Mein Herze schwimmt in Blut

Origineel

1. Rezitativ

Mein Herze schwimmt im Blut,
weil mich der Sünden Brut
in Gottes heilgen Augen
zum Ungeheuer macht.
Und mein Gewissen fühlet Pein,
weil mir die Sünden nichts
als Höllenhenker sein.
Verhasste Lasternacht!
Du, du allein
hast mich in solche Not gebracht;
und du, du böser Adamssamen,
raubst meiner Seele alle Ruh
und schliessest ihr den Himmel zu!
Ach! unerhörter Schmerz!
Mein ausgedorrtes Herz
will ferner mehr kein Trost befeuchten,
und ich muss mich vor dem verstecken,
vor dem die Engel selbst
ihr Angesicht verdecken.

2. Arie und Rezitativ

Stumme Seufzer, stille Klagen,
ihr mögt meine Schmerzen sagen,
weil der Mund geschlossen ist.
Und ihr nassen Tränenquellen
könnt ein sichres Zeugnis stellen,
wie mein sündlich Herz gebüsst.

Mein Herz ist itzt ein Tränenbrunn,
die Augen heiße Quellen.
Ach Gott! wer wird dich doch zufriedenstellen?

3. Rezitativ

Doch Gott muss mir genädig sein,
weil ich das Haupt mit Asche,
das Angesicht mit Tränen wasche,
mein Herz in Reu und Leid zerschlage
und voller Wehmut sage:
Gott sei mir Sünder gnädig!
Ach ja! sein Herze bricht,
und meine Seele spricht:

4. Arie

Tief gebückt
und voller Reue
lieg ich, liebster Gott, vor dir.
Ich bekenne meine Schuld,
aber habe doch Geduld,
habe doch Geduld mit mir!

5.Rezitativ

Auf diese Schmerzensreu
fällt mir alsdenn dies Trostwort bei:

6. Chorale

Ich, dein betrübtes Kind,
werf alle meine Sünd,
so viel ihr in mir stecken
und mich so heftig schrecken,
in deine tiefen Wunden,
da ich stets Heil gefunden.

7.Rezitativ

Ich lege mich in diese Wunden
als in den rechten Felsenstein;
die sollen meine Ruhstatt sein.
In diese will ich mich im Glauben
schwingen und drauf vergnügt
und fröhlich singen:

8. Arie

Wie freudig ist mein Herz,
da Gott versöhnet ist
und mir auf Reu und Leid
nicht mehr die Seligkeit
noch auch sein Herz verschliesst.

Vertaling

1. Recitatief

Mijn hart baadt in bloed,
omdat het gebroed van de zonden
mij voor Gods heilige ogen
tot een monster maakt.
En mijn geweten voelt de pijn,
omdat de zonden niets anders
zijn dan beulen van de hel.
Gehate nacht vol van kwaad
alleen jij was het die mij
in deze nood heeft gebracht.
En jij, Adams kwade zaad
berooft mij van mijn zielenrust
en sluit de hemel voor mijn ziel!
Ach! Ongelofelijke pijn,
mijn verdorde hart
wordt niet meer besprenkelt door troost,
en ik moet mij verstoppen voor hem
voor wie zelfs de engelen
hun aangezicht verbergen.

2. Aria en recitatief

Zwijgende zuchten, stille weeklachten
geef uiting aan mijn leed,
want mijn mond is gesloten,
en mijn opwellende tranen
zijn een duidelijke getuigenis
van hoe mijn zondige hart heeft geboet!

Mijn hart is nu een bron van tranen,
Die warm uit mijn ogen vloeien,
O, God! Wie kan u tot tevredenheid stemmen?

3. Recitatief

Maar God moet genade met mij hebben,
omdat ik mijn hoofd was met as
en mijn aangezicht met tranen,
omdat mijn hart boetvaardig is en lijdt
en omdat ik vol weemoed zeg:
Wees mij, zondaar, genadig, o God!
Ach ja! zijn hart breekt,
en mijn ziel spreekt:

4. Aria

Diep voorovergebogen
en vol boetvaardigheid
lig ik, mijn geliefde God, voor u.
Ik beken schuld,
maar heeft u alstublieft geduld,
heeft u geduld met mij!

5. Recitatief

Bij dit boetvaardig lijden
komt dit woord van troost in mij op:

6. Koraal

Ik, uw kommervolle kind,
geef de zonden,
waar ik zo vol van ben
en die mij zoveel angst aanjagen,
op voor uw diepe wonden,
die mij steeds heil hebben gebracht.

7. Recitatief

Ik vlij mij in deze wonden
alsof zij een rots zijn;
hier moet ik rust vinden.
Hierin wil ik mijn geloof leggen
en daarop vergenoegd
en vrolijk zingen:

8. Aria

Hoe verheugt zich mijn hart,
nu God verzoend is
en voor mijn boetvaardig lijden
niet meer de weg verspert tot de zaligheid
of tot zijn hart.