All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Mein Herze schwimmt in Blut

BWV 199 uitgevoerd door Julia Doyle en de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Alfredo Bernardini
Waalse Kerk, Amsterdam

"Dit stuk is niet zozeer een technische worsteling als wel een emotionele."

"Echt bijzonder aan deze cantate is de ongelooflijke progressie van een schijnbaar hopeloos en hartverscheurend begin naar een einde dat ons vervult van vreugde."

Italiaans drama

In 24 minuten slaat de stemming om van diepe ellende naar uitzinnige vreugde.

Hoewel Bach in zijn jonge jaren vooral als orgelvirtuoos werd gezien, lagen zijn ambities in werkelijkheid elders. Het was zijn streven om niet minder dan ‘eine regulirte Kirchen-Music zu Gottes Ehren’ op te zetten, zo schreef hij in 1708 in de ontslagbrief aan zijn broodheren in Mühlhausen, en die kans leek hij te krijgen aan het hof van hertog Wilhelm Ernst van Weimar. Maar ook in de eerste zes jaar van zijn verblijf aldaar lag tot zijn ongenoegen de nadruk op zijn kwaliteiten als organist en kamermusicus. Net als in Mühlhausen kwam hij nauwelijks toe aan het componeren van cantates, en wat hij in deze periode schreef baseerde hij tekstueel voornamelijk op de Bijbel, zoals toentertijd gebruikelijk was.

Dat veranderde rigoureus in 1714, het jaar waarin hij eindelijk door hertog Wilhelm Ernst werd bevorderd tot Konzertmeister. Bach ging direct een veel modernere stijl hanteren: hij brak met de stilzwijgende verplichting om gebruik te maken van louter bijbelteksten en hymnes, en met de gewoonte om die vrij formeel van muziek te voorzien. Inspiratiebron voor zijn vernieuwende aanpak waren de nieuwe bundels met geestelijke gedichten die her en der begonnen te verschijnen, zoals in 1711 die van hofbibliothecaris Georg Christian Lehms uit Darmstadt. Voor de verklanking van diens smartelijke Mein Herze schwimmt in Blut koos Bach voor een opeenvolging van expressieve recitatieven en da capo-aria’s naar Italiaanse snit.

Het gaat in deze cantate om de transformatie van opperste zondigheid via boetedoening naar verlossing. De muziek maakt de expliciete bewoordingen waarmee het lijden en de wanhoop van de mens worden omschreven, bijna fysiek voelbaar. In het eerste, getormenteerde recitatief, gevolgd door het hartverscheurende da capo-lamento ‘Stumme Seufzer, stille Klagen’ is een belangrijke rol weggelegd voor de weeklagende hobo. Pas daarna laat Bach de gelovige zich in een kort recitatief en opnieuw een da capo-aria deemoedig tot God wenden. De vergiffenis die God schenkt wordt verbeeld in het hoopvolle koraal, dat de koraalmelodie in de sopraan verweeft met een, eigen verheven melodie door de – voor Bach vrijwel unieke – solo altviool. Pas daarna legt de gelovige, begeleid door een jubelende hobo, vol vertrouwen zijn ziel in handen van de Heer. 


BWV
199

titel
Mein Herze schwimmt in Blut

genre
cantate (solocantate)

Jaartal
1714 of nog eerder

Stad
Weimar

Tekstdichter
Georg Christian Lehms

Bestemming
Elfde zondag na Trinitatis

Eerste uitvoering
12 augustus 1714

Cast & Crew

publicatiedatum 31 oktober 2014
opnamedatum 7 juni 2014
Locatie Waalse Kerk, Amsterdam
Dirigent en hobo Alfredo Bernardini
Sopraan Julia Doyle
Viool 1 Shunske Sato
VIOOL 2 Cecilia Bernardini
Altviool Staas Swierstra
Cello Lucia Swarts
Contrabas Robert Franenberg
Fagot Benny Aghassi
KLAVECIMBEL Siebe Henstra
ORGEL Leo van Doeselaar
PRODUCTIE CONCERT Marco Meijdam, Imke Deters
Productie Zoë de Wilde, Frank van der Weij
CAMERAREGIE MaNOj Kamps, Onno van Ameijde, Jasper Verkaart
DIRECTOR OF PHOTOGRAPHY Sal Kroonenberg
CAMERA Jorrit Garretsen, Joris Kerbosch, Sal Kroonenberg
MONTAGE Jasper Verkaart, MaNOj Kamps, Frank van der Weij
MUZIEKOPNAME Leo de Klerk
LICHT Harm Bredero, Alban Riphagen
GELUIDS-ASSISTENTEN Jaap Firet, Pim van der Lee, Jaap van Stenis, Bobby Verbakel
MAKE UP Marloes Bovenlander, Jamila el Bouch
CAMERA-ASSISTENT Izak de Dreu
MUZIEKMONTAGE EN –MIXAGE Leo de Klerk, Frank van der Weij
MUZIEKMONTAGE ASSISTENT Martijn Snoeren
Kleurcorrectie Marlieke Kasten
Met dank aan Nienke Meuleman

Vocale teksten

Origineel

1. Rezitativ

Mein Herze schwimmt im Blut,
weil mich der Sünden Brut
in Gottes heilgen Augen
zum Ungeheuer macht.
Und mein Gewissen fühlet Pein,
weil mir die Sünden nichts
als Höllenhenker sein.
Verhasste Lasternacht!
Du, du allein
hast mich in solche Not gebracht;
und du, du böser Adamssamen,
raubst meiner Seele alle Ruh
und schliessest ihr den Himmel zu!
Ach! unerhörter Schmerz!
Mein ausgedorrtes Herz
will ferner mehr kein Trost befeuchten,
und ich muss mich vor dem verstecken,
vor dem die Engel selbst
ihr Angesicht verdecken.

2. Arie und Rezitativ

Stumme Seufzer, stille Klagen,
ihr mögt meine Schmerzen sagen,
weil der Mund geschlossen ist.
Und ihr nassen Tränenquellen
könnt ein sichres Zeugnis stellen,
wie mein sündlich Herz gebüsst.

Mein Herz ist itzt ein Tränenbrunn,
die Augen heiße Quellen.
Ach Gott! wer wird dich doch zufriedenstellen?

3. Rezitativ

Doch Gott muss mir genädig sein,
weil ich das Haupt mit Asche,
das Angesicht mit Tränen wasche,
mein Herz in Reu und Leid zerschlage
und voller Wehmut sage:
Gott sei mir Sünder gnädig!
Ach ja! sein Herze bricht,
und meine Seele spricht:

4. Arie

Tief gebückt
und voller Reue
lieg ich, liebster Gott, vor dir.
Ich bekenne meine Schuld,
aber habe doch Geduld,
habe doch Geduld mit mir!

5.Rezitativ

Auf diese Schmerzensreu
fällt mir alsdenn dies Trostwort bei:

6. Chorale

Ich, dein betrübtes Kind,
werf alle meine Sünd,
so viel ihr in mir stecken
und mich so heftig schrecken,
in deine tiefen Wunden,
da ich stets Heil gefunden.

7.Rezitativ

Ich lege mich in diese Wunden
als in den rechten Felsenstein;
die sollen meine Ruhstatt sein.
In diese will ich mich im Glauben
schwingen und drauf vergnügt
und fröhlich singen:

8. Arie

Wie freudig ist mein Herz,
da Gott versöhnet ist
und mir auf Reu und Leid
nicht mehr die Seligkeit
noch auch sein Herz verschliesst.

Vertaling

1. Recitatief

Mijn hart baadt in bloed,
omdat het gebroed van de zonden
mij voor Gods heilige ogen
tot een monster maakt.
En mijn geweten voelt de pijn,
omdat de zonden niets anders
zijn dan beulen van de hel.
Gehate nacht vol van kwaad
alleen jij was het die mij
in deze nood heeft gebracht.
En jij, Adams kwade zaad
berooft mij van mijn zielenrust
en sluit de hemel voor mijn ziel!
Ach! Ongelofelijke pijn,
mijn verdorde hart
wordt niet meer besprenkelt door troost,
en ik moet mij verstoppen voor hem
voor wie zelfs de engelen
hun aangezicht verbergen.

2. Aria en recitatief

Zwijgende zuchten, stille weeklachten
geef uiting aan mijn leed,
want mijn mond is gesloten,
en mijn opwellende tranen
zijn een duidelijke getuigenis
van hoe mijn zondige hart heeft geboet!

Mijn hart is nu een bron van tranen,
Die warm uit mijn ogen vloeien,
O, God! Wie kan u tot tevredenheid stemmen?

3. Recitatief

Maar God moet genade met mij hebben,
omdat ik mijn hoofd was met as
en mijn aangezicht met tranen,
omdat mijn hart boetvaardig is en lijdt
en omdat ik vol weemoed zeg:
Wees mij, zondaar, genadig, o God!
Ach ja! zijn hart breekt,
en mijn ziel spreekt:

4. Aria

Diep voorovergebogen
en vol boetvaardigheid
lig ik, mijn geliefde God, voor u.
Ik beken schuld,
maar heeft u alstublieft geduld,
heeft u geduld met mij!

5. Recitatief

Bij dit boetvaardig lijden
komt dit woord van troost in mij op:

6. Koraal

Ik, uw kommervolle kind,
geef de zonden,
waar ik zo vol van ben
en die mij zoveel angst aanjagen,
op voor uw diepe wonden,
die mij steeds heil hebben gebracht.

7. Recitatief

Ik vlij mij in deze wonden
alsof zij een rots zijn;
hier moet ik rust vinden.
Hierin wil ik mijn geloof leggen
en daarop vergenoegd
en vrolijk zingen:

8. Aria

Hoe verheugt zich mijn hart,
nu God verzoend is
en voor mijn boetvaardig lijden
niet meer de weg verspert tot de zaligheid
of tot zijn hart.

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi