BWV 525

All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Sonate nr. 1 in Es groot

BWV 525 uitgevoerd door Wolfgang Zerer
Sint-Catharinakerk, Hamburg

Voor organist Wolfgang Zerer kan deze triosonate niet lang genoeg duren.

De puntjes op de i

Met zes sonates rondde Bach de muzikale opleiding van zijn oudste zoon af.

Deze sonate maakt deel uit van een bundel die Bach samenstelde voor zijn zoon Wilhelm Friedemann. Er is geen ander voor wie Bach zo veel en zo op de persoon toegesneden muziek heeft gecomponeerd en verzameld. Hij begon daar al mee voor diens tiende verjaardag. Wilhelm Friedemann was dan ook hoog getalenteerd. Rond zijn twintigste verzamelde Bach voor hem zes orgeltriosonates. Dit op en top Italiaanse stuk is de eerste daarvan. Een hoogtepunt uit de orgelliteratuur, waarin Bach vernieuwing, ook qua stijl, combineert met hoge technische eisen.
Bach moet ervan overtuigd zijn geweest dat hij hiermee de puntjes op de i zette van de muzikale opleiding van zijn zoon. En het bracht Wilhelm Friedemann in 1733 inderdaad daar waar zijn vader hem graag wilde zien. Hij werd dat jaar organist van de Sophienkirche in Dresden, waar dertien jaar eerder een orgel van Bachs goede vriend Silbermann was ingewijd. Bach zelf schreef en ondertekende de sollicitatiebrief voor zijn inmiddels tweeëntwintigjarige zoon, en leverde ook de compositie die hij diende te spelen bij zijn proefspel (BWV 541).
Deze ongetwijfeld goedbedoelde zorgen van vader Bach waren misschien ingegeven door het eerdere mislukken van een sollicitatie in Halberstadt. Maar of Friedemann gelukkig is geworden van zijn vaders bemoeienis, is de vraag. Want hoewel gewapend met gouden handen en een voorbeeldige opleiding, was hij toch een late representant van een snel uitdovende stijlperiode. Hoezeer de zes sonates vanuit het oogpunt van vader Bach ook aansloten bij de moderne tijd, voor Friedemann waren het wellicht de zijden koorden waarmee hij zich aan de ambities van zijn ouderwetse vader verbonden wist. Het is in elk geval treurig om te zien dat Friedemann, anders dan zijn jongere broers Carl Philipp Emanuel en Johann Christian, niet echt aansluiting heeft weten te vinden met de nieuwe tijd – de galante trekjes van deze sonates ten spijt. Een leven vol halfslachtige keuzes en een roemloos einde was zijn deel.

Zes sonates, BWV 525-530
Rond 1727-1730 introduceerde Bach een nieuw orgelgenre: de triosonate. Als kamermuziek was dit type sonate allang een vaste waarde in de barok, met twee melodie-instrumenten en bas, of een solist en klavier, maar nog nooit klonken de drie stemmen op één instrument. Door handige registratie is ook op orgel een klankrijkdom te bereiken, maar dan begint het pas: de zes sonates gelden namelijk als uitzonderlijk moeilijk. Zo stelt Schweitzer dat “wie deze sonates grondig bestudeert, eigenlijk noch in de oude, noch in de moderne orgelliteratuur nog moeilijkheden zal tegenkomen. […] Hij heeft absolute precisie in zijn spel bereikt, de ultieme voorwaarde van de ware orgelkunst; in dit gecompliceerde triospel is zelfs de kleinste onregelmatigheid immers angstwekkend duidelijk te horen.”

Biograaf Forkel noteerde dat Bach de collectie schreef (of herwerkte uit ouder materiaal) voor de studie van Wilhelm Friedemann, die hij “zo opleidde tot de grote organist die hij later werd”. Misschien is die context ook de reden dat hij de Italiaanse concertstijl hier en daar galant kleurt, geïnspireerd door de opera’s in Dresden waar Friedemann blijkbaar een groot fan van was. De sonates bleven lang invloedrijk, onder meer voor de jonge Mendelssohn. Hun kamermuzikale oorsprong niet te na gesproken, is dit op en top klaviermuziek, met een uniek spel tussen beide handen. De bijna eindeloze variatie in vorm maakt de bundel tot een wereld op zich.


BWV
525

Titel
Sonate nr. 1 in Es groot

genre
orgelwerk (triosonate)

serie
zes sonates

Jaartal
1727-32

stad
Leipzig

Bijzonder
Waarschijnlijk een bewerking van een verloren gegane compositie.

Cast & Crew

publicatiedatum 18 september 2015
opnamedatum 21 oktober 2014
LOCATIE Sint-Catharinakerk, Hamburg
ORGEL Verschillende bouwers van de 15de tot de 19de eeuw. Restauratie: Flentrop 2013.
ORGANIST Wolfgang Zerer
PRODUCTIE Frank van der Weij
CAMERAREGIE Jan Van den Bossche
DIRECTOR OF PHOTOGRAPHY Sal Kroonenberg
CAMERA ASSISTENTEN Andreas Grotevent, Lucas Lütz
MUZIEKPRODUCTIE, MONTAGE en MIX Holger Schlegel
BEELDMONTAGE Jasper Verkaart
Met dank aan Vadim Dukart, Andreas Fischer

Vocale teksten

Origineel

Vertaling

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi