BWV 500

All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

So gehst du nun, mein Jesu, hin

BWV 500 uitgevoerd door Charles Daniels,
Mieneke van der Velden, Fred Jacobs en Menno van Delft
in het Huis Bartolotti, Amsterdam

Charles Daniels en Menno van Delft vertellen over het Musicalisches Gesang-Buch G.C. Schemelli.

Met de neus op de feiten

Schemelli streefde de concurrentie voorbij met Bach.

In dit lied voor persoonlijke devotie gaan Jezus en de ziel met elkaar in dialoog. Zo dankbaar en opgelucht als de ziel haar gebed opent, zo fel komt Jezus met Zijn repliek uit de hoek. Realiseert de gelovige zich wel hoe gemakkelijk ze ervan af komt, ondanks al haar misdaden en giftige zonde? Hoe zwaar de staf wel niet is die Hij moet dragen, zodat zij eeuwig mag leven? Dit lied van Kaspar Friedrich Nachtenhöfer werd overigens ook gezongen op de melodie Was mein Gott will, das g’scheh allzeit, wat de pittige tekst een meer triomfantelijke toets geeft. Zanger Charles Daniels kon zich goed voorstellen dat een dergelijk lied in de familie Bach door twee personen werd gezongen, en dan afwisselend in verschillende ligging, zoals hij hier ook doet.

Musicalisches Gesang-Buch G.C. Schemelli
Liedboeken voor privégebruik waren in de achttiende eeuw een belangrijke tool voor eenvoudige, huiselijke devotie. Zo verschenen van Johann Freylinghausens Geistreiches Gesangbuch maar liefst 17 edities tussen 1704 en 1734. Twee jaar later lanceerde piëtist Georg Christian Schemmel alias Schemelli zijn eigen gezangboek met niet minder dan 954 gezangen, waarvan 69 met melodie, tekstbegin en baslijn. Om de concurrentie voorbij te streven, betrok hij misschien wel de beroemdste muziekconsulent ooit, én de muziekleraar van zijn zoontje: Bach. Van de 21 originele melodieën in de bundel (BWV 439-509) worden er na intensief onderzoek nog maar drie met zekerheid toegeschreven aan de Thomascantor: BWV 452, 478 en 505; de andere zijn begeleidingen, herwerkingen en verbeteringen. Bachs precieze rol in Schemelli’s Gesangbuch zal wel altijd een mysterie blijven.


BWV
500

titel
So gehst du nun, mein Jesu, hin

genre
lied

serie
Musicalisches Gesang-Buch G.C. Schemelli

Jaartal
1722-1725

Stad
Köthen/Leipzig

Cast & Crew

publicatiedatum 31 mei 2019
opnamedatum 12 mei 2018
locatie Huis Bartolotti, Amsterdam
tenor Charles Daniels
viola da gamba Mieneke van der Velden
theorbe Fred Jacobs
orgel Menno van Delft
Regie, camera en licht Gijs Besseling
Muziekopname Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt
Audiomontage en -mix Guido Tichelman
Camera, licht Nina Badoux
Camera- en lichtassistentie Eline Eestermans
Interview Onno van Ameijde, Marloes Biermans
Productie concert Marco Meijdam
Productie opname Jessie Verbrugh
Met dank aan Stichting Elise Mathilde Fonds

Vocale teksten

Origineel

Seele
So gehst du nun, mein Jesu, hin,
den Tod für mich zu leiden,
für mich, der ich ein Sünder bin,
der dich betrübt in Freuden.
Wohlan! Fahr fort,
du edler Hort,
mein Augen sollen fließen
ein Tränensee,
mich Ach und Weh,
die Leiden zu begießen.

Jesus
Ach Sünd! Du schädlich Schlangengift,
wie weit kannst du es bringen!
Dein Lohn, der Fluch, mich itzt betrifft,
in Tod tut er mich bringen.
Itzt kommt die Nacht
Der Sündenmacht
Fremd Schuld muss ich abtrage.
Betracht es recht,
du Sündenknecht,
nun darfst du nicht mehr zagen.

Seele
Ich, ich, Herr Jesu, sollte zwar
der Sündenstrafe leiden
an Leib und Seel, an Haupt und Haar,
auch ewig aller Freuden
beraubet sein
und leiden Pein,
so nimmst du hin die Schulde.
Dein Blut und Tod
Bringt mich für Gott,
ich bleib in deiner Hulde.

Jesus
Ja, liebe Seel, ich büß die Schuld,
die du hättst sollen büßen.
Erkenne daraus meine Huld,
die ich dir ließ genießen.
Ich nehm den Fluch,
und einzig Sach,
vom Fluch dich zu befreien.
Denk meiner Lieb,
durch deren Trieb
die Segen dir gedeihen.

Seele
Was kann vor solche Liebe dir,
Herr Jesu, ich wohl geben?
Ich weiß und finde nichts an mir,
doch will, weil ich wird leben,
mich Liebster dir,
hier nach Gebühr,
zu dienen ganz verschreiben,
auch nach der Zeit,
in Ewigkeit,
dein Diener sein und bleiben.





Vertaling

Ziel
Nu gaat u op weg, mijn Jezus,
om voor mij te sterven,
voor mij, een zondaar,
die u verdriet doet in vreugde.
Welaan! Ga,
edele toeverlaat,
laten mijn ogen stromen
als een zee van tranen,
ach en wee,
om het lijden te begieten.

Jezus
Ach zonde! schadelijk slangengif,
hoe erg kun je het maken!
Jouw loon, de vloek die mij nu treft
stuurt mij de dood in.
Nu komt de nacht,
de macht van de zonde,
ik moet de schuld van anderen aflossen.
Kijk er goed naar,
jij slaaf van de zonde,
nu mag je niet meer aarzelen.

Ziel
Ik, ik, Heer Jezus, zou eigenlijk
de straf voor mijn zonden moeten ondergaan aan lichaam en ziel, aan hoofd en haren, en voor eeuwig zou ik van alle vreugden beroofd moeten zijn
en pijn moeten lijden,
maar u neemt de schulden op zich.
Uw bloed en uw dood
brengen mij naar God,
ik blijf in uw genade.

Jezus
Ja, lieve ziel, ik betaal de schuld
die jij had moeten betalen.
Zie dat als blijk van mijn genade
die ik jou heb geschonken.
Ik neem de vloek op mij
alleen maar om jou
van de vloek te bevrijden.
Denk aan mijn liefde
die ervoor zorgt
dat jij gezegend wordt.

Ziel
Wat kan ik u voor die liefde,
Heer Jezus, toch geven?
Ik kan niets bedenken en vinden,
maar ik wil mij, omdat ik zal leven,
geliefde Jezus,
hier naar behoren
geheel aan uw dienst wijden,
en ook na deze tijd
in eeuwigheid
uw dienaar zijn en blijven.



Print

Deze werken vind je misschien ook mooi