BWV 866

All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Das Wohltemperirte Clavier I nr. 21 in Bes groot

BWV 866 uitgevoerd door Bart Naessens
in zijn huis in Brugge, België

"Bes groot is een toonaard die complexloos is, maar toch een bron van inspiratie."

Kort en ongecompliceerd

“Soms kun je in de Prelude het thema van de Fuga al ruiken.”

Aan de toonsoort Bes groot werden in de Barok zowel grootse en verheffende als eerder bescheidene en zelfs ook donkere en zwaarmoedige eigenschappen toegedicht. De auteurs zijn het er zoals meestal niet over eens. Bach kiest hier duidelijk voor de wat lichtere kant van Bes groot. Deze Prelude en fuga in Bes groot behoort tot de kortere en meest ongecompliceerde bijdragen aan het Wohltemperirte Clavier.

De Prelude is een echt ‘preluderend preludium’. Het begint met een aaneenschakeling van karakteristieke klavierfiguren, meer passagewerk dan echt melodisch materiaal, waarna een zeer vrije passage volgt die sterk aan een geïmproviseerde cadens doet denken. De Prelude eindigt met een stijgende guirlande die de toonsoort Bes groot definitief neerzet.

“Soms kun je in de Prelude het thema van de Fuga al ruiken”, zegt de Belgische klavecinist, organist en ensembleleider Bart Naessens, bij wie we voor deze opname te gast waren. Deze schijnbaar geïmproviseerde Prelude gaat vrij naadloos en organisch over in een van de meest vormvaste fuga’s uit de hele bundel, op het eerste gezicht misschien zelfs wat schools. Maar Bach zou Bach niet zijn als hij binnen dit relatief strenge kader toch ook niet even de harmonische grenzen opzocht.

Das Wohltemperirte Clavier, BWV 846-893
48 klavierstukken in alle 24 toonsoorten: dat was het soort uitdaging waar Bach van genoot. In elk van de twee delen van het Wohltemperirte Clavier bracht hij 24 keer het muzikale koppel prelude en fuga samen, twaalf in mineur, twaalf in majeur. In de preludes liet hij zijn fantasie de vrije loop, om in de fuga’s zijn mathematische hoogstandjes te verrichten. In tegenstelling tot de ijzeren discipline waarmee Bach zich voor zijn kerkelijke composities moest inzetten, kon hij zich hier overgeven aan intellectuele Spielerei zonder klemmende deadlines.

Het eerste deel van het Wohltemperirte Clavier stamt uit 1722, maar bevat muziek die deels al in de vijf jaar daarvoor werd geschreven. De ontstaansgeschiedenis van deel twee is minder helder: pas rond 1740 stelde hij dit tweede manuscript samen, maar opnieuw dateert een deel van de erin opgenomen preludes en fuga’s uit een veel eerdere periode. De doelgroep van deze verzameling stukken omschreef Bach zelf als volgt: ‘Zum Nutzen und Gebrauch der Lehr-begierigen Musicalischen Jugend, als auch dere in diesem studio schon habil seyenden besonderem ZeitVertreib.’ (‘Zowel ter lering van de ijverige muzikale jeugd als ter vermaak van de in deze materie al onderlegden.’)


BWV
866

titel
Prelude en fuga in Bes groot

Bijnaam
nr. 21 uit Das Wohltemperirte Clavier I

Genre
klavierwerk

Serie
Das Wohltemperirte Clavier I

Jaartal
1722 of eerder

Stad
Köthen (of Weimar?)

Cast & Crew

Publicatiedatum 11 mei 2018
Opnamedatum 22 maart 2017
Locatie Brugge, België
Klavecinist Bart Naessens
Klavecimbel Geert Karman naar Henri Hemsch
Regie Jan Van den Bossche
Muziekopname, -montage en -mix Guido Tichelman
Camera en interview Gijs Besseling
Productie Hanna Schreuders

Vocale teksten

Origineel

Vertaling

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi