BWV 228

All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Fürchte dich nicht, ich bin bei dir

BWV 228 uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Stephan MacLeod
Grote Kerk, Naarden

"In het prachtige tweede deel gebeurt er vocaal zoveel: al die stemmen, echt waanzinnig!"

Ik kan het beter

Zette Bach hier zijn schoonvader schaakmat?

Het zou natuurlijk mooi zijn als kon worden vastgesteld dat Bach dit motet in 1726 componeerde voor de begrafenis van de vrouw van Stadthauptmann Winckler. Dan zou dit dubbelkorige werk kunnen worden toegevoegd aan de andere motetten die Bach in Leipzig componeerde, vaak in opdracht van privépersonen. Maar er zijn aanwijzingen dat Fürchte dich nicht veel eerder werd geschreven. Het lijkt veel op een ander motet van Bach, Ich lasse dich nicht, BWV Anh159. Dat dateert van 1712-13.

Bovendien vertoont de opbouw van Fürchte dich nicht sterke overeenkomsten met een motet van Johann Michael Bach, de vader van Bachs eerste vrouw en in zijn tijd de motetspecialist bij uitstek. Zijn dubbelkorige kerstmotet, getiteld Fürchtet euch nicht, valt net als Bachs Fürchte dich nicht, uiteen in twee delen. Beide stukken beginnen dubbelkorig en met een tekst ontleend aan de bijbel. Halverwege voegen in beide motetten de koren zich samen, waarna de sopraan overschakelt op een heel andere tekst, wiegend op een door de drie onderstemmen gespreid fugatisch bedje met een voortzetting van de bijbeltekst.

Het grote verschil is dat Johann Michael in zijn gelijkmoedige motet (de aan Lucas ontleende tekst aan de herders luidt: ‘Vrees niet, want ik verkondig u grote blijdschap’) de jubelende kerstboodschap koppelt aan het al even vrolijke Lutherse koraal Gelobet seist du, Jesu Christ. Johann Sebastian kiest daarentegen voor een veel grotere gelaagdheid in zijn Fürchte dich nicht. In de bijbeltekst, ontleend aan Jesaja, benadrukt hij de twijfel en angst van de gelovige. Daar steken dan de troostende woorden van Paul Gerhardts koraal ‘Warum solt ich mich denn grämen’ in de sopraan des te pregnanter tegen af.

Bach trouwde eind 1707 met Johann Michael Bachs dochter Maria Barbara. In deze periode oriënteerde hij zich nog sterk op wat zijn voorgangers schreven – liefst om ze dan met een compositorisch meesterstukje schaakmat te zetten. Weten doen we uiteraard niets met zekerheid, maar het zou wel echt iets voor de jonge Bach zijn om met een schitterend motet als dit een ietwat dubieus eerbetoon te brengen aan zijn kersverse schoonvader.

Motetten, BWV 225-231, 118 en Anh159
Cantates waren Bachs dagelijks brood, een vast onderdeel van zijn wekelijkse taken als Thomascantor. Voor zijn motetten lag dat anders: in Leipzig klonk behalve de cantate doorgaans geen nieuwe muziek (in plaats daarvan werd er gekozen uit de motettenbundel Florilegium Portense). Dat liet Bach de ruimte om tegen betaling werken te schrijven voor private aangelegenheden, vaak begrafenissen. Helaas zijn we er daarvan wellicht tientallen kwijt. De stukken die wel bewaard bleven, hebben in tegenstelling tot Bachs andere vocale werken, sinds hun compositie repertoire gehouden.

 De overgeleverde authentieke motetten – negen werken, het onderzoek blijft gaande – bouwen voort op een genre met een indrukwekkende stamboom. Tegen de achtergrond van de strenge Renaissance-polyfonie leende de generatie van Schütz (1585-1672) elementen bij de weelderige, meerkorige werken van Giovanni Gabrieli en gaf er een Centraal-Duitse, lutherse draai aan. De inhoudelijke focus lag, ook bij Bach, op koralen en bijbelpassages, waarbij wereldlijke madrigalismen (simpel gezegd: tekstuitbeelding) de expressie van dit religieuze genre alleen maar versterkten.


BWV
228

Titel
Fürchte dich nicht, ich bin bei dir

Genre
motet

Jaartal
ca. 1707?/1726

Stad
Mühlhausen/Weimar/Leipzig

Tekstdichter
Vers 1 en 2 ontleend aan Jesaja 41,10 en 43,1; vers 3 en 4 ontleend aan Paul Gerhardts koraal ‘Warum solt ich mich denn grämen’ (1653)

Bestemming
Onbekend

Eerste uitvoering
Onbekend

Cast & Crew

Publicatiedatum 2 december 2016
Opnamedatum 14 mei 2016
Locatie Grote Kerk, Naarden
Dirigent Stephan MacLeod
Sopraan Orlanda Velez Isidro, Klaartje van Veldhoven, Griet de Geyter, Aleksandra Lewandowska, Marjon Strijk, Hilde van Ruymbeke, Stephanie Pfeffer, Marta Paklar
Alt Barnabás Hegyi, Gemma Jansen, Elena Pozhidaeva, Bernadett Nagy, Marine Fribourg, Victoria Cassano McDonald
Tenor Adriaan de Koster, Wolfgang Frisch, Guy Cutting, Diederik Rooker, Immo Schröder, Ronald Threels
Bas Matthew Baker, Sebastian Myrus, Pierre-Guy Le Gall White, Martijn de Graaf Bierbrauwer, Michiel Meijer, Jelle Draijer
Viool Shunske Sato, Sayuri Yamagata
Altviool Staas Swierstra
Cello Lucia Swarts
Violone Robert Franenberg
Hobo 1 Martin Stadler
Hobo 2 Peter Frankenberg
Taille Yongcheon Shin
Fagot Benny Aghassi
Orgel Pieter-Jan Belder
Klavecimbel Siebe Henstra
Regie Simon Aarden
Regieassistent Ferenc Soetman
Muziekopname Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt, Micha de Kanter
Audiomontage -en mix Guido Tichelman
Camera Bart ten Harkel, Merijn Vrieling, Merlijn Dielemans, Chris Reichgelt, Martijn Struijf
Licht Zen Bloot
Lichtassistent Patrick Galvin
Beeldtechniek Niels Cnossen
Settechniek Marco Korzelius
Datahandling Jesper Blok
Projectmanager NEP Peter Ribbens
Productie Marco Meijdam
Interview Beitske de Jong, Gijs Besseling

Vocale teksten

Origineel

Fürchte dich nicht, ich bin bei dir;
weiche nicht, denn ich bin dein Gott!
Ich stärke dich, ich helfe dir auch,
ich erhalte dich durch die rechte Hand
meiner Gerechtigkeit.

Fürchte dich nicht,
denn ich habe dich erlöset,
ich habe dich bei deinem Namen gerufen,
du bist mein!

Herr, mein Hirt, Brunn aller Freuden,
Du bist mein, ich bin dein,
niemand kann uns scheiden.
Ich bin dein, weil du dein Leben
und dein Blut mir zugut
in den Tod gegeben.

Du bist mein, weil ich dich fasse,
und dich nicht, o mein Licht,
aus dem Herzen lasse.
Lass mich, lass mich hingelangen,
da du mich und ich dich
lieblich werd umfangen.


Vertaling

Wees niet bang, ik ben bij je;
Haak niet af, want ik ben jouw God!
Ik geef je kracht, en help je ook,
Ik bescherm je door de rechter hand
Van mijn gerechtigheid.

Wees niet bang,
Want ik heb je verlost,
Ik heb je bij je naam geroepen,
je bent de mijne!

Heer, mijn herder, bron van vreugde
Jij bent van mij, ik van jou,
niemand kan ons scheiden.
Ik ben van jou omdat jij je leven
en je bloed hebt gegeven
en jouw sterven mij ten goede komt.

Jij bent van mij, want ik grijp je vast,
en laat jou, mijn levenslicht,
niet meer uit mijn hart ontsnappen.
Laat mij, laat mij tot je komen,
zodat jij mij en ik jou
in liefde kan omarmen.

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi