BWV 229

All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Komm, Jesu, komm

BWV 229 uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Stephan MacLeod
Grote Kerk, Naarden

Wat is het kippenvel-moment van sopraan Klaartje van Veldhoven?

De zure en de rechte weg

Bach kijkt vol vertrouwen naar het hiernamaals.

Klaus Hofmann meldt in zijn zeer lezenswaardige boek Johann Sebastian Bach – Die Motetten dat zangers uit Leipzig dit motet al eeuwen kennen als ‘Der saure Weg’, naar de lastigste frase in het stuk. Minder bochtig is het pad naar de bron, want hoewel we nog altijd niet precies weten voor wie Bach dit stuk schreef, in elk geval is duidelijk dat hij zelf de componist was. Bovendien mogen we aannemen dat het een begrafenis- of herdenkingsmotet is, ontstaan in Leipzig. Een belangrijke tip in die richting is de tekst. Die werd geschreven door Paul Thymich in 1684 voor de begrafenis van de toenmalige rector van de Thomasschule. Bach nam de eerste en laatste strofe over uit het Wagnerschen Liederbuch uit 1697. Elk couplet eindigt met een verwijzing naar Jezus als ‘rechte weg’ zoals in het Johannes-evangelie; de in het boek vermelde ‘eigen melodie’ is niet overgeleverd.

Zonder koraal als leidraad was Bach vrij om terug te grijpen op een klassiek motetmodel door elk betekeniselement een eigen deeltje te geven. De eerste strofe valt zo uiteen in zes contrasterende secties. ‘Der saure Weg’ met z’n moeizame stappen en sprongen is er daar een van, de treffend uitgebeelde ‘Kraft’ die ‘verschwindt’ een ander. Je voelt het hoopvolle doodsverlangen al in de spannende openingsmaten en op ‘Ich sehne mich’. De montere overstap van wereld naar hemel komt tot leven op de tweede ‘Komm, komm’ binnen de tekst (‘ich will mich dir ergeben’). ‘Du bist der rechte Weg’ besluit het eerste couplet met een wiegende jubelzang voor de twee koren.

Voor het tweede couplet ‘beperkt’ Bach zich tot een kunstige aria waarin beide koren zich verenigen. Maar eenvoud bedriegt, want achter de simpele façade van een vierstemmig koraal schuilt een geraffineerd klanktapijt. Grote sprongen, moeilijke loopjes en spannende harmonieën laten dit stuk ver uitstijgen boven simpele gemeentezang, en de milde melodie ademt te veel ‘Bach’ om een bestaand koraal te zijn. Tot slot krijgt de ‘rechte weg’-parafrase opnieuw een aandoenlijke uitwerking, een uiting van een diep vertrouwen in de dood en een plek in de hemel.

Motetten, BWV 225-231, 118 en Anh159
Cantates waren Bachs dagelijks brood, een vast onderdeel van zijn wekelijkse taken als Thomascantor. Voor zijn motetten lag dat anders: in Leipzig klonk behalve de cantate doorgaans geen nieuwe muziek (in plaats daarvan werd er gekozen uit de motettenbundel Florilegium Portense). Dat liet Bach de ruimte om tegen betaling werken te schrijven voor private aangelegenheden, vaak begrafenissen. Helaas zijn we er daarvan wellicht tientallen kwijt. De stukken die wel bewaard bleven, hebben in tegenstelling tot Bachs andere vocale werken, sinds hun compositie repertoire gehouden.

De overgeleverde authentieke motetten – negen werken, het onderzoek blijft gaande – bouwen voort op een genre met een indrukwekkende stamboom. Tegen de achtergrond van de strenge Renaissance-polyfonie leende de generatie van Schütz (1585-1672) elementen bij de weelderige, meerkorige werken van Giovanni Gabrieli en gaf er een Centraal-Duitse, lutherse draai aan. De inhoudelijke focus lag, ook bij Bach, op koralen en bijbelpassages, waarbij wereldlijke madrigalismen (simpel gezegd: tekstuitbeelding) de expressie van dit religieuze genre alleen maar versterkten.


BWV
229

Titel
Komm, Jesu, komm, mein Leib ist müde

Genre
motet

Jaartal
1723-1732

Stad
Leipzig

Tekstdichter
Eerste en laatste strofe van een lied van Paul Thymich

Cast & Crew

Opnamedatum 14 mei 2016
Publicatiedatum 30 juni 2017
Locatie Grote Kerk, Naarden
Dirigent Stephan MacLeod
Sopraan Orlanda Velez Isidro, Klaartje van Veldhoven, Griet De Geyter, Aleksandra Lewandowska, Marjon Strijk, Hilde Van Ruymbeke, Stephanie Pfeffer, Marta Paklar
Alt Barabás Hegyi, Gemma Jansen, Elena Pozhidaeva, Bernadett Nagy, Marine Fribourg, Victoria Cassano McDonald
Tenor Adriaan de Koster, Wolfgang Frisch, Guy Cutting, Diederik Rooker, Immo Schröder, Ronald Threels
Bas Matthew Baker, Sebastian Myrus, Pierre-Guy Le Gall White, Martijn de Graaf Bierbrauwer, Michiel Meijer, Jelle Draijer
cello Lucia Swarts
violone Robert Franenberg
fagot Benny Aghassi
orgel Pieter-Jan Belder
klavecimbel Siebe Henstra
theorbe Fred Jacobs
Regie Simon Aarden
Regieassistent Ferenc Soetman
muziekopname Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt, Micha de Kanter
audiomontage -en mix Guido Tichelman
Camera Bart ten Harkel, Merijn Vrieling, Merlijn Dielemans, Chris Reichgelt, Martijn Struijf
Licht Zen Bloot, Patrick Galvin
Beeldtechniek Niels Cnossen
settechniek Marco Korzelius
Datahandling Jesper Blok
Projectmanager Peter Ribbens
Productie Marco Meijdam
interview Beitske de Jong, Gijs Besseling

Vocale teksten

Origineel

Komm, Jesu, komm,
mein Leib ist müde.
Die Kraft verschwindt je mehr und mehr,
ich sehne mich
nach deinem Friede;
der saure Weg wird mir zu schwer!
Komm, ich will
mich dir ergeben;
du bist der rechte Weg,
die Wahrheit und das Leben.

Drum schliess ich mich in deine Hände
und sage, Welt, zu guter Nacht!
Eilt gleich mein Lebenslauf zu
Ende,
ist doch der Geist wohl angebracht.
Er soll bei seinem Schöpfer schweben,
weil Jesus ist und bleibt
der wahre Weg zum Leben.

Vertaling

Kom, Jezus, kom,
mijn lichaam is moe,
mijn krachten nemen steeds verder af,
ik verlang
naar uw vrede;
de moeizame weg wordt mij te zwaar.
Kom, ik wil
mij aan u overgeven;
gij zijt de juiste weg,
de waarheid en het leven.

Daarom berg ik mij in uw handen
en zeg de wereld welterusten!
Ook al loopt mijn leven ten einde,
de Geest blijft.

Die zal bij zijn schepper zweven,
omdat Jezus de ware weg
naar het leven is en blijft.

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi