BWV 851

All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Das Wohltemperirte Clavier I nr. 6 in d klein

BWV 851 uitgevoerd door Tineke Steenbrink
in haar huis in Utrecht

"De toonsoort vult de muziek nog niet helemaal in" - Tineke Steenbrink over Bachs gebruik van d klein.

Een pittige woordenwisseling

Een bedaarde bas en een heetgebakerde bovenstem ruziën in de prelude, om uit te monden in een fuga die een schoolvoorbeeld is van barokke fugatechniek.

We vallen binnen op het hoogtepunt van het debat. De bas vertegenwoordigt het genuanceerde standpunt, uiteengezet in bedaard maar zelfverzekerd tempo. Maar de bovenstem is blijkens de ietwat ademloze, heetgebakerde triolen allang niet meer voor rede vatbaar. Alle nuchtere kanttekeningen ten spijt delft de bas het onderspit: hij hamert nog wat op losse tonen om het uiteindelijk maar helemaal op te geven. Pas dan vallen de ruziezoekers elkaar in de armen, op een glorieus omspeeld majeurakkoord.

De driestemmige fuga die volgt is een schoolvoorbeeld van fugatechniek. Basis is een thema van twee maten met een triller op de voorlaatste noot. Dit thema valt ten prooi aan allerlei kunstgrepen die de argeloze luisteraar eenvoudig kunnen ontgaan. Zo wordt het bijvoorbeeld op zijn kop gezet, in stukjes opgeknipt of het schuift in de verschillende stemmen over elkaar heen. Met dit soort en nog veel meer andere technieken maakten barokcomponisten van een enkel motief een complete harmonieuze architectuur. Zo’n soort fuga was het hoogst haalbare in de kunst van het componeren, en Bach was er een kei in. 

Das Wohltemperirte Clavier, BWV 846-893
48 klavierstukken in alle 24 toonsoorten: dat was het soort uitdaging waar Bach van genoot. In elk van de twee delen van het Wohltemperirte Clavier bracht hij 24 keer het muzikale koppel prelude en fuga samen, twaalf in mineur, twaalf in majeur. In de preludes liet hij zijn fantasie de vrije loop, om in de fuga’s zijn mathematische hoogstandjes te verrichten. In tegenstelling tot de ijzeren discipline waarmee Bach zich voor zijn kerkelijke composities moest inzetten, kon hij zich hier overgeven aan intellectuele Spielerei zonder klemmende deadlines. Het eerste deel van het Wohltemperirte Clavier stamt uit 1722, maar bevat muziek die deels al in de vijf jaar daarvoor werd geschreven. De ontstaansgeschiedenis van deel twee is minder helder: pas rond 1740 stelde hij dit tweede manuscript samen, maar opnieuw dateert een deel van de erin opgenomen preludes en fuga’s uit een veel eerdere periode. De doelgroep van deze verzameling stukken omschreef Bach zelf als volgt: ‘Zum Nutzen und Gebrauch der Lehr-begierigen Musicalischen Jugend, als auch dere in diesem studio schon habil seyenden besonderem ZeitVertreib.’ (‘Zowel ter lering van de ijverige muzikale jeugd als ter vermaak van de in deze materie al onderlegden.’)  


BWV
851

titel
Prelude en fuga in d klein

Bijnaam
nr. 6 uit Das Wohltemperirte Clavier I

Genre
klavierwerk (solowerk)

Serie
Das Wohltemperirte Clavier I

Jaartal
1722 of eerder

Stad
Köthen (of Weimar?)

Cast & Crew

publicatiedatum 6 juni 2014
opnamedatum 26 februari 2014
locatie Utrecht
klavecimbel Lutz Werum naar Johannes Ruckers, 2003
klavecinist Tineke Steenbrink
productie Frank van der Weij
cameraregie Jan Van den Bossche, Suédy Mauricio
camera Jorrit Garretsen
muziekopname Stefan Meutstege
beeldmontage Dylan Glyn Jones, Suédy Mauricio
muziekmontage Frank van der Weij
Kleurcorrectie Petro van Leeuwen
productie-assistentie Zoë de Wilde

Vocale teksten

Origineel

Vertaling

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi