Die Elenden sollen essen

Origineel

1. Chor

Die Elenden sollen essen, dass sie satt werden,
und die nach dem Herrn fragen,
werden ihn preisen.
Euer Herz soll ewiglich leben.

2. Rezitativ (Bass)

Was hilft des Purpurs Majestät,
da sie vergeht?
Was hilft der größte Überfluss,
weil alles, so wir sehen,
verschwinden muss?
Was hilft der Kitzel eitler Sinnen,

denn unser Leib muss selbst von hinnen?
Ach, wie geschwind ist es geschehen,
dass Reichtum, Wollust, Pracht
den Geist zur Hölle macht!

3. Arie (Tenor)

Mein Jesus soll mein Alles sein!
Mein Purpur ist sein teures Blut,
er selbst mein allerhöchstes Gut,
und seines Geistes Liebesglut
mein allersüß’ster Freudenwein.

4. Rezitativ (Tenor)

Gott stürzet und erhöhet
in Zeit und Ewigkeit.
Wer in der Welt den Himmel sucht,
wird dort verflucht.
Wer aber hier die Hölle überstehet,
wird dort erfreut.

5. Arie (Sopran)

Ich nehme mein Leiden mit Freuden auf mich.
Wer Lazarus’ Plagen geduldig ertragen,

den nehmen die Engel zu sich.

6. Rezitativ (Sopran)

Indes schenkt Gott ein gut’ Gewissen,

dabei ein Christe kann
ein kleines Gut mit großer Lust genießen.

Ja, führt er auch
durch lange Not zum Tod,
so ist es doch am Ende wohlgetan.

7. Choral

Was Gott tut, das ist wohlgetan;
muss ich den Kelch gleich schmecken,
der bitter ist nach meinem Wahn,

lass ich mich doch nicht schrecken,
weil doch zuletzt
ich werd’ ergötzt
mit süßem Trost im Herzen;
da weichen alle Schmerzen.

II. Teil

8. Sinfonia


9. Rezitativ (Alt)

Nur eines kränkt
ein christliches Gemüte:
Wenn es an seines Geistes Armut denkt.
Es gläubt zwar Gottes Güte,
die alles neu erschafft;
doch mangelt ihm die Kraft,
dem überirds’chen Leben
das Wachstum und die Frucht zu geben.

10. Arie (Alt)

Jesus macht mich geistlich reich.
Kann ich seinen Geist empfangen,
will ich weiter nichts verlangen;
denn mein Leben wächst zugleich.
Jesus macht mich geistlich reich.

11. Rezitativ (Bass)

Wer nur in Jesu bleibt,
die Selbstverleugnung treibt,
dass er in Gottes Liebe
sich gläubig übe,
hat, wenn das Irdische verschwunden,
sich selbst und Gott gefunden.

12. Arie (Bass)

Mein Herze glaubt und liebt.
Denn Jesu süße Flammen,
aus den’ die meinen stammen,
gehn über mich zusammen,
weil er sich mir ergibt.

13. Rezitativ (Tenor)

O Armut, der kein Reichtum gleicht!
Wenn aus dem Herzen
die ganze Welt entweicht
und Jesus nur allein regiert,
so wird ein Christ zu Gott geführt!
Gib, Gott, dass wir es nicht verscherzen!


14. Choral

Was Gott tut, das ist wohlgetan,
dabei will ich verbleiben.
Es mag mich auf die raue Bahn
Not, Tod und Elend treiben;

so wird Gott mich
ganz väterlich
in seinen Armen halten;
drum lass ich ihn nur walten.

Vertaling

1. Koor

Zo kunnen armen eten en hun honger stillen,
Dat zij die Hem zoeken,
de heer loven.
Jullie hart zal het eeuwige leven hebben.

2. Recitatief

Wat is de zin van majesteitelijk purper,
als het vergaat?
Wat is de zin van de grootste overvloed,
als alles wat wij zijn
heen zal gaan?
Wat heeft de prikkeling van ijdele zintuigen voor zin,
als ons lijf zelf ook zal verdwijnen?
Ach, hoe snel is het voorbij,
de rijkdom, wellust en pracht
die een hel voor de geest zijn!

3. Aria

Mijn Jezus moet mijn alles zijn!
Zijn waardevolle bloed is mijn purper
hijzelf is mijn allerhoogste goed,
en de liefdesgloed van zijn geest
is mijn allerzoetste vreugdewijn.

4. Recitatief

God brengt ten val en hij verheft
in tijd en in eeuwigheid.
Wie in de wereld de hemel zoekt,
zal daar worden vervloekt.
Wie echter hier de hel doorstaat,
zal daar tot vreugde komen.

5. Aria

Ik neem mijn lijden met vreugde op mij.

Wie de plagen van Lazarus geduldig heeft doorstaan,
zal door de engelen worden opgenomen.

6. Recitatief

Intussen schenkt God een goed geweten,

waarbij een Christen
in het kleine goed grote vreugde kan vinden.
Ja, ook als hij lang
door nood moet gaan om te sterven,
dan is dat tenslotte toch een weldaad.

7. Koraal

Wat God doet is een weldaad;
ook als ik uit de kelk moet drinken,
die naar mijn opvatting bitter is,

dan zal ik mij toch niet laten afschrikken,
want uiteindelijk
zal ik worden verheerlijkt
en zal ik zoete troost vinden in mijn hart;
dan wijkt alle smart.

Tweede deel

8. Sinfonia


9. Recitatief

Slechts een ding krenkt
een christelijk gemoed:
als hij denkt aan zijn geestelijke armoede.
Hij gelooft weliswaar in Gods goedheid,
die alles nieuw maakt;
maar het ontbreekt hem aan de kracht,
om het bovenaardse leven
te laten groeien en vrucht te laten dragen.

10. Aria

Jezus geeft mij geestelijke rijkdom.
Als ik zijn geest kan ontvangen,
verlang ik verder niets;
want mijn leven komt daardoor tot bloei.
Jezus maakt mij geestelijk rijk.

11. Recitatief

Wie vasthoudt aan Jezus,
zichzelf verloochent,
zich voor de liefde tot God
vol geloofsijver inspant,
zal, als het aardse is verdwenen,
zowel zichzelf als God hebben gevonden.

12. Aria

Mijn hart gelooft en heeft lief.
Want de zoete vlammen van Jezus,
waaruit ook de mijne voortkomen,
sluiten zich boven mij,
omdat hij zich voor mij opoffert.

13. Recitatief

O armoede die rijker is dan elke rijkdom!
Als uit het hart
de hele wereld wijkt
en alleen Jezus nog regeert.
Zo wordt een Christen voor God gebracht!
Geef ons de kracht, God, het niet te verspelen!

14. Koraal

Wat God doet is een weldaad,
Daarbij wil ik blijven.
Ook als ik een zware weg moet gaan
voortgedreven door nood, dood en ellende;

God zal mij
vaderlijk als hij is
in zijn armen houden;
daarom laat ik hem graag begaan.