn leerling:
Jezus
Zie daar uw moeder.

28. Koraal

Vol zorg is hij nog geweest
in ’t uur van zijn sterven,
voor zijn moeder in haar leed,
zocht hij een beschermer.
O, mens, geef te rechter tijd
God en mens uw trouwe,
sterven zult ge zonder strijd,
droefheid of benauwen.

29. Recitatief

Evangelist
En van dat ogenblik af
nam de leerling haar bij zich in huis.
Hierna, wetend
dat nu alles was volbracht,
zei Jezus,
opdat de schrift vervuld zou worden:
Jezus
Ik heb dorst.
Evangelist
Er stond daar een kruik vol zure wijn.
Ze doopten er een spons in,
staken die
op een hysop-stengel
en brachten die aan zijn mond.
Toen Jezus van de zure wijn
genomen had, zei hij:
Jezus
Het is volbracht.

30. Aria

Het is volbracht!
O, troost voor diepbedroefde zielen:
de lijdensnacht
is om en mag niet langer duren.
De held uit Juda wint met macht,
de strijd is uit –
het is volbracht!

31. Recitatief

Evangelist
Daarop boog hij het hoofd
en gaf de geest.

32. Aria en koraal

Mijn heiland, laat me u mogen vragen,
Jezus, verzwolgen door de dood,
gij die daar zijt aan ’t kruis geslagen,
en hebt gesproken:
het is volbracht!
zult gij eeuwig leven.
Verloor de dood daardoor zijn macht?
In de laatste stervensnood
kunt gij uitkomst geven.
Laat gij mij door uw pijn en sterven
uw koninkrijk beërven?
Komt voor de wereld het jubeljaar?
gij verzoent ons, gij alleen,
o, mijn vriend en here!
Ach, ’t spreken
kunt gij niet verdragen,
Eeuwig leven, met u één,
maar wel neigt gij het hoofd
en spreekt stilzwijgend: Ja!
is al mijn begeren.

33. Recitatief

Evangelist
En zie,
het voorhangsel van de tempel
scheurde van boven
naar beneden in tweeën.
En de aarde beefde,
en de rotsen scheurden,
en de graven gingen open
en vele lichamen van ontslapen heiligen werden opgewekt.

34. Arioso

Mijn hart, de hele wereld lijdt
met Jezus’ lijden angstig mede,
de zon is zich in rouw gaan kleden,
de voorhang scheurt, de steenrots splijt,
de aarde beeft, de graven wijken,
daar zij de schepper zien bezwijken,
wat wilt ge uwentwege doen?

35. Aria

Smelt weg nu, mijn hart,
in vloeden van tranen,
tot eer van de hoogste.
Openbaar aan de aarde
en de hemel uw nood,
uw Jezus is dood!

36. Recitatief

Evangelist
Aangezien het voorbereidingsdag was
en de Joden niet wilden
dat de lichamen op Sabbath
aan het kruis bleven,
het was bovendien
een grote Sabbath,
vroegen zij Pilatus verlof
de benen van de gekruisigden te breken
en hen weg te nemen.
Daarom kwamen de soldaten
en sloegen zowel bij de ene
als bij de andere
die met hem was gekruisigd,
de benen stuk.
Toen zij echter bij Jezus kwamen
en zagen
dat hij reeds dood was,
sloegen zij hem de benen niet stuk,
maar een van de soldaten
doorstak zijn zijde met een lans;
terstond kwam er bloed
en water uit.
Die het gezien heeft
getuigt hiervan
zijn getuigenis is waar
en hij weet,
dat hij de waarheid zegt,
opdat ook gij zoudt geloven.
Dit is gebeurd
opdat de schrift zou vervuld worden:
van zijn gebeente zal niets worden verbrijzeld,
terwijl nog een ander schriftwoord zegt:
Zij zullen opzien
naar hem die zij hebben doorstoken.

37. Koraal

Sta ons, Christus, zoon Gods, bij
door uw bitter lijden,
dat, in uw geest levend, wij
alle kwaad vermijden.
Waarom gij gestorven zijt,
willen wij gedenken,
en ons leven, schamel zij ‘t,
u ten offer schenken.

38. Recitatief

Evangelist
Jozef van Arimathea,
die een leerling was van Jezus,
maar in het geheim uit vrees voor de Joden,
vroeg daarna aan Pilatus het lichaam
van Jezus te mogen wegnemen.
Toen Pilatus dit had toegestaan,
ging hij dus heen
en nam het lichaam weg.
Nikodemus, die hem vroeger
’s nacht bezocht had,
kwam ook en nam een mengsel
van mirre en van aloë mee,
ongeveer honderd pond.
Zij namen het lichaam van Jezus
en wikkelden het met welriekende kruiden
in zwachtels, zoals bij een
Joodse begrafenis gebruikelijk is.
Op de plaats waar hij gekruisigd werd,
lag een tuin en in die tuin een nieuw graf,
waarin nog nooit iemand was neergelegd.
Vanwege de voorbereidingsdag van de Joden
en omdat het graf dichtbij was,
legden zij Jezus daarin neer.

30. Koor

Rust nu, o heilige doodsbeenderen,
die ik niet langer wil bewenen;
rust nu
en breng ook mij die rust.
Het graf, zo ’t u werd toebereid,
aan pijn of dood niet meer gewijd,
opent de hemel mij
en sluit de helpoort toe.

40. Koraal

O, Heer, laat uw lief engelenkoor
mijn ziel, als ‘k ga het doodsdal door,
in Abrahams schoot dragen;
het lichaam, in de slaap des doods
rustend, verlost van alle nood,
wacht u ten jongsten dage!
Uit starre doodsslaap wek mij dan,
zodat ik u aanschouwen kan,
in heerlijkheid, o gij, Gods zoon,
mijn heiland en genadetroon!
Heer Jezus Christus, hoor naar mij,
‘k wil zingen eeuwig u nabij!


Print

Deze werken vind je misschien ook mooi