All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Sonate nr. 3 in d klein

BWV 527 uitgevoerd door Matthias Havinga
Sint-Bavokerk, Haarlem

"In deze triosonate speelt het pedaal een actieve rol en is gelijkwaardig aan de twee manuaal stemmen; dat maakt het zo moeilijk om te spelen."

Simpele conversatie

Bachs eenvoudigste triosonate is een groot duet.

In de oren van zeventiende- en achttiende-eeuwse muziekdenkers als Mattheson, Rousseau en Schubart stond de toonsoort d klein voor melancholie, devotie, gravitas, sérieux. Bach moet hetzelfde hebben gedacht: deze sonate in d klein begint met een inzet die klinkt als een onzekerheid, en bovendien nadrukkelijk Andante. Na het schuchtere begin slaat Bach aan het experimenteren door bijna wild met motieven te jongleren en nieuwe toonsoorten op te zoeken.
Het hele stuk is opgezet als een ogenschijnlijk simpel gesprek tussen de twee bovenstemmen, begeleid door een continuobas. Het Adagio – de tempo-aanduiding werd later Adagio e dolce – lijkt een galant, ongecompliceerd fluitduet. Bach hergebruikte het zelf in zijn Concert in a klein, BWV 1044 en Mozart in zijn Strijktrio, KV 405a.
Het slotdeel, een uitbundig Vivace, stelt beduidend meer technische eisen aan de organist. In vorm lijkt deze tweestemmige fuga op een rondo, met tussen de hernemingen van het thema een catalogus van imiterende trioolfiguurtjes die springen van stem naar stem. En dat soort uitdaging, daar houdt organist Matthias Havinga wel van.

Orgel
Deze opname is gemaakt op het beroemde Müller-orgel in de Grote of Sint-Bavokerk in Haarlem. Het is een zeer bijzonder instrument uit 1738. Zowel Georg Friedrich Händel als Wolfgang Amadeus Mozart reisden naar Haarlem af om dit orgel te bespelen! Händel was erg gecharmeerd van het bijzondere Vox Humana-register. Het orgel telt ruim 5000 pijpen, verdeeld over 64 registers, en heeft drie manualen en pedaal.

Zes sonates, BWV 525-530
Rond 1727-1730 introduceerde Bach een nieuw orgelgenre: de triosonate. Als kamermuziek was dit type sonate allang een vaste waarde in de barok, met twee melodie-instrumenten en bas, of een solist en klavier, maar nog nooit klonken de drie stemmen op één instrument. Door handige registratie is ook op orgel een klankrijkdom te bereiken, maar dan begint het pas: de zes sonates gelden namelijk als uitzonderlijk moeilijk. Zo stelt Schweitzer dat “wie deze sonates grondig bestudeert, eigenlijk noch in de oude, noch in de moderne orgelliteratuur nog moeilijkheden zal tegenkomen. […] Hij heeft absolute precisie in zijn spel bereikt, de ultieme voorwaarde van de ware orgelkunst; in dit gecompliceerde triospel is zelfs de kleinste onregelmatigheid immers angstwekkend duidelijk te horen.”
Biograaf Forkel noteerde dat Bach de collectie schreef (of herwerkte uit ouder materiaal) voor de studie van Wilhelm Friedemann, die hij “zo opleidde tot de grote organist die hij later werd”. Misschien is die context ook de reden dat hij de Italiaanse concertstijl hier en daar galant kleurt, geïnspireerd door de opera’s in Dresden waar Friedemann blijkbaar een groot fan van was. De sonates bleven lang invloedrijk, onder meer voor de jonge Mendelssohn. Hun kamermuzikale oorsprong niet te na gesproken, is dit op en top klaviermuziek, met een uniek spel tussen beide handen. De bijna eindeloze variatie in vorm maakt de bundel tot een wereld op zich.


BWV
527

Titel
Sonate nr. 3 in d klein

Genre
orgelwerk (triosonate)

Serie
Zes sonates

Jaartal
1727-1732

Stad
Weimar/Leipzig

Bijzonder
Bach bewerkte het tweede deel voor het Concert in a klein voor fluit, viool en klavecimbel, BWV 1044.

Cast & Crew

Publicatiedatum 10 maart 2017
opnamedatum 21 september 2016
Locatie Sint-Bavokerk, Haarlem
Organist Matthias Havinga
Orgel Müllerorgel
Regie Bas Wielenga
muziekopname Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt
audiomontage -en mix Guido Tichelman
camera Bas Wielenga, Jeroen Simons
licht Gregoor van de Kamp
Productie Jessie Verbrugh
Interview Onno van Ameijde

Vocale teksten

Origineel

Vertaling

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi