BWV 856

All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Das Wohltemperirte Clavier I nr. 11 in F groot

BWV 856 uitgevoerd door Ursula Dütschler
in haar huis in Muiden

"Alles vloeit en gaat in elkaar over. Dat is de grote uitdaging in dit stuk."

Wandelen op een alpenweide

Bach zag hier af van al te veel avontuur.

In overeenstemming met het ongekunstelde karakter van de toonsoort, F groot, hield Bach het bij deze prelude en fuga relatief simpel. Het is een toonsoort die ook goed past bij Ursula Dütschler die deze twee korte stukken ook daarom heeft gekozen. De prelude lijkt wel een lichtvoetige wandeling op een alpenweide, zegt de uit Zwitserland afkomstige klaveciniste, die overigens al heel lang in Nederland woont. Het is een ingenieuze aaneenschakeling van akkoordbrekingen die elkaar in een soepele beweging afwisselen. Maar er zijn ook spelbrekers: de ‘stomme trillers’, die zowel in de linker- als in de rechterhand voorkomen. Het is een grote uitdaging om die te spelen terwijl de vloeiende beweging in de andere hand doorgaat. Dat geeft het stuk een beetje het karakter van een oefenstuk, waarin Bach de motorische en ritmische vaardigheid van de speler op de proef stelt.

De prelude gaat op een heel natuurlijke wijze en nagenoeg in hetzelfde tempo, over in de driestemmige fuga. Kenmerkend daarin zijn de toonladderfiguren, die net als de akkoordbrekingen in de prelude, naadloos aan elkaar geregen worden. Verder haalt Bach ook hier geen gekke dingen uit. De bergwandeling gaat blijkbaar door en wijkt nauwelijks van het rechte pad af, want verder dan d klein en g klein gaat het niet. En dat zijn in het raamwerk van F groot niet bepaald avontuurlijke modulaties. 

Das Wohltemperirte Clavier, BWV 846-893
48 klavierstukken in alle 24 toonsoorten: dat was het soort uitdaging waar Bach van genoot. In elk van de twee delen van Das Wohltemperirte Clavier bracht hij 24 keer het muzikale koppel prelude en fuga samen, twaalf in mineur, twaalf in majeur. In de preludes liet hij zijn fantasie de vrije loop, om in de fuga’s zijn mathematische hoogstandjes te verrichten. In tegenstelling tot de ijzeren discipline waarmee Bach zich voor zijn kerkelijke composities moest inzetten, kon hij zich hier overgeven aan intellectuele Spielerei zonder klemmende deadlines. Het eerste deel van Das Wohltemperirte Clavier stamt uit 1722, maar bevat muziek die deels al in de vijf jaar daarvoor werd geschreven. De ontstaansgeschiedenis van deel twee is minder helder: pas rond 1740 stelde hij dit tweede manuscript samen, maar opnieuw dateert een deel van de erin opgenomen preludes en fuga’s uit een veel eerdere periode. De doelgroep van deze verzameling stukken omschreef Bach zelf als volgt: “Zum Nutzen und Gebrauch der Lehr-begierigen Musicalischen Jugend, als auch dere in diesem studio schon habil seyenden besonderem ZeitVertreib.” (“Zowel ter lering van de ijverige muzikale jeugd als ter vermaak van de in deze materie al onderlegden.”) 


BWV
856

titel
Prelude en fuga in F groot

Bijnaam
Nr. 11 uit Das Wohltemperirte Clavier I

Genre
Klavierwerk

Serie
Das Wohltemperirte Clavier I

Jaartal
1722 of eerder

Stad
Köthen (of Weimar?)

Cast & Crew

Publicatiedatum 28 juli 2017
Opnamedatum 19 april 2017
Locatie Muiden
Klavecinist Ursula Dütschler
klavecimbel Bruce Kennedy (1988) naar Pascal Taskin (1767)
Regie Jan Van den Bossche, Hanna Schreuders
Muziekopname, MONTAGE en MIX Guido Tichelman
Camera en interview Gijs Besseling
Productie Hanna Schreuders

Vocale teksten

Origineel

Vertaling

Print