BWV 846

All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Das Wohltemperirte Clavier I nr. 1 in C groot

BWV 846 uitgevoerd door Siebe Henstra
in zijn huis in Bussum, Nederland

"Een beter preludium kun je je niet voorstellen."

Een saluut aan zijn illustere voorgangers

Bach probeerde dit stuk eerst uit op zijn oudste zoon Wilhelm Friedemann.

Weemoedige lange reeksen arpeggio’s (gebroken akkoorden) kenmerken de prelude. Bach componeerde de (kortere) oerversie van dit stuk voor zijn oudste zoon Wilhelm Friedemann en noteerde die in het Clavierbüchlein dat hij vanaf circa 1720 ter lering voor hem samenstelde. De definitieve versie nam Bach in 1722 op in het handschrift van het Wohltemperirte Clavier. Wilhelm Friedemann, die in 1710 geboren werd, kan dus nooit ouder zijn geweest dan twaalf jaar toen hij deze compositie voorgeschoteld kreeg.

De prelude spreidt een dromerig bedje voor de erop volgende, krachtdadige fuga. Hierin wordt het thema in de vier stemmen niet minder dan 24 keer geïntroduceerd – een getal dat in verband kan worden gebracht met de 24 toonsoorten die Bach in deze bundel als hoofdthema aan de orde stelt. Maar er zit meer symboliek in deze eerste prelude en fuga. Het fugathema is een verwijzing naar het zogenaamde l’homme armé, een melodie uit de Renaissance die vele componisten van die periode als uitgangspunt voor hun missen hebben genomen. Bachs openingsnummer van het Wohltemperirte Clavier zou daarmee ook een saluut kunnen zijn aan zijn illustere voorgangers.

Das Wohltemperirte Clavier, BWV 846-893
48 klavierstukken in alle 24 toonsoorten: dat was het soort uitdaging waar Bach van genoot. In elk van de twee delen van het Wohltemperirte Clavier bracht hij 24 keer het muzikale koppel prelude en fuga samen, twaalf in mineur, twaalf in majeur. In de preludes liet hij zijn fantasie de vrije loop, om in de fuga’s zijn mathematische hoogstandjes te verrichten. In tegenstelling tot de ijzeren discipline waarmee Bach zich voor zijn kerkelijke composities moest inzetten, kon hij zich hier overgeven aan intellectuele spielerei zonder klemmende deadlines.

Het eerste deel van het Wohltemperirte Clavier stamt uit 1722, maar bevat muziek die deels al in de vijf jaar daarvoor werd geschreven. De ontstaansgeschiedenis van deel twee is minder helder: pas rond 1740 stelde hij dit tweede manuscript samen, maar opnieuw dateert een deel van de erin opgenomen preludes en fuga’s uit een veel eerdere periode. De doelgroep van deze verzameling stukken omschreef Bach zelf als volgt: ‘Zum Nutzen und Gebrauch der Lehr-begierigen Musicalischen Jugend, als auch dere in diesem studio schon habil seyenden besonderem ZeitVertreib.’ (‘Zowel ter lering van de ijverige muzikale jeugd als ter vermaak van de in deze materie al onderlegden.’)  


BWV
846

Titel
Prelude en fuga in C groot

Epithet
nr. 1 uit Das Wohltemperirte Clavier I

Genre
klavierwerk (solowerk)

Serie
Das Wohltemperirte Clavier I

Jaartal
1722 of eerder

Stad
Köthen (of Weimar?)

Cast & Crew

publicatiedatum 15 augustus 2014
opnamedatum 13 september 2013
Locatie Bussum
KLAVECIMBEL Titus Crijnen naar Henri Hemsch, 1736
KLAVECINIST Siebe Henstra
PRODUCTIE Frank van der Weij
cameraREGIE Jan Van den Bossche
CAMERA Joost Rietdijk
MUZIEKOPNAME Fokke van Saane
beeldMONTAGE Dylan Glyn Jones, Leonie Hoever
MUZIEKMONTAGE Frank van der Weij
PRODUCTIE-ASSISTENTIE Zoë de Wilde

Vocale teksten

Origineel

Vertaling

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi