BWV 565

All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Toccata en fuga in d klein

BWV 565 uitgevoerd door Leo van Doeselaar
Martinikerk, Groningen

Waarin lijkt organist Leo van Doeselaar op een kok?

Bachs wereldberoemde jeugdzonde

Er is geen Bachcompositie die in onze tijd zo veelvuldig en voor zo uiteenlopende doeleinden is hergebruikt als de Toccata en fuga in d klein, BWV 565.

Van Disneys Fantasia tot The Phantom of the Opera, steeds zorgde het begin van deze compositie voor memorabele momenten. Het geheim? Een felle, met een zogeheten mordent geaccentueerde eerste noot, met daarop volgend dat spannende korte stiltemoment en dan die overdonderende dalende notenreeks (of variaties daarop, zoals in Pirates of the Caribbean). Bachs eigen partituur is jammer genoeg niet overgeleverd, wat tot veel speculaties heeft geleid over het ontstaansjaar van deze wilde, originele en eigenlijk weinig ‘Bachachtige’ compositie.

Veel zou worden opgehelderd als deze toccata en fuga kan worden gesitueerd in Bachs jonge jaren in Arnstadt. Aan het orgel daar ontbrak namelijk een 16-voetsregister op het klavier, wat Bach kan hebben verleid tot octaafverdubbelingen om zo het daverende effect van die openingsmaten te kunnen voortzetten. Octaafverdubbelingen zijn in Bachs latere orgelwerken in elk geval nergens te bekennen. Na het geweld van de ‘geïmproviseerde’ toccata klinkt de strak geregisseerde fuga met zijn onafgebroken reeks snelle noten zeker niet minder heftig. Wellicht schaamde Bach zich later voor zijn onbehouwen jeugdige ‘klavierhuzarenstijl’, zoals zijn biograaf Forkel het noemde, en liet hij het werk verder links liggen. Veel ander vroeg orgelwerk is definitief verloren gegaan. Gelukkig is deze ‘jeugdzonde’ van Bach dankzij kopiist Johannes Ringk voor het nageslacht bewaard gebleven.     

De toccata is, net als de prelude, een ongestructureerde vorm waarin de klavierspeler zijn fantasie de vrije loop kan laten. Maar terwijl Johann Gottfried Walther in zijn Musikalisches Lexicon uit 1732 de prelude kortweg ‘ein Vorspiel’ noemt, omschrijft hij de toccata als een lang stuk waarin beide handen elkaar met passagewerk afwisselen, al of niet begeleid door lange noten van het pedaal. Die uitgesproken vrijgevochtenheid van de toccata hangt samen met de vanaf de zeventiende eeuw in Noord-Duitsland populaire stylus phantasticus. Deze uit Zuid-Europa overgewaaide grillige compositiestijl wordt door diezelfde Walther omschreven als ‘gevrijwaard van elke dwang.’ Opmerkelijk dus dat zowel de toccata als de prelude vaak een paar vormt met de aan strenge compositieregels onderworpen fuga. Mede omdat de fuga haar thematische materiaal ontleent aan het voorgaande deel, wordt zo in het geheel toch weer structuur aangebracht.  


BWV
565

Titel
Toccata en fuga in d klein

Genre
orgelwerk

Jaartal
1703-1707

Stad
Arnstadt

Autograaf
Ongedateerde kopie van Johannes Ringk, Preussischer Kulturbesitz Handschrift Mus. Ms. Bach P595

Bijzonder
Mogelijk is dit werk een bewerking van een verloren gegaan vioolstuk.

Cast & Crew

publicatiedatum 2 mei 2014
opnameDATUM 8 oktober 2013
LOCATIE Martinikerk, Groningen
ORGEL Arp Schnitger, 1692
ORGANIST Leo van Doeselaar
REGISTRANT Tim Knigge
PRODUCTIE Frank van der Weij
CAMERAREGIE Jan Van den Bossche, Frank van der Weij
DIRECTORS OF PHOTOGRAPHY Jorrit Garretsen, Sal Kroonenberg
MUZIEKPRODUCTIE, MONTAGE en MIX Holger Schlegel
BeeldMONTAGE Leonie Hoever, Dylan Glyn Jones
Kleurcorrectie Petro van Leeuwen
PRODUCTIE-ASSISTENTIE Marco Meijdam, Zoë de Wilde
MET DANK AAN Jan Haak

Vocale teksten

Origineel

Vertaling

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi