Was Gott tut, das ist wohlgetan

Origineel

1. Chor

Was Gott tut, das ist wohlgetan,
es bleibt gerecht sein Wille;
wie er fängt meine Sachen an,
will ich ihm halten stille.
Er ist mein Gott,
der in der Not
mich wohl weiss zu erhalten;
drum lass ich ihn nur walten.

2. Rezitativ (Bass)

Sein Wort der Wahrheit stehet fest
und wird mich nicht betrügen,
weil es die Gläubigen nicht fallen noch verderben lässt.
Ja, weil es mich den Weg zum Leben führet,
so fasst mein Herze sich und lässet sich begnügen
an Gottes Vatertreu und Huld
und hat Geduld,
wenn mich ein Unfall rühret.
Gott kann mit seinen Allmachtshänden
mein Unglück wenden.

3. Arie (Tenor)

Erschüttre dich nur nicht, verzagte Seele,
wenn dir der Kreuzeskelch
so bitter schmeckt!
Gott ist dein weiser Arzt
und Wundermann,
so dir kein tödlich Gift einschenken kann,
obgleich die Süßigkeit verborgen steckt.

4. Rezitativ (Alt)

Nun, der von Ewigkeit geschloss’ne Bund
bleibt meines Glaubens Grund.
Er spricht mit Zuversicht
im Tod und Leben:
Gott ist mein Licht,
ihm will ich mich ergeben.
Und haben alle Tage
gleich ihre eigne Plage,
doch auf das überstandne Leid,
wenn man genug geweinet,
kommt endlich die Errettungszeit,
da Gottes treuer Sinn erscheinet.

5. Duett (Sopran, Alt)

Wenn des Kreuzes Bitterkeiten
mit des Fleisches Schwachheit streiten,
ist es dennoch wohlgetan.
Wer das Kreuz durch falschen Wahn
sich vor unerträglich schätzet,
wird auch künftig
nicht ergötzet.

6. Choral 

Was Gott tut, das ist wohlgetan,
dabei will ich verbleiben.
Es mag mich auf die rauhe Bahn
Not, Tod
und Elend treiben,
so wird Gott mich
ganz väterlich
in seinen Armen halten;
drum lass ich ihn nur walten.



Vertaling

1. Koor

Wat God doet, is een weldaad,
zijn wil is rechtvaardig;
hoe hij mijn zaken regelt,
zal ik niet weerspreken.
Hij is mijn God,
die mij in de nood
goed weet te behouden;
daarom laat ik hem graag begaan.

2. Recitatief

Zijn woord van waarheid staat stevig
en zal mij niet bedriegen,
want het laat de gelovigen niet vallen en stort hen niet in het verderf.
Ja, omdat het woord mij de weg naar het leven wijst,
vat mijn hart moed en is tevreden
met Gods vaderlijke trouw en genade
en is geduldig,
als een ongeluk mij treft.
God kan met zijn almachtige hand
het ongeluk van mij afwenden.

3. Aria

Laat je niet afschrikken, angstige ziel,
als de kelk van het kruis
zo bitter smaakt!
God is jouw wijze arts
en wonderdoener,
die jou geen dodelijk gif zal inschenken,
al is het zoet niet direct te proeven.

4. Recitatief

Nu, de voor eeuwig gesloten bond
blijft het fundament van mijn geloof.
Hij spreekt met vertrouwen
in de dood en tijdens het leven:
God is mijn licht,
aan hem wil ik mij toevertrouwen.
En ook als alle dagen
hun eigen leed kennen,
dan volgt op het lijden dat is doorstaan,
na genoeg te hebben geweend,
uiteindelijk de tijd van de redding,
waarin Gods trouw naar voren komt.

5. Duet

Als de bitterheid van het kruis
en het zwakke vlees met elkaar strijden,
is het toch een weldaad.
Wie het kruis in een waanvoorstelling
als ondraaglijk beschouwt,
zal ook in de toekomst
geen genot toevallen.

6. Koraal

Wat God doet, is een weldaad,
daar wil ik mij aan vasthouden.
Ook als ik op mijn ruwe levensweg
word voortgedreven door nood,
dood en ellende,
zal God mij
als een goede vader
in zijn armen houden;
daarom laat ik hem graag begaan.