BWV 860

All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Das Wohltemperirte Clavier I nr. 15 in G groot

BWV 860 uitgevoerd door Ketil Haugsand
in zijn huis in Keulen, Duitsland

"Ik heb nu een heel andere verhouding met deze muziek dan 50 of 60 jaar geleden."

Niks aan de hand

Na een wiegend begin springt Bach plotseling uit de band.

Volgens de in Duitsland wonende Noorse klavecinist Ketil Haugsand is G groot de lichtste van alle toonsoorten. Inderdaad gaat in deze Prelude en fuga in G groot de rechterhand zich vanaf het begin te buiten aan dartele arpeggio’s. “Een frisse salade, niks aan de hand”, zegt Haugsand. Hij voegt er wel aan toe dat het stuk niet per se gemakkelijk te spelen is. De speelse figuren komen ook in de linkerhand voor, en al met al is de compositie nogal virtuoos.
Op de relatief korte Prelude volgt een even uitbundige Fuga. Het thema is vrij lang en ontleent zijn typische karakter aan een ‘verkeerd’ accent. Na een wiegend begin springt Bach plotseling uit de band met een grote sprong van een septiem, die hij ook nog eens herhaalt. Die dubbele sprong krijgt een signaalfunctie en doet ons het thema steeds weer herkennen, ook als het verderop verstopt zit in het drukke polyfone weefsel. De fuga is driestemmig, en in zijn klassieke boek over het Wohltemperirte Clavier uit 1942, vergelijkt Hans Brandts Buis de drie thema-inzetten met drie “komieke clowntjes [die] alle drie om elkaar heen springen, op de kop gaan staan, elkaar nabootsen, narennen, te vroeg met hun figuren invallen, passen uit hun figuren overslaan, al weer met iets anders bezig zijn, vóór ze zijn uitgesproken.”

Das Wohltemperirte Clavier, BWV 846-893
48 klavierstukken in alle 24 toonsoorten: dat was het soort uitdaging waar Bach van genoot. In elk van de twee delen van het Wohltemperirte Clavier (Well-Tempered Clavier) bracht hij 24 keer het muzikale koppel prelude en fuga samen, twaalf in mineur, twaalf in majeur. In de preludes liet hij zijn fantasie de vrije loop, om in de fuga’s zijn mathematische hoogstandjes te verrichten. In tegenstelling tot de ijzeren discipline waarmee Bach zich voor zijn kerkelijke composities moest inzetten, kon hij zich hier overgeven aan intellectuele spielerei zonder klemmende deadlines.

Het eerste deel van het Wohltemperirte Clavier stamt uit 1722, maar bevat muziek die deels al in de vijf jaar daarvoor werd geschreven. De ontstaansgeschiedenis van deel twee is minder helder: pas rond 1740 stelde hij dit tweede manuscript samen, maar opnieuw dateert een deel van de erin opgenomen preludes en fuga’s uit een veel eerdere periode. De doelgroep van deze verzameling stukken omschreef Bach zelf als volgt: ‘Zum Nutzen und Gebrauch der Lehr-begierigen Musicalischen Jugend, als auch dere in diesem studio schon habil seyenden besonderem ZeitVertreib.’ (‘Zowel ter lering van de ijverige muzikale jeugd als ter vermaak van de in deze materie al onderlegden.’)  


BWV
860

Titel
Prelude en fuga in G groot

Bijnaam
nr. 15 uit Das Wohltemperirte Clavier

Genre
klavierwerk

Serie
Das Wohltemperirte Clavier I

jaartal
1722 of eerder

Stad
K├Âthen (of Weimar?)

Cast & Crew

Publicatiedatum 30 maart 2018
Opnamedatum 28 februari 2017
Locatie Keulen, Duitsland
Klavecinist Ketil Haugsand
Klavecimbel Martin Skowroneck, Bremen, 1985
Regie en interview Jan Van den Bossche
Muziekopname, -montage en -mix Guido Tichelman
Camera en beeldmontage spel Gijs Besseling
Beeldmontage interview Ane C. Ose
Productie Jessie Verbrugh

Vocale teksten

Origineel

Vertaling

Print