All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Ach Gott, wie manches Herzeleid

BWV 58 uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven
Martinikerk, Groningen

"Bach schreef deze cantate als dialoog tussen 'de ziel' en Jezus."

Efficiënte soberheid

Uiterst effectief illustreert Bach de eenzaamheid met een uitgebeende bezetting.

Met een hartverscheurende aria maakt Bach meteen in het begin van dit stuk abrupt een einde aan de jubelstemming van het kerstfeest. Het is de eerste zondag na nieuwjaarsdag en dan staat het verhaal van de kindermoord centraal. Herodes, die bang was dat Jezus hem van de troon zou stoten, gaf opdracht om alle kinderen van Bethlehem te vermoorden. Jozef was echter gewaarschuwd en ontsnapte met Maria en Jezus naar Egypte. Alle andere kinderen werden omgebracht.

Dit grote lijden klinkt door in de openingsaria. Een slepende sarabande met sobere instrumentale omlijsting. De lijdende ziel, een sopraan, zingt de troosteloze woorden van het eerste couplet van het koraal ‘Ach Gott, wie manches Herzeleid’, begeleid door een dalende, klagende baslijn. De bas, Jezus, interrumpeert een stuk opgeruimder met de raadgeving geduld te hebben: de weg naar de verlossing gaat niet over rozen.

De omslag in deze uitgebeende cantate komt in de wonderschone sopraanaria waarin de getormenteerde ziel, gesteund door een stralende vioolpartij en in de wetenschap dat Jezus wél is gered, tot een vergelijk komt met het lijden. Als het duo in deze volmaakt symmetrische cantate aan het slot wederom de dialoog aangaat, horen we het tweede couplet uit een ander koraal: ‘O Jesu Christ, meins Lebens Licht’. Een feestelijke fanfare barst los als de sopraan haar opdracht heeft aanvaard en Jezus eeuwige troost in het vooruitzicht stelt.

De bijzondere schoonheid van dit kleinood uit 1727 schuilt in de combinatie van de weinige middelen en de eenzaamheid waartoe het lijden veroordeelt. Zelfs toen Bach bij een latere uitvoering rond 1733 aan de hoekdelen een trio van twee hobo’s en een althobo toevoegde, zag hij daarom af van solistische blazerspassages. Pas aan het slot mogen de drie een feestelijk tintje geven aan de hoop op het paradijs. Dat Bach ook dacht aan het welzijn van zijn musici, die na de drukke kersttijd en vlak vóór het feestelijke Driekoningen op 6 januari wel een adempauze konden gebruiken, was uiteraard mooi meegenomen. 


BWV
58

titel
Ach Gott, wie manches Herzeleid, Concerto in Dialogo

genre
cantate (dialoogcantate)

jaartal
1727

Stad
Leipzig

Tekstdichter
niet bekend

Bestemming
zondag na Nieuwjaarsdag

Eerste uitvoering
5 januari 1727

Bijzonder
Pas rond 1733 voegde Bach de 2 hobo’s en de althobo toe.

Cast & Crew

Opnamedatum 26 september 2015
Publicatiedatum 20 januari 2017
Locatie Martinikerk, Groningen
Dirigent Jos van Veldhoven
sopraan Monika Mauch
bas Stephan MacLeod
VIOOL 1 Shunske Sato, Annabelle Ferdinand, Anneke van Haaften, Annelies van der Vegt
VIOOL 2 Sayuri Yamagata, Pieter Affourtit, Paulien Kostense
altviool Staas Swierstra, Deirdre Dowling
cello Lucia Swarts, Richte van der Meer
contrabas Robert Franenberg
hobo 1 Martin Stadler
Hobo 2 Peter Frankenberg
Taille Hanna Lindeijer
fagot Benny Aghassi
orgel Leo van Doeselaar
Klavecimbel Siebe Henstra
REGIE Simon Aarden
Beeldmontage Pjotr 's Gravesande
Regieassistent Niek Wijns
muziekopname Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt, Micha de Kanter
Audiomontage en -mixage Guido Tichelman
CAMERA Jorrit Garretsen, Bart Ten Harkel, Chris Reichgelt, Jochem Timmerman
LICHT Daan de Boer
lichtassistent Gijs 't Hoen
Beeldtechniek Niels Cnossen
Settechniek Marco Korzelius
Project manager NEP Peter Ribbens
PRODUCTIE CONCERT Marco Meijdam, Imke Deters
Productie film Jessie Verbrugh
Interview Onno van Ameijde
Met dank aan Jan Haak

Vocale teksten

Origineel

1. Arie und Choral (Bass, Sopran)

Ach Gott, wie manches Herzeleid
Nur Geduld, Geduld, mein Herze,
begegnet mir zu dieser Zeit!
es ist eine böse Zeit!
Der schmale Weg ist Trübsals voll,
Doch der Gang zur Seligkeit
den ich zum Himmel wandern soll.
führt zur Freude nach dem Schmerze.
Nur Geduld, Geduld, mein Herze,
Es ist eine böse Zeit!

2. Rezitativ (Bass)

Verfolgt dich gleich die arge Welt,
so hast du dennoch Gott zum Freunde,
der wider deine Feinde
dir stets den Rücken hält.
Und wenn der wütende Herodes
das Urteil eines schmähen Todes
gleich über unsern Heiland fällt,
so kommt ein Engel in der Nacht,
der lässet Joseph träumen,
dass er dem Würger soll entfliehen
und nach Ägypten ziehen.
Gott hat ein Wort, das dich vertrauend macht.
Er spricht: ‘Wenn Berg und Hügel niedersinken,
wenn dich die Flut des Wassers will ertrinken,
so will ich dich doch nicht verlassen
noch versäumen.           

3. Arie (Sopran)

Ich bin vergnügt in meinem Leiden,
denn Gott ist meine Zuversicht.
Ich habe sichern Brief und Siegel,
und dieses ist der feste Riegel,
den bricht auch selbst die Hölle nicht.  

4. Rezitativ (Sopran)

Kann es die Welt nicht lassen,
mich zu verfolgen und zu hassen,
so weist mir Gottes Hand
ein andres Land.
Ach! könnt es heute noch geschehen,
dass ich mein Eden möchte sehen!       

5. Aria und Choral (Bass, Sopran)

Ich hab für mir ein schwere Reis
Nur getrost, getrost, ihr Herzen,
zu dir ins Himmels Paradeis,
hier ist Angst, dort Herrlichkeit!
Da ist mein rechtes Vaterland,
Und die Freude jener Zeit
daran du dein Blut hast gewandt.
Überwieget alle Schmerzen.
Nur getrost, getrost, ihr Herzen,
hier ist Angst, dort Herrlichkeit!



Vertaling

1. Aria en koraal

Ach God, zo menig hartenleed
Heb geduld, geduld, mijn hart,
moet ik in deze tijd doorstaan!
het is een kwade tijd!
De smalle weg is vol droefenis,
Maar de gang naar de zaligheid
de weg die ik moet gaan om in de hemel te komen. leidt tot vreugde na de smarten.
Heb geduld, geduld mijn hart,
het is een kwade tijd!

2. Recitatief

Al word je door de kwade wereld vervolgd,
je hebt aan God een vriend,
die jou tegen je vijanden verdedigt
en je de rug vrijhoudt.
En als de woedende Herodes
het oordeel uitspreekt van een smadelijke dood, voor onze Heiland,
dan komt er een engel die,
Jozef ’s nachts laat dromen,
dat hij de wurger moet ontkomen
en naar Egypte moet gaan.
God heeft een woord dat je vertrouwen schenkt.
Hij zegt: “Als bergen en heuvels ineenstorten,
als de watervloed je zal laten verdrinken,

dan zal ik je niet verlaten
en niet verzuimen je te helpen.”      

3. Aria

Ik neem genoegen met mijn lijden,
want ik vertrouw op God.
Ik heb een waarborg
die voor mij een veilige grendel is,
die zelfs de hel niet kan doorbreken.           

4. Recitatief

Krijgt de wereld er geen genoeg van
mij te vervolgen en te haten,
dan wijst de hand van God
mij een ander land.
Ach! Als het vandaag al zo kon zijn,
dat ik mijn Eden zou kunnen zien!    

5. Aria en Koraal

Ik heb een zware reis voor me
Wees getroost, getroost, jullie harten,
naar jouw hemelse Paradijs,
hier is angst, daar de heerlijkheid!
daar is mijn ware vaderland,
En de vreugde van de tijd
waarvoor jij jouw bloed hebt opgeofferd.
weegt op tegen alle pijn.
Wees getroost, getroost, jullie harten,
hier is angst, daar de heerlijkheid!


Print

Deze werken vind je misschien ook mooi