All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Cellosuite nr. 3 in C groot

BWV 1009 uitgevoerd door Reinier Wink
The Loft, Amsterdam

Portret van Reinier Wink, student van Bachvereniging-celliste Lucia Swarts.

Ronkend zelfvertrouwen

Staat deze suite symbool voor jongvolwassenen?

Wat een geweldig optimistisch begin: als een jonge hond schiet de cellist een toonladder omlaag, van een hoge c naar een lagere en via een schijnbeweging nóg eens een octaaf dieper naar de laagste losse c-snaar. De Derde cellosuite in C groot is na de donkere Tweede een hervatting van de goedgeluimde toon van de Eerste cellosuite, zij het met een stemming van nog meer ronkend zelfvertrouwen. Cellist Colin Carr ziet de zes suites als “kinderen van Bach in diverse leeftijdsfasen”. Zou de Derde een overmoedige student symboliseren? Cellist Reinier Wink, student van Bachvereniging-celliste Lucia Swarts, vindt C groot in elk geval wel passen bij zijn eigen leeftijdsfase: “jongeren zijn nu eenmaal vaker vrolijk.”
Na het overzichtelijke begin van de Prelude begint Bach een spel met de luisteraar, onder meer door de eerste tel van de maat schijnbaar te verschuiven. Een geweldig moment is het orgelpunt op twee derde van het stuk, waar Bach boven een aangehouden dominant g een hele reeks modulaties plaatst.
De Allemande heeft een opgeruimd karakter en behoort met de vele stevige zwaartepunten tot de meest boertige allemandes van de zes suites. Net als de Prelude begint de springerige Courante met een dalende toonladder in vol galop. Het is op adem komen met de Sarabande, een trage hofdans met het accent op de tweede tel. Net als veel sarabandes in de cellosuites wordt deze uit de Derde cellosuite gekenmerkt door vele dubbelgrepen en gebroken akkoorden over alle snaren. Contrastrijk is de schijnbare eenvoud van de Bourrée, met een ietwat oosters aandoend Bourrée II in c klein. In de afsluitende Gigue gaat uiteraard het dak eraf, waarbij de cellist grote sprongen afwisselt met korte sprintjes.

Zes cellosuites
De Zes cellosuites van Johann Sebastian Bach behoren tot het Oude Testament van de celloliteratuur. Elke cellist die de muziek voor zich heeft, voelt meteen hoe vanzelfsprekend de noten rond de snaren van het instrument zijn gedrapeerd. Toch zijn er veel vragen en discussies over deze Suites a Violoncello Solo senza Basso. Schreef Bach de muziek wel echt (alleen) voor cello? Wanneer schreef hij deze muziek? Aan het hof van Köthen of al eerder? De suites leggen een route af van eenvoud naar toenemende virtuositeit.


BWV
1009

Titel
Cellosuite nr. 3 in C groot

Genre
kamermuziek (solowerk)

Serie
Zes cellosuites

Jaartal
tussen 1717 en 1723

Stad
Köthen

Cast & Crew

publicatiedatum 20 april 2018
opnamedatum 8 oktober 2017
locatie The Loft, Amsterdam
Cellist Reinier Wink
cello onbekende bouwer uit Oostenrijk
Regie Gijs Besseling, Leonard Besseling
Montage Gijs Besseling
Muziekopname Guido Tichelman, Pim van der Lee
Muziekmontage en -mix Guido Tichelman
Camera Danny Noordanus, Gijs Besseling
Licht Daan de Boer
Lichtassistent Denny Schoute
Camera-assistent en datahandling Eline Eestermans
Interview Leonard Besseling
Camera interview Gijs Besseling, Danny Noordanus
Geluid interview Noah Pepper
Montage interview Gijs Besseling
Licht interview Danny Noordanus
Productie Jessie Verbrugh
Met steun van Ammodo

Vocale teksten

Origineel

Vertaling

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi