All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Vergnügte Ruh, beliebte Seelenlust

BWV 170 uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven
Waalse Kerk, Amsterdam

"Ik heb een lange en dierbare relatie met deze cantate; het was een van mijn eerste stukken als coutertenor."

Subtext

Bach is meer dan alleen ‘Aangenaam klassiek’

Neem een willekeurige verzamel-cd met aria’s voor alt en bingo: de eerste aria uit Vergnügte Ruh, beliebte Seelenlust staat erop. Op het eerste gezicht is het stuk ‘aangenaam klassiek’ – het bezingt de genoeglijke rust. “Maar,” zo zegt altsolist Alex Potter, “Bach is meer dan dat – hij laat horen hoe die hemelse rust meer een streven is dan een verworvenheid. Dat spreekt bijvoorbeeld uit de onrust van de zestiende nootjes, die laten horen dat de vloek van Adam nog altijd de werkelijkheid is: de zondigheid van het vlees is altijd aanwezig. Niet toevallig werd deze cantate waarschijnlijk uitgevoerd rond de communie, het moment van de dienst waarop de band van Christus en de gemeente wordt hernieuwd.”

Hoofdrol voor orgel
In de tweede aria wordt de zanger bijgestaan door solo-orgel, een zeldzaamheid in de Bachcantates. De zanger kruipt hier in de huid van de gelovige en weeklaagt over de vele verdorven harten in de wereld. Het orgel staat hem bij met korte zuchtmotiefjes. “De uitdagingen zijn talrijk: ik moet met mijn coloraturen (lange, virtuoze lijnen op een lettergreep) telkens gelijk zijn met de organist én steeds de juiste expressie vinden. En dat zonder in lege virtuositeit te vervallen. ‘Rach und Hass’, zulke woorden kun je niet alleen maar mooi laten zijn.”

De slotaria ‘Mir ekelt mehr zu leben’ moet je volgens Alex Potter eerder metaforisch dan letterlijk opvatten. “Er is hier geen sprake van een directe doodswens, wel van de wens om het vlees te laten sterven en zo dichter bij God te komen. De wat dommige orgelbegeleiding zou de ijdelheid van de wereld kunnen representeren. Veelzeggend koos Bach hier als ritmische structuur voor de Bourree, een hofdans.”

Locatie en orgel
Deze opname is gemaakt in de Waalse Kerk, midden op de Amsterdamse Wallen. Deze kerk heeft niet alleen een goede akoestiek, maar is dankzij het Müller-orgel uit 1739 een bedevaartsoord voor organisten.

Organist Leo van Doeslaar: “Dit is een van de mooiste kleine barokorgels in Nederland. Gustav Leonhardt was van 1959 tot 1982 organist in de Waalse Kerk. Hij heeft het orgel al in de jaren zestig laten restaureren op een historisch verantwoorde wijze. Het is echt een pioniersorgel.” Bij deze uitvoering gebruiken we ook daadwerkelijk dit ‘grote’ orgel. Een kistorgel is een anachronisme dat in Bachs tijd nooit gebruikt werd.

“In Bachs kerkmuziek speelde het grote kerkorgel altijd de continuopartijen. Met in principe dezelfde zachte registratie als bij een kistorgel, alleen de veel wijder gemensureerde fluiten van het kerkorgel vormen een wezenlijker bestanddeel van de klankkleur van een barokensemble. In koralen en koren werd in de barokperiode ook gebruik gemaakt van sterkere registers en de baslijn op het pedaal meegespeeld. Met een 16-voets register, in de ligging van de contrabas. Dat het nooit eerder zo gedaan is, is eigenlijk een van de ongewilde vervalsingen van de benadering van de historische klank,” aldus organist Leo van Doeselaar.  


BWV
170

Titel
Vergnügte Ruh, beliebte Seelenlust

Genre
cantate (solocantate)

Jaartal
1726

Stad
Leipzig

Tekstdichter
Georg Christian Lehms, 1711

Bestemming
zesde zondag na Trinitatis

Eerste uitvoering
28 juli 1726

Bijzonder
Waarschijnlijk voerde Bach deze cantate uit samen met Johann Ludwig Bachs cantate Ich will meinen Geist in euch geben.

Cast & Crew

Publicatiedatum 3 maart 2017
Opnamedatum 22 oktober 2016
Locatie Waalse Kerk, Amsterdam
Dirigent Jos van Veldhoven
alt Alex Potter
orgel Leo van Doeselaar
viool 1 Shunske Sato, Pieter Affourtit, Anneke van Haaften, Hanneke Wierenga
viool 2 Sayuri Yamagata, Paulien Kostense, Annelies van der Vegt
altviool Staas Swierstra, Jan Willem Vis
cello Lucia Swarts, Richte van der Meer
contrabas Robert Franenberg
Hobo Martin Stadler
klavecimbel Siebe Henstra
Regie Bas Wielenga
Regieassistent Ferenc Soetman
muziekopname Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt, Pim van der Lee
Audiomontage -en mix Guido Tichelman
Camera Bart ten Hakel, Merijn Vrieling, Ivo Palmen, Chris Reichgelt
Camera stagiair Klazina Westra
Licht Zen Bloot
Lichtassistent Patrick Galvin, Henry Rodgers
Beeldtechniek Vincent Nugteren
Settechniek Justin Mutsaers
Datahandling Jesper Blok
Projectmanager NEP Jochem Timmerman
projectvoorbereiding NEP Peter Ribbens
Productie concert Imke Deters
productie film Jessie Verbrugh
Interview Gijs Besseling

Vocale teksten

Origineel

1. Arie 

Vergnügte Ruh, beliebte Seelenlust,
dich kann man nicht bei Höllensünden,
wohl aber Himmelseintracht finden;
du stärkst allein die schwache Brust.
Drum sollen lauter Tugendgaben
in meinem Herzen Wohnung haben.

2. Rezitativ 

Die Welt, das Sündenhaus,
bricht nur in Höllenlieder aus
und sucht durch Hass und Neid
des Satans Bild an sich zu tragen.
Ihr Mund ist voller Ottergift
der oft die Unschuld tödlich trifft,
und will allein von Racha sagen.
Gerechter Gott, wie weit
ist doch der Mensch von dir entfernet;
du liebst, jedoch sein Mund
macht Fluch und Feindschaft kund
und will den Nächsten
nur mit Füssen treten.
Ach! diese Schuld ist
schwerlich zu verbeten.

3. Arie 

Wie jammern mich doch
die verkehrten Herzen,
die dir, mein Gott, so sehr
zuwider sein;
ich zittre recht und fühle
tausend Schmerzen,
wenn sie sich nur an Rach
und Hass erfreun.
Gerechter Gott,
was magst du doch gedenken,
wenn sie allein mit
rechten Satansränken
dein scharfes Strafgebot
so frech verlacht.
Ach! ohne Zweifel
hast du so gedacht:
wie jammern mich doch
die verkehrten Herzen!

4. Rezitativ

Wer sollte sich demnach wohl
hier zu leben wünschen,
wenn man nur Hass und Ungemach
vor seine Liebe sieht?
Doch, weil ich auch den Feind
wie meinen besten Freund
nach Gottes Vorschrift lieben soll,
so flieht mein Herze Zorn und Groll
und wünscht allein bei Gott zu leben,
der selbst die Liebe heisst.
Ach, eintrachtvoller Geist,
wenn wird er dir doch nur
sein Himmelszion geben?

5. Arie

Mir ekelt mehr zu leben,
drum nimm mich, Jesu, hin!
Mir graut vor allen Sünden,
lass mich dies Wohnhaus finden,
wo selbst ich ruhig bin.


Vertaling

1. Aria

Zalige vrede, het verlangen van de ziel,
jou vind ik niet bij de zonden van de hel,
maar wel bij de eendracht van de hemel;
jij geeft de zwakke borst kracht.
Daarom moeten alleen gaven van de deugd
in mijn hart wonen.

2. Recitatief

De wereld, dat huis van de zonde,
brengt alleen helse liederen voort
en probeert door haat en nijd
het beeld van Satan bij zich te dragen.
Haar mond is vol addergif,
die vaak de onschuld dodelijk treft,
en brengt alleen zinloos gepraat voort.
Rechtvaardige God, hoe ver
is de mens toch van u verwijderd;
u toont uw liefde, maar zijn mond
spreekt alleen vloeken en vijandschap uit
en wil de naasten
alleen met voeten treden.
Ach! Deze schuld valt
nauwelijks weg te bidden.

3. Aria

Wat jammeren toch
die verkeerde harten,
die u, mijn God,
zo tegenstaan;
ik sidder en beef
en voel duizendmaal pijn,
als ze zich alleen over wraak
en haat kunnen verheugen.
Rechtvaardige God,
wat zult u denken,
als zij met
ware satansranken
uw strenge gebod
zo brutaal belachelijk maken.
Ach! Zonder twijfel
zult u denken:
wat jammeren toch
die verkeerde harten!

4. Recitatief

Wie zal nadien
willen leven,
als er alleen haat is en tegenspoed,
die de liefde in de weg staan?
Maar omdat ik ook de vijand
als mijn beste vriend moet liefhebben,
zoals God mij heeft opgelegd,
wijken toorn en wrok uit mijn hart
en wenst het alleen bij God te zijn,
die zelf de liefde heet.
Ach, eendrachtige geest,
wanneer zal je in het Sion
van zijn hemel komen?

5. Aria

Ik verafschuw verder te moeten leven,
neem mij op, mijn Jezus!
Ik gruw van alle zonden,
laat mij de woning vinden,
waar zelfs ik tot rust kom.


Print

Deze werken vind je misschien ook mooi