BWV 622

All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

O Mensch, bewein dein Sünde gross

BWV 622 uitgevoerd door Erwin Wiersinga
Stiftskirche St. Georg, Goslar-Grauhof

"Uit de verschillende afschriften uit de 18e eeuw blijkt dat het een favoriet stuk was onder organisten."

Pleister op de wonde

Bach verzacht het leed, maar strooit tegelijk zout in de wonden.

Een orgelwerk zo aangrijpend en ontroerend als deze koraalprelude voor de lijdenstijd is ook voor Bach een zeldzaamheid. Met z’n allen worden we aangesproken op onze verantwoordelijkheid, die wij mensen zoals bekend op een hopeloze manier hebben verzaakt. Gelovigen aller landen, schaamt u! Want Christus heeft ons weliswaar gered, maar daarvoor heeft hij wel een gruwelijke dood moeten sterven.

De ongebruikelijk lange koraalmelodie, die traag aan de luisteraar voorbijtrekt, is ontleend aan een hymne uit 1525. Uiterste soberheid zou goed passen bij de vermanende toon van de tekst. Maar in plaats daarvan is Bach zich hier te buiten gegaan aan een grote dosis versieringen. Het is alsof hij zeggen wil: het is waar, we zijn een stelletje waardeloze lieden, maar echt helpen kunnen we het niet. Daarom hier een pleister op de wonde in plaats van een gevoelige klets om de oren.

Maar zo makkelijk komen we er nu ook weer niet vanaf. Door de simpele koraalmelodie zo troostrijk te verpakken, raakt Bach met zijn onverwachte harmonische wendingen des te onverhoedser de ziel. En dat was precies de bedoeling. In zijn verzameling koraalvoorspelen Harmonische Seelenlust van 1733 zegt organist Georg Friedrich Kaufman het al met zoveel woorden: het doel van het preluderen van koralen in de kerk is om de gelovigen in de juiste stemming te brengen. Zo zullen ze het koraal vervolgens des te devoter zingen. Bachs leerling Ziegler bevestigde in 1746 dat hij precies dát van Bach had meegekregen: “Wat betreft het spelen van koralen heeft mijn leraar, kapelmeester Bach, mij geleerd de liederen niet zonder meer te spelen, maar in overeenstemming met de betekenis (Affect) van de woorden.”

Als Bach dus in de allerlaatste maat van O Mensch, bewein dein Sünde gross na een chromatische twist een hoogst merkwaardige samenklank bereikt, doet hij dat niet zomaar. In dit toch al langzame werk verlaagt hij het tempo hier tot adagissimo, zodat duidelijk wordt hoe vreselijk lang Christus aan dat moordende kruis heeft moeten hangen, en hoeveel pijn dat heeft gedaan. Het is goed voor te stellen dat de gemeente vervolgens met een enorme brok in de keel aan het zingen van dit koraal heeft moeten beginnen.

 Orgelbüchlein, BWV 599-644

Bach begon al in zijn tijd als hoforganist in Weimar (1708-1717) een eerste collectie aan te leggen van koraalbewerkingen van Lutherse kerkliederen. Blijkens de inhoudsopgave had het een bundel met 164 composities moeten worden, maar het werden er uiteindelijk niet meer dan 46. Die ordening, gecombineerd met de geringe lengte van de stukken, wijst erop dat Bach van plan is geweest een complete cyclus van koraalvoorspelen voor in de kerk samen te stellen. Later, in zijn tijd in Köthen, voorzag hij de bundel van een titelpagina. Daarop staat: Orgel-Büchlein, Worinne einem anfahenden Organisten Anleitung gegeben wird, auff allerhand Arth einen Choral durchzuführen… (Orgelboekje, waarin een beginnend organist geleerd wordt een koraal op allerlei manieren te bewerken…). De verzameling bestemde hij dus toen pas als leerboek, wellicht om in 1722 te presenteren bij zijn sollicitatie voor de post van Thomascantor in Leipzig, waar hem een belangrijke onderwijstaak te wachten stond. De leerlingen zullen er een kluif aan gehad hebben, want in een notendop bevatten de voorspelen het complete gamma aan barokke klaviertechnieken.   


BWV
622

titel
O Mensch, bewein dein Sünde gross

genre
orgelwerk (koraalbewerking)

Serie
Orgelbüchlein

Jaartal
ca. 1708-1717

Stad
Weimar

Bijzonder
Opgenomen in een handschrift met 45 andere koraalvoorspelen; pas in 1722 in Köthen kreeg het manuscript een titelblad, met daarop de vermelding Orgelbüchlein.

Cast & Crew

publicatiedatum 14 april 2017
opnamedatum 25 augustus 2015
LOCATIE Stiftskirche St. Georg, Goslar-Grauhof
ORGANIST Erwin Wiersinga
orgel Christoph Treutmann, 1731
REGIE en montage Onno van Ameijde
MUZIEKopname, MONTAGE en MIX Holger Schlegel
CAMERA Maarten van Rossem, Onno van Ameijde
Interview Onno van Ameijde
PRODUCTIE Jessie Verbrugh

Vocale teksten

Origineel

Vertaling

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi