BWV 299

All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Dir, dir Jehova, will ich singen

BWV 299 uitgevoerd door Charles Daniels, Mieneke van der Velden, Menno van Delft en Fred Jacobs
in het Huis Bartolotti, Amsterdam

Tenor Charles Daniels vertelt over het Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach.

Huismuziek

Van persoonlijke devotie naar grootschalige samenzang.

Bach harmoniseerde niet alleen bestaande koraalmelodieën maar schreef zelf ook nieuwe muziek voor bestaande koraalteksten. Zoals hier in de vorm van een koraallied voor een zangstem met basso continuo. Het is duidelijk huismuziek, zoals Charles Daniels in het interview uitlegt. Perfect geschikt dus voor de achttiende-eeuwse salon in Huis Bartolotti.

Met de grote sprongen heeft de melodie van dit lied een persoonlijk en solistisch karakter. Je zou het niet meteen associeren met grootschalig, openbaar nationalisme. Toch was in Duitsland precies dit koraal in het begin van de twintigste eeuw immens populair. Ongeveer honderd jaar geleden, midden in de Eerste Wereldoorlog, klonk het bijvoorbeeld in Heidelberg tijdens de viering van de vierhonderdste verjaardag van de Reformatie. Tien jaar later vond Nazi-ideoloog Alfred Rosenberg het juist een teken van de vermeende ‘verjoodsing’ van Duitsland dat “blonde Duitse kinderen” dit lied met zijn aanbidding van “Jehova” iedere zondag moesten zingen. Gelukkig weet Bachs muziek een portie onzin wel te weerstaan.

De Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach
Kort na hun aankomst in Leipzig in 1723 ontpopten Johann Sebastian en Anna Magdalena Bach zich tot een cultureel power couple. Anna Magdalena gaf weliswaar haar succesvolle publieke zangcarrière op, maar daarentegen runde ze samen met haar man een druk muziekbedrijf, naast een groot en groeiend gezin. We hebben minstens twee tastbare sporen van hun huwelijkse relatie in de vorm van twee Notenbüchlein uit 1722 en 1725.

Was het eerste Notenbüchlein nog vooral een soort proef-schriftje met bijvoorbeeld vroege versies van vijf ‘Franse’ Suites (en wie weet wat nog, want tweederde van de pagina’s ontbreekt), het tweede gaf Johann Sebastian zijn vrouw duidelijk als cadeau. In netschrift noteerde hij twee Partita’s en verder allerlei muziek naar Anna Magdalena’s eigen keuze, zoals de aria van de Goldbergvariaties, het lied Dir, dir Jehova, will ich singen, BWV 299 en ook muziek van componisten als Couperin en stiefzoon Carl Philipp Emanuel. Samen vormen de Notenbüchlein een bonte mix van aria’s, koralen en suites.


BWV
299

titel
Dir, dir Jehova, will ich singen

genre
lied

serie
Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach

Jaartal
1722-1725

Stad
Köthen/Leipzig

Bijzonderheden
Er bestaat ook een vierstemmige zetting van dit lied met dezelfde melodie en baslijn. Een andere variant is opgenomen in het Gesangbuch G.C. Schemelli als BWV 452.

Cast & Crew

publicatiedatum 25 januari 2019
opnamedatum 12 mei 2018
locatie Huis Bartolotti, Amsterdam
tenor Charles Daniels
viola da gamba Mieneke van der Velden
klavecimbel Menno van Delft
theorbe Fred Jacobs
Regie, camera en licht Gijs Besseling
Muziekopname Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt
Audiomontage en -mix Guido Tichelman
Camera, licht Nina Badoux
Camera en lichtassistentie Eline Eestermans
Interview Onno van Ameijde, Marloes Biermans
Productie concert Marco Meijdam
Productie opname Jessie Verbrugh
Met dank aan Stichting Elise Mathilde Fonds

Vocale teksten

Origineel

Dir, dir Jehova will ich singen;
denn wo ist doch ein solcher Gott wie du?
Dir will ich meine Lieder bringen,
ach, gib mir deines Geistes Kraft dazu,
dass ich es tu im Namen Jesu Christ,
so wie es dir durch ihn gefällig ist


Zieh mich, o Vater, zu dem Sohne,
damit dein Sohn mich wieder zieh zu dir;
dein Geist in meinem Herzen wohne
und meine Sinne und
Verstand regier,
dass ich den Frieden
Gottes schmeck und fühl
und dir darob im Herzen sing und spiel

Verleih mir, Höchster, solche Güte,
so wird gewiss mein Singen recht getan
so klingt es schön in meinem Liede,
und ich bet dich im Geist und Wahrheit an
so hebt dein Geist mein Herz zu dir empor,
dass ich dir Psalmen sing im
höhern Chor.

Denn der kann mich bei dir vertreten
mit Seufzern, die ganz unaussprechlich sind, der lehret mich recht gläubig beten,
gibt Zeugnis meinem Geist,
dass ich dein Kind
und ein Miterbe Jesus Christi sei,
daher ich Abba!
Lieber Vater schrei.

Wenn dies aus meinem Herzen schallet,
durch deines heilgen Geistes Kraft und Trieb,
so bricht dein Vaterherz und wallet
ganz brünstig gegen mir vor heißer Lieb,
dass mirs die Bitte nicht versagen kann,
die ich nach deinem Willen hab getan.

Was mich dein Geist selbst bitten lehret,
das ist nach deinem Willen eingericht
und wird gewiss von dir erhöret,
weil es im Namen deines Sohns geschicht.
Durch welchen ich dein Kind und Erbe bin
Und nehme von dir Gnad um Gnade hin.


Wohl mir, dass ich dies Zeugnis,
darum bin ich voller Trost und Freudigkeit
und weiß, dass alle gute Gabe,
die ich von dir verlange jederzeit,
die gibst du und tust
überschwänglich mehr
als ich verstehe,
bitte und begehr.

Wohl mir, ich bitt in
Jesu Namen,
der mich zu deiner Rechten
selbst vertritt,
in ihm ist alles Ja und Amen,
was ich von dir im Geist und Glauben bitt:
Wohl mir, Lob Dir!
itzt und in Ewigkeit,
dass du mir schenkest solche Seligkeit.


Vertaling

Tot u, tot u Jehova, wil ik zingen,
want wie is een God als gij?
U wil ik mijn liederen brengen,
ach, geef mij daarvoor de kracht van uw geest, zodat ik het doe in de naam van Jezus Christus, zoals het u door hem behaagt.

Trek mij, o vader, naar de zoon toe,
opdat uw zoon mij weer naar u toe trekt,
laat uw geest in mijn hart wonen
en over mijn zintuigen en mijn
verstand regeren,
zodat ik de vrede van
God proef en voel en
daarover in mijn hart voor u zing en speel.

Schenk mij, Hoogste, die goedheid,
dat zal mijn zingen zeker bevorderen,
dan heeft mijn lied een mooie klank,
en ik aanbid u in geest en waarheid,
dan heft uw geest mijn hart naar u op,
zodat ik psalmen voor u zing in het
hogere koor.

Want die kan mij bij u vertegenwoordigen
met onuitsprekelijke verzuchtingen,
die leert mij gelovig te bidden,
vertelt mijn geest dat ik
uw kind ben
en een erfgenaam van Jezus Christus,
waardoor ik Abba! Lieve vader!
kan roepen.

Wanneer dat uit mijn hart schalt
door de kracht en de drang van uw Heilige Geest,
dan breekt uw vaderhart en strekt het zich
innig naar mij uit in vurige liefde, zodat mijn bede mij niet geweigerd kan worden die ik naar uw wil heb uitgesproken.

Wat uw Geest zelf mij leert bidden
dat is naar uw wil ingericht
en wordt zeker door u verhoord,
omdat het in de naam van uw zoon geschiedt, door wie ik uw kind en erfgenaam ben en van u genade op genade mag ontvangen.

Gezegend ben ik dat ik dit mag leren,
daarom ben ik getroost en verheugd
en ik weet: alle goede gaven
die ik altijd van u vraag
geeft u mij en u doet
veel en veel meer
dan ik kan begrijpen,
vragen en verlangen.

Gezegend ben ik, ik bid in
de naam van Jezus,
die mij zelf vertegenwoordigt aan
uw rechterhand,
in hem is alles ja en amen
wat ik u smeek in geest en geloof:
Gezegend ben ik, lof zij u,
nu en in eeuwigheid
dat u mij die zaligheid schenkt.


Print

Deze werken vind je misschien ook mooi