BWV 847

All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Das Wohltemperirte Clavier I nr. 2 in c klein

BWV 847 uitgevoerd door Masato Suzuki
in zijn huis in Voorburg

"Het begin is homofoon, de rechter- en linkerhand bewegen gelijktijdig. In het Japans heet dat 'jodokyoku' of perpetuum mobile."

De eerste mineur

Als een handgeweven tapijt.

C klein: de eerste prelude en fuga in mineur van Das Wohltemperirte Clavier. Hier begint Bach na het stralende C groot langzaamaan zijn kijk op de donkerdere kanten van de labyrintische wereld van de twaalf toonsoorten te ontvouwen.

De prelude is een geometrisch tapijt van omspeelde gebroken akkoorden in een rusteloos, continu herhaald patroon: scherpe, vaak dissonante, uitschieters op de benadrukte delen van de maat en onafgebroken beweging ertussenin. Eerst lijkt het patroon steeds exact hetzelfde, maar wanneer je scherper kijkt en luistert blijken er – zoals in een handgeweven tapijt – her en der kleine variaties in te zitten. Op een gegeven moment schiet er een draad los, die daarna voor een kort moment nog strakker dan aan het begin wordt vast geweven, maar vervolgens definitief loslaat.

Na de strakke geometrie van de prelude toont de driestemmige fuga een gevarieerder patroon. Het is een fuga zonder bijzondere contrapuntische trucjes. In plaats daarvan gebruikt Bach een klein motiefje als basis voor bijna zijn hele muzikale weefsel. De eerste paar noten van het thema, die direct aan het begin van het stuk klinken, keren door de hele fuga heen herkenbaar in allerlei varianten terug. Naast het daadwerkelijke fugathema als rode draad, zijn er zo voortdurend ook kleine rode lusjes die aan het thema herinneren.

Das Wohltemperirte Clavier, BWV 846-893
48 klavierstukken in alle 24 toonsoorten: dat was het soort uitdaging waar Bach van genoot. In elk van de twee delen van Das Wohltemperirte Clavier bracht hij 24 keer het muzikale koppel prelude en fuga samen, twaalf in mineur, twaalf in majeur. In de preludes liet hij zijn fantasie de vrije loop, om in de fuga’s zijn mathematische hoogstandjes te verrichten. In tegenstelling tot de ijzeren discipline waarmee Bach zich voor zijn kerkelijke composities moest inzetten, kon hij zich hier overgeven aan intellectuele Spielerei zonder klemmende deadlines. Het eerste deel van Das Wohltemperirte Clavier stamt uit 1722, maar bevat muziek die deels al in de vijf jaar daarvoor werd geschreven. De ontstaansgeschiedenis van deel twee is minder helder: pas rond 1740 stelde hij dit tweede manuscript samen, maar opnieuw dateert een deel van de erin opgenomen preludes en fuga’s uit een veel eerdere periode. De doelgroep van deze verzameling stukken omschreef Bach zelf als volgt: “Zum Nutzen und Gebrauch der Lehr-begierigen Musicalischen Jugend, als auch dere in diesem studio schon habil seyenden besonderem ZeitVertreib.” (“Zowel ter lering van de ijverige muzikale jeugd als ter vermaak van de in deze materie al onderlegden.”) 


BWV
847

Titel
Prelude en fuga in c klein

Bijnaam
Nr. 2 uit Das Wohltemperirte Clavier I

Genre
klavierwerk (solowerk)

Serie
Das Wohltemperirte Clavier I

Jaartal
1722 of eerder

Stad
Köthen (of Weimar?)

Cast & Crew

Publicatiedatum 26 augustus 2016
Opnamedatum 3 december 2015
Locatie Voorburg
Klavecimbel Willem Kroesbergen, Utrecht 1987 naar J. Couchet
Klavecinist Masato Suzuki
Camera en montage Gijs Besseling
Muziekopname, -montage en -mix Guido Tichelman
Regie Jan Van den Bossche
interview Gijs Besseling
ondertitels Geert van Bremen, Atsuko Kohashi

Vocale teksten

Origineel

Vertaling

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi