All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Ich armer Mensch, ich Sündenknecht

BWV 55 uitgevoerd door Thomas Hobbs en de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven
Waalse Kerk, Amsterdam

"Bachs enige cantate voor solo tenor is heel persoonlijk."

Heel persoonlijk

Bachs enige solocantate voor tenor verbergt een tweede ‘Erbarme dich’.

Deze enige (overgeleverde) Bachcantate voor solo-tenor vertoont opvallende overeenkomsten met de Matthäus-Passion, BWV 244. Zoals Petrus in de passie na het driemaal verloochenen van Jezus tot het inzicht komt dat hij heeft gezondigd, zo doet de tenor hier lijdzaam boete als ‘Sündenknecht’. Alleen al zijn chromatisch dalende frase op ‘ich armer Mensch’ aan het eind van de openingsaria getuigt van een schrijnend schuldgevoel. Voor tenor Thomas Hobbs is het extra bijzonder dat de tekst hier in de ik-persoon is. “Dan kun je je makkelijker identificeren met wat je zingt.”

Na het eerste deel vol zelfmedelijden volgt een roep om ontferming, een ‘Erbarme dich’, net als na Petrus’ verloochening in de Matthäus-Passion. De aria begint met dezelfde wanhopige sprong (een sext) omhoog, in dit geval door de fluit. Om de vergelijking compleet te maken: hetzelfde koraal dat volgt op het ‘Erbarme dich’ in de passie, sluit nu de cantate af.

Slotkoraal
Het slotkoraal wordt in deze uitvoering gezongen door vier solisten. De lijnen worden dan expressiever en je hoort meer detail. “Als er in Bachs muziek een twee- of driestemmig stuk staat, denkt niemand er aan om dat met meerdere stemmen per partij te bezetten. Maar als het vierstemmig is, zou er ineens wel een koor moeten zijn. Ik vind in zo’n solocantate de keuze voor slechts vier zangers heel goed te verantwoorden,” aldus artistiek leider en dirigent Jos van Veldhoven.


BWV
55

Titel
Ich armer Mensch, ich Sündenknecht

Genre
cantate

Jaartal
1726

Stad
Leipzig

Tekstdichter
onbekend

Bestemming
tweeëntwintigste zondag na Trinitatis

Eerste uitvoering
17 november 1726

Cast & Crew

Publicatiedatum 15 september 2017
Opnamedatum 22 oktober 2016
Locatie Waalse Kerk, Amsterdam
Dirigent Jos van Veldhoven
sopraan Miriam Feuersinger
alt Alex Potter
tenor Thomas Hobbs
bas Stephan MacLeod
viool 1 Shunske Sato, Pieter Affourtit, Anneke van Haaften, Hanneke Wierenga
viool 2 Sayuri Yamagata, Paulien Kostense, Annelies van der Vegt
altviool Staas Swierstra, Jan Willem Vis
cello Lucia Swarts, Richte van der Meer
contrabas Robert Franenberg
fluit Marten Root
hobo Martin Stadler
orgel Leo van Doeselaar
klavecimbel Siebe Henstra
Regie Bas Wielenga
Regieassistent Ferenc Soetman
muziekopname Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt, Pim van der Lee
Audiomontage -en mix Guido Tichelman
Camera Bart ten Hakel, Merijn Vrieling, Ivo Palmen, Chris Reichgelt
Camera stagiair Klazina Westra
Licht Zen Bloot
Lichtassistent Patrick Galvin, Henry Rodgers
Beeldtechniek Vincent Nugteren
Settechniek Justin Mutsaers
Interview Gijs Besseling
Datahandling Jesper Blok
Projectmanager NEP Jochem Timmerman
projectvoorbereiding NEP Peter Ribbens
Productie concert Imke Deters
productie film Jessie Verbrugh

Vocale teksten

Origineel

1. Arie (Tenor)

Ich armer Mensch, ich Sündenknecht,
ich geh vor Gottes Angesichte
mit Furcht und Zittern zum Gerichte.
Er ist gerecht, ich ungerecht,
Ich armer Mensch, ich Sündenknecht!

2. Rezitativ (Tenor)

Ich habe wider Gott gehandelt
und bin demselben Pfad
den er mir vorgeschrieben hat,
nicht nachgewandelt.
Wohin?
Soll ich der Morgenröte Flügel
zu meiner Flucht erkiesen,
die mich zum letzten Meere wiesen,
so wird mich doch die Hand
des Allerhöchsten finden
und mir die Sündenrute binden.
Ach ja! Wenn gleich die Höll ein Bette
vor mich und meine Sünden hätte,
so wäre doch der Grimm
des Höchsten da.
Die Erde schützt mich nicht,
Sie droht mich Scheusal
zu verschlingen;
Und will ich mich
zum Himmel schwingen,
Da wohnet Gott,
der mir das Urteil spricht.

3. Arie (tenor) 

Erbarme dich!
Lass die Tränen dich erweichen,
lass sie dir zu Herzen reichen;
lass um Jesu Christi willen
deinen Zorn des Eifers stillen!
Erbarme dich!

4. Rezitativ (Tenor)

Erbarme dich!
Jedoch nun tröst ich mich,
ich will nicht für Gerichte stehen
und lieber vor dem Gnadenthron
zu meinem frommen Vater gehen.
Ich halt ihm seinen Sohn,
sein Leiden, sein Erlösen für,
Wie er für meine Schuld
bezahlet und genung getan,
und bitt ihn um Geduld:
hinfüro will ichs nicht mehr tun.
So nimmt mich Gott
zu Gnaden wieder an.

5. Choral 

Bin ich gleich von dir gewichen,
Stell ich mich doch wieder ein.;
Hat uns doch dein Sohn verglichen
durch sein Angst und Todespein.
Ich verleugne nicht die Schuld,
aber deine Gnad und Huld
Ist viel grösser als die Sünde,
die ich stets bei mir befinde.



Vertaling

1. Aria

Ik armzalig mens, ik knecht van de zonde,
voor Gods aangezicht ga ik
met angst en beven naar het gericht.
Hij is rechtvaardig, ik ben onrechtvaardig,
ik armzalig mens, ik knecht van de zonde!

2. Recitatief

Ik heb in strijd met Gods wil gehandeld
en heb het pad
dat hij mij heeft voorgeschreven
niet gevolgd.
Waar moet ik heen?
Zelfs als ik de vleugels van het morgenrood
zou kiezen om daarmee te vluchten
naar het uiteinde van de zee,
zal de hand van de allerhoogste
mij toch vinden
en mij mijn zonden betaald zetten.
Ach ja! Zelfs als de hel mij
en mijn zonden zou opnemen,
zou toch de gramschap
van de allerhoogste daar zijn.
De aarde beschermt mij niet,
ze dreigt mij, monster,
te verslinden;
en als ik naar de hemel
wil zweven,
dan woont God daar,
die het vonnis over mij uitspreekt.

3. Aria

Ontferm u,
laat mijn tranen u vermurwen
laat ze uw hart bereiken,
matig ter wille van Jezus Christus
uw naijverige toorn,
ontferm u!

4. Recitatief

Ontferm u!
Maar nu troost ik mij,
ik wil niet voor het gericht staan
en liever naar de genadetroon
van mijn vrome vader gaan.
Ik houd hem zijn zoon voor,
diens lijden, diens verlossingswerk,
dat hij voor mijn schuld heeft betaald
en genoegdoening heeft gegeven,
en ik vraag hem om geduld,
voortaan zal ik het niet meer doen.
Dan neemt God
mij weer genadig aan.

5. Koraal

Al ben ik van u afgedwaald,
ik kom weer bij u terug;
uw zoon heeft ons immers verzoend
met zijn angst en zijn doodspijn.
Ik loochen mijn schuld niet,
maar uw genade en gunst
zijn veel groter dan de zonde
die ik voortdurend bij mezelf aantref.


Print

Deze werken vind je misschien ook mooi