Ich will den Kreuzstab gerne tragen

Origineel

1. Aria

Ich will den Kreuzstab gerne tragen,
er kömmt von Gottes lieber Hand,
der führet mich nach meinen Plagen
zu Gott, in das gelobte Land.
Da leg ich den Kummer
auf einmal ins Grab,
da wischt mir die Tränen
mein Heiland selbst ab.

2. Rezitativ

Mein Wandel auf der Welt
ist einer Schiffahrt gleich:
betrübnis, Kreuz und Not
sind Wellen, welche mich bedecken
und auf den Tod
mich täglich schrecken;
mein Anker aber, der mich hält,
ist die Barmherzigkeit,
womit mein Gott mich oft erfreut.
Der rufet so zu mir:
ich bin bei dir,
ich will dich nicht verlassen
noch versäumen!
Und wenn das wütenvolle Schäumen
sein Ende hat,
so tret ich aus dem Schiff in meine Stadt,
die ist das Himmelreich,
wohin ich mit den Frommen
aus vielem Trübsal werde kommen.

3. Aria

Endlich, endlich wird mein Joch
wieder von mir weichen müssen.
Da krieg ich in dem Herren Kraft,
da hab ich Adlers Eigenschaft,
da fahr ich auf von dieser Erden
und laufe sonder matt zu werden.
O gescheh es heute noch!

4. Rezitativ

Ich stehe fertig und bereit,
das Erbe meiner Seligkeit
mit Sehnen und Verlangen
von Jesus Händen zu empfangen.
Wie wohl wird mir geschehn,
wenn ich den Port der Ruhe werde sehn.
Da leg ich den Kummer
auf einmal ins Grab,
da wischt mir die Tränen
mein Heiland selbst ab.

5. Choral

Komm, o Tod, du Schlafes Bruder,
komm und führe mich nur fort;
löse meines Schiffleins Ruder,
bringe mich an sichern Port!
Es mag, wer da will, dich scheuen,
du kannst mich vielmehr erfreuen;
denn durch dich komm ich herein
zu dem schönsten Jesulein.


Vertaling

1. Aria

Graag wil ik de kruisstaf dragen,
hij komt uit de goede hand van God,
hij leidt mij na mijn leed
naar God in het beloofde land.
Daar draag ik alle bekommeringen
in een keer ten grave,
daar worden mijn tranen gedroogd
door de Heiland zelf.

2. Recitatief

Mijn leven op aarde
is als een scheepstocht:
de droefenis, bekommeringen en nood
zijn de golven die mij willen verslinden
en mij doodsangst aanjagen,
iedere dag opnieuw.
Maar het anker waaraan ik mij kan vasthouden, is de barmhartigheid,
waarmee mijn God mij vaak verblijdt.
Hij roept tot mij:
ik sta je bij,
ik zal je niet verlaten
of in de steek laten!
En als de woelige schuimkoppen
tot rust zijn gekomen,
dan ga ik van boord en betreed mijn stad,
die het hemelrijk is,
waar ik met de gelovigen
het tranendal achter mij kan laten.

3. Aria

Eindelijk, eindelijk zal het juk
mij weer worden afgenomen.
De Heer geeft mij kracht,
de sterkte van een adelaar,
ik ontstijg deze aarde
en loop zonder moe te worden.
O, als dat vandaag nog zou gebeuren!

4. Recitatief

Ik sta klaar en ben bereid,
mijn zalige erfenis
in hoop en verlangen
te ontvangen uit handen van Jezus.
Hoe goed zal het mij vergaan,
als ik de rustige haven tegemoet kan zien.
Daar draag ik alle bekommeringen
in een keer ten grave,
daar worden mijn tranen gedroogd
door de Heiland zelf.

5. Koraal

Kom, dood, broeder van de slaap,
kom en breng mij hier vandaan;
maak het roer van mijn scheepje los,
en breng mij naar een veilige haven!
Ook als anderen u schuwen,
ik kan me in u verheugen;
want door u kom ik terecht
bij het mooie Jezuskind.