BWV anh. 159

All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Ich lasse dich nicht

BWV Anhang 159 uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Stephan MacLeod
Grote Kerk, Naarden

"Op grond van een eenvoudige tekst krijgen we een uitbarsting van vindingrijkheid en rijke expressie en dat maakt het werk zo schitterend."

Maar is het Bach?

“Een van de mooiste stukken Duitse kerkmuziek” stelt ons nog altijd voor raadsels.

De tragiek van het tellen, of hoe een catalogusnummer onze muzikale perceptie beïnvloedt. Hoe prachtig ook, het motet Ich lasse dich nicht, du segnest mich denn kwijnt weg in het complete overzicht van Bachs werken tussen de ‘ten onrechte toegeschreven werken’. Kandidaat-componist is in dit overzicht Johann Christoph Bach (1642-1703). Jammer, maar niet vreemd als je bedenkt dat zelfs Carl Philipp Emanuel, die toch al snel na zijn vaders dood een inventaris maakte, door de bomen het bos niet meer zag. Volgens hem schreef zijn vader ‘enkele dubbelkorige motetten’. Kennelijk maakte hij zijn overzicht zonder precies te weten welke motetten. De volgende decennia brachten alleen maar meer verwarring: een specialist wilde het mooie werk ondanks zijn twijfel toch als ‘Bach’ uitgegeven zien, naast de zes door iedereen geaccepteerde authentieke motetten. Hoe dan ook, de twee bronnen voor Ich lasse dich nicht, du segnest mich denn zijn zeker ambigu, dus loont het de moeite om de noten zelf eens van dichtbij te bekijken.

Gesigneerd of niet, dit werk is van de allerhoogste kwaliteit. Neem de uitzonderlijke economie: uit één zin ontstaat een bijzonder afwisselend dubbelkorig stuk in twee secties. Allereerst klinkt een vraag-en-antwoordspel op een siciliano-ritme, waarin elk aspect van de tekst wordt uitgelicht. Luister hoe (harmonisch) spannend de voor- en nazin worden benadrukt, hoe ‘mein Jesu’ nu eens klinkt als versiering, dan weer als uitroep (zeker de laatste!), of hoe ‘nicht’ gaandeweg de discussie een bijna bezwerend echo-effect krijgt.

In het tweede deel streeft de componist zijn tijdgenoten ruimschoots voorbij. Waar men in Thüringen graag een 'cantus firmus' presenteerde op een bedje van omspeelde onderstemmen, kennen we eigenlijk maar één ander voorbeeld van een volledig polyfone begeleiding van zo’n 'cantus firmus': Bachs motet Fürchte dich nicht, BWV 228. Slechts de motieven ‘Ich lasse dich nicht, nicht, nicht’ en een lang uitgerekt ‘segnest’ volstaan voor een transparant fundament onder het kerklied ‘Weil du mein Gott und Vater bist,’ stelling en bewijs in een. Dit hád een van Bachs greatest hits kunnen zijn…

Motetten, BWV 225-231, 118 en Anh159
Cantates waren Bachs dagelijks brood, een vast onderdeel van zijn wekelijkse taken als Thomascantor. Voor zijn motetten lag dat anders: in Leipzig klonk behalve de cantate doorgaans geen nieuwe muziek (in plaats daarvan werd er gekozen uit de motettenbundel Florilegium Portense). Dat liet Bach de ruimte om tegen betaling werken te schrijven voor private aangelegenheden, vaak begrafenissen. Helaas zijn we er daarvan wellicht tientallen kwijt. De stukken die wel bewaard bleven, hebben in tegenstelling tot Bachs andere vocale werken, sinds hun compositie repertoire gehouden.

De overgeleverde authentieke motetten – negen werken, het onderzoek blijft gaande – bouwen voort op een genre met een indrukwekkende stamboom. Tegen de achtergrond van de strenge Renaissance-polyfonie leende de generatie van Schütz (1585-1672) elementen bij de weelderige, meerkorige werken van Giovanni Gabrieli en gaf er een Centraal-Duitse, lutherse draai aan. De inhoudelijke focus lag, ook bij Bach, op koralen en bijbelpassages, waarbij wereldlijke madrigalismen (simpel gezegd: tekstuitbeelding) de expressie van dit religieuze genre alleen maar versterkten.


BWV
Anhang III 159

Titel
Ich lasse dich nicht, du segnest mich denn

Genre
motet

Jaartal
vóór 1713

Stad
Weimar?

Tekstdichter
Genesis 32:27, koraal van Erasmus Alber (1557)

Bijzonder
Dit motet is lang aan Johann Christoph Bach toegeschreven.

Cast & Crew

Publicatiedatum 24 februari 2017
Opnamedatum 14 mei 2016
Locatie Grote Kerk, Naarden
Dirigent Stephan MacLeod
Sopraan Orlanda Velez Isidro, Klaartje van Veldhoven, Griet de Geyter, Aleksandra Lewandowska, Marjon Strijk, Hilde van Ruymbeke, Stephanie Pfeffer, Marta Paklar
Alt Barabás Hegyi, Gemma Jansen, Elena Pozhidaeva, Bernadett Nagy, Marine Fribourg, Victoria Cassano McDonald
Tenor Adriaan de Koster, Wolfgang Frisch, Guy Cutting, Diederik Rooker, Immo Schröder, Ronald Threels
Bas Matthew Baker, Sebastian Myrus, Pierre-Guy Le Gall White, Martijn de Graaf Bierbrauwer, Michiel Meijer, Jelle Draijer
Viool Shunske Sato, Sayuri Yamagata
altviool Staas Swierstra
cello Lucia Swarts
contrabas Robert Franenberg
hobo 1 Martin Stadler
Hobo 2 Peter Frankenberg
taille Yongcheon Shin
fagot Benny Aghassi
Orgel Pieter-Jan Belder
Klavecimbel Siebe Henstra
Theorbe Fred Jacobs
Regie Simon Aarden
Regieassistent Ferenc Soetman
muziekopname Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt, Micha de Kanter
audiomontage -en mix Guido Tichelman
Camera Bart ten Harkel, Merijn Vrieling, Merlijn Dielemans, Chris Reichgelt, Martijn Struijf
Licht Zen Bloot
lichtassistent Patrick Galvin
Beeldtechniek Marco Korzelius
Settechniek Niels Cnossen
Datahandling Jesper Blok
Projectmanager Peter Ribbens
Productie Marco Meijdam
Interview Onno van Ameijde

Vocale teksten

Origineel

Ich lasse dich nicht,
du segnest mich denn,
mein Jesu, ich lasse dich nicht,
du segnest mich denn.

Weil du mein Gott und Vater bist,
dein Kind wirst du verlassen nicht.
Du väterliches Herz!
Ich bin ein armer Erdenkloss
auf Erden weiß ich keinen Trost.

Ich dank dir, Christe, Gottes Sohn
dass du mich solchs erkennen lan
durch dein göttliches Wort;
verleih mir auch Beständigkeit
zu meiner Seelen Seligkeit.

Lob, Ehr und Preis sei dir gesagt
für alle dein’ erzeigt Wohltat,
und bitt demütiglich,
lass mich nicht von dein’m Angesicht
verstossen werden ewiglich.

Vertaling

Ik laat u niet gaan
tenzij u mij zegent!
Mijn Jezus, ik laat u niet gaan
tenzij u mij zegent.

Omdat u mijn God en Vader bent,
zal u uw kind niet verlaten,
o vaderhart.
Ik ben een arm nietig schepsel,
op aarde ken ik geen troost.

Ik dank u, Christus, Gods zoon
dat u mij dit laat inzien
door uw goddelijke woord;
maak mij ook standvastig
voor mijn zielenheil

Ik loof, eer en prijs u
voor al uw weldaden
en verzoek u deemoedig
om mij niet voor eeuwig
te verstoten van uw blik.

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi