BWV 867

All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Das Wohltemperirte Clavier I nr. 22 in bes klein

BWV 867 uitgevoerd door Kris Verhelst
in haar huis in Antwerpen, België

"Wanneer je naar het thema van de fuga kijkt, is het eigenlijk best gedurfd."

Terra incognita

Op zijn reis door de toonsoorten bereikt Bach soms wel heel exotische oorden.

Het hoort bij de uitdaging: als je, zoals Bach, wilt schrijven in álle toonsoorten, kom je in een historische stemming uiteindelijk in de ‘problemen’. Het precieze waarom is een nogal technisch verhaal, maar je kunt het zo samenvatten: om niet al te veel compromissen te moeten sluiten, klinken enkele toonaarden nagenoeg perfect (de meest courante), veel toonaarden heel aardig (de harmonische uitstapjes) en tot slot enkele toonaarden ronduit wrang. En Bach wist dat uiteraard. Eenmaal aangekomen bij bes klein, met vijf mollen een van de uitschieters, lijkt hij te hebben gekozen voor warm, ingetogen, verrukkend. Misschien om de venijnige ‘vervalsingen’ wat te verzachten.

Eerder stond ‘problemen’ tussen aanhalingstekens, want juist die gespannen stemming máákt dit werkenpaar. Het tempo van de prelude ligt in deze uitvoering dan ook laag. Zo geeft Kris Verhelst volop ruimte aan de soms onverwachte wendingen, vooral voor wie goed luistert naar de invulling van de begeleidende akkoorden. Het wiegende ritme zorgt voor een meditatieve sfeer. Hierop volgt een van de strengste fuga’s in Das Wohltemperirte Clavier, op een tot het uiterste gespannen thema. Ondanks de grote sprong en de strakke opzet – Bach volgt alle regels van de oude renaissance-stijl – domineert ook hier mildheid. Luister maar hoe hij steeds stemmen zó naast elkaar plaats dat ze samen golvende notenslierten maken. Net voor het einde voert Bach de spanning nog een keer op door heel kort op elkaar de vijf stemmen nog eens het thema te laten spelen.

Das Wohltemperirte Clavier, BWV 846-893
48 klavierstukken in alle 24 toonsoorten: dat was het soort uitdaging waar Bach van genoot. In elk van de twee delen van Das Wohltemperirte Clavier bracht hij 24 keer het muzikale koppel prelude en fuga samen, twaalf in mineur, twaalf in majeur. In de preludes liet hij zijn fantasie de vrije loop, om in de fuga’s zijn mathematische hoogstandjes te verrichten. In tegenstelling tot de ijzeren discipline waarmee Bach zich voor zijn kerkelijke composities moest inzetten, kon hij zich hier overgeven aan intellectuele Spielerei zonder klemmende deadlines. Het eerste deel van Das Wohltemperirte Clavier stamt uit 1722, maar bevat muziek die deels al in de vijf jaar daarvoor werd geschreven. De ontstaansgeschiedenis van deel twee is minder helder: pas rond 1740 stelde hij dit tweede manuscript samen, maar opnieuw dateert een deel van de erin opgenomen preludes en fuga’s uit een veel eerdere periode. De doelgroep van deze verzameling stukken omschreef Bach zelf als volgt: “Zum Nutzen und Gebrauch der Lehr-begierigen Musicalischen Jugend, als auch dere in diesem studio schon habil seyenden besonderem ZeitVertreib.” (“Zowel ter lering van de ijverige muzikale jeugd als ter vermaak van de in deze materie al onderlegden.”) 


BWV
867

titel
Prelude en fuga in bes klein

Bijnaam
Nr. 22 uit Das Wohltemperirte Clavier I

Genre
Klavierwerk

Serie
Das Wohltemperirte Clavier I

Jaartal
1722 of eerder

Stad
Köthen (of Weimar?)

Cast & Crew

Publicatiedatum 17 maart 2017
Opnamedatum 17 september 2016
Locatie Antwerpen, België
Klavecinist Kris Verhelst
Klavecimbel Emile Jobin naar Johannes Daniel Dulcken, 1747
Regie Jan Van den Bossche, Hanna Schreuders
Muziekopname, MONTAGE en MIX Guido Tichelman
Camera en interview Gijs Besseling
Productie Hanna Schreuders

Vocale teksten

Origineel

Vertaling

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi