All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Liebster Jesu, mein verlangen

BWV 32 uitgevoerd door Monika Mauch, Stephan MacLeod en de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven.
Martinikerk, Groningen

Sopraan Monika Mauch en bas Stephan MacLeod over hun 'rol' in deze cantate.

Eind goed al goed

Bach viert de goede afloop met een bijna boerse dans.

In deze even tere als tedere cantate gaat de ziel in dialoog met Jezus. De bijbehorende evangelietekst gaat over de twaalfjarige Jezus die aan zijn ouders ontsnapt en pas na enkele dagen wordt teruggevonden in de tempel. Hij blijkt in gesprek verwikkeld met wijze mannen. In de eerste aria omklemmen de hobo en de sopraan elkaar in een even intense als droeve weeklacht. Je voelt de wanhoop, en het lijkt alsof Maria zelf aan het woord is. Maar toch doen we Bach tekort als we deze sopraanpartij alleen als personificatie van Maria zien, zo vindt sopraan Monika Mauch. Haar zoektocht ook worden opgevat als metafoor voor de dolende ziel.

Dat blijkt des te meer als het antwoord op haar vragen vervolgens niet komt van de kleine Jezus waar Maria naar op zoek was, maar van de volwassen Christus. Bach laat in diens lyrische aria een virtuoze vioolpartij Gods troost illustreren. Dan vinden Jezus en de ziel elkaar, wat door de sopraan wordt gevierd met een dankbaar arioso. Samen barsten ze uit in een opgelucht ‘Nun verschwinden alle Plagen’. Bach goot dit stuk in de vorm van een bekende dans, een gavotte, waaraan de hobo en vooral de jubelende violen een stevige bijdrage leveren. Na deze ‘uitsmijter’ voegde Bach nog een waardig en bedachtzaam slot toe, waarvoor hij te rade ging bij de hymne ‘Weg, mein Herz, mit den Gedanken’.


BWV
32

titel
Liebster Jesu, mein Verlangen

genre
cantate (dialoogcantate)

jaartal
1726

Stad
Leipzig

Tekstdichter
Georg Christian Lehms, 1711

Bestemming
Eerste zondag na Driekoningen

Eerste uitvoering
13 januari 1726

Cast & Crew

publicatiedatum 29 january 2016
opnamedatum 26 september 2015
Locatie Martinikerk, Groningen
Dirigent Jos van Veldhoven
sopraan Monika Mauch
bas Stephan MacLeod
alt Maarten Engeltjes
tenor João Moreira
VIOOL 1 Shunske Sato, Annabelle Ferdinand, Anneke van Haaften, Annelies van der Vegt
VIOOL 2 Sayuri Yamagata, Pieter Affourtit, Paulien Kostense
altviool Staas Swierstra, Deirdre Dowling
cello Lucia Swarts, Richte van der Meer
contrabas Robert Franenberg
hobo Martin Stadler
fagot Benny Aghassi
klavecimbel Siebe Henstra
orgel Leo van Doeselaar
CAMERAREGIE en Montage Simon Aarden
MUZIEKOPNAME Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt, Micha de Kanter
Audiomontage en -mixage Guido Tichelman
CAMERA Jorrit Garretsen, Bart Ten Harkel, Chris Reichgelt, Jochem Timmerman
LICHT Daan de Boer, Gijs 't Hoen
Regie-assistentie Niek Wijns
Beeldtechniek Niels Cnossen
Beeldmontage Pjotr 's Gravesande
Productie techniek Marco Korzelius
PRODUCTIE CONCERT Marco Meijdam, Imke Deters
Productie Jessie Verbrugh
interview Onno van Ameijde
Met dank aan Jan Haak

Vocale teksten

Origineel

1. Arie

Seele
Liebster Jesu, mein Verlangen,
sage mir, wo find' ich dich?
Soll ich dich so bald verlieren
und nicht ferner bei mir führen?
Ach! mein Hort, erfreue mich,
lass dich höchst vergnügt umfangen.
 

2. Rezitativ

Jesus
Was ist's, dass ihr mich gesuchet?
Weisst du nicht,
dass ich sein muss in dem,
das meines Vaters ist?
 

3. Arie

Jesus
Hier, in meines Vaters Stätte,
Find't mich ein betrübter Geist.
Da kannst du mich sicher finden
und dein Herz mit mir verbinden,
weil dies meine Wohnung heisst.
 

4. Rezitativ

Seele
Ach!, heiliger und grosser Gott,
so will ich mir denn hier, bei dir,
beständig Trost und Hilfe suchen.
Jesus
Wirst du den Erdentand verfluchen
und nur in diese Wohnung geh'n,
so kannst du hier und dort besteh'n.
Seele
Wie lieblich ist doch deine Wohnung,
Herr, starker Zebaoth!
Mein Geist verlangt nach dem,
was nur in deinem Hofe prangt;
mein Leib und Seele freuet sich
in dem lebend'gen Gott.
Ach, Jesu! meine Brust
liebt dich nun ewiglich.
Jesus
So kannst du glücklich sein,
wenn Herz und Geist
aus Liebe gegen mich entzündet heisst.
Seele
Ach! dieses Wort, das itzo schon
mein Herz aus Babels Grenzen reisst,
fass' ich mir andachtsvoll
in meiner Seele ein.
 

5. Duett

Jesus
Nun verschwinden alle Plagen,
nun verschwindet Ach und Schmerz.
Seele
Nun will ich nicht von dir lassen!
Jesus
Und ich dich auch stets umfassen!
Seele
Nun vergnüget sich mein Herz,
Jesus
und kann voller Freude sagen:
Seele, Jesus
Nun verschwinden alle Plagen,
nun verschwindet  Ach und Schmerz!

6. Choral

Mein Gott, öffne mir die Pforten
solcher Gnad' und Gütigkeit,
lass mich allzeit aller Orten
schmecken deine Süssigkeit!
Liebe mich und treib' mich an,
dass ich dich, so gut ich kann,
wiederum umfang' und liebe
und ja nun nicht mehr betrübe.







Vertaling

1. Aria

Ziel
Liefste Jezus, mijn verlangen,
zeg me, waar vind ik je?
Moet ik je zo spoedig verliezen
en niet langer bij me hebben?
Ach! Mijn toevlucht, verblijd mij,
laat je vol genoegen omhelzen.

2. Recitatief

Jezus
Wat is het, dat je me zocht?
Weet je niet,
dat ik moet zijn
in het huis van mijn vader?

3. Aria

Jezus
Hier, in het huis van mijn vader,
kan een bedroefde geest mij vinden.
Daar kun je mij zeker vinden
en je hart met mij verbinden,
omdat dit mijn woning is.

4. Recitatief

Ziel 
Ach, heilige en grote God,
zo zal ik hier, bij jou,
immer troost en hulp zoeken.
Jezus
Vervloek je het aards gebeuzel
en kom je slechts in deze woning,
dan kun je hier en daar bestaan.
Ziel
Hoe lieflijk is toch je woning,
Heer, sterke Zebaoth!
Mijn geest verlangt naar dat,
wat enkel in jouw woning prijkt;
mijn lijf en geest verheugt zich
in de levende God.
Ach, Jezus! Mijn hart
bemint je nu eeuwig.
Jezus
Zo kun je gelukkig zijn,
wanneer hart en geest
uit liefde voor mij zijn ontvlamd.
Ziel
Ach! Dit woord, dat mijn hart nu al
uit de grenzen van Babel rukt,
pak ik aandachtig in
in mijn ziel.

5. Duet

Jezus
Nu verdwijnen alle plagen,
nu verdwijnt ach en wee.
Ziel
Nu wijk ik niet van je zijde!
Jezus
Steeds zal ik je omhelzen!
Ziel
Nu verheugt zich mijn hart
Jezus
en kan vol vreugde zeggen:
Ziel, Jezus
nu verdwijnen alle plagen,
nu verdwijnt ach en wee.

6. Koraal

Mijn God, open mij de poorten
van zulke genade en goedigheid,
laat mij steeds en overal
proeven van uw zoetigheid!
Heb me lief en spoor me aan,
Dat ik je, zo goed ik kan,
Weer omhels en liefheb
En nimmer meer bedroef.


Print

Deze werken vind je misschien ook mooi