All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Wir müssen durch viel Trübsal in das Reich Gottes eingehen

BWV 146 uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven
Martinikerk, Groningen

Bach baseerde een deel van deze cantate op een verloren gegaan vioolconcert. Is er nu sprake van een bewerking of van een nieuwe compositie?

Verlangen naar de hemel

Hier op aarde is het leven ellendig, maar gelukkig duurt het niet lang, en is er de hemel.

‘Je zult bedroefd zijn, maar je verdriet zal in vreugde veranderen’. Deze woorden, afkomstig uit de lezing die op de derde zondag na Pasen – zondag Jubilate – gelezen werd in Leipzig, vatten kort de boodschap van deze cantate samen. Hier op aarde is het leven ellendig, maar gelukkig duurt het niet lang, en is er de hemel. Het verdriet van het aardse leven staat tegenover de vreugde die het geloof en de belofte van de hemel biedt.
De cantate begint redelijk opgewekt met een mini-orgelconcert als sinfonia. Direct daarna wordt de ellende op aarde heel letterlijk hoorbaar. De zangers hebben lastige lijnen vol obstakels. De alt wendt zich vervolgens van deze akelige wereld af, en verlangt naar de hemel. Hart van de cantate is de emotionele aria ‘Ich säe meine Zähren’ waarin Bach met minimale veranderingen in de solopartijen van sopraan, fluit en hobo d’amores de overgang van het zure heden naar de zoete toekomst illustreert. In het laatste duet en het afsluitende slotkoraal is alle leed vergeten.


BWV
146

titel
Wir müssen durch viel Trübsal in das Reich Gottes eingehen

genre
cantate

jaartal
ca. 1726

stad
Leipzig

Tekstdichter
onbekend

Bestemming
Jubilate

Bijzonder
Eerste twee delen zijn gebaseerd op een verloren gegaan vioolconcert. Bach gebruikte deze muziek ook in zijn klavecimbelconcert BWV 1052.

Cast & Crew

Publicatiedatum 23 mei 2014
Opnamedatum 5 oktober 2013
Locatie Martinikerk, Groningen
Dirigent Jos van Veldhoven
Sopraan Maria Keohane
Alt Maarten Engeltjes
Tenor Benjamin Hulett
Bas Christian Immler
koor SOPRAAN Monica de Jesus Monteiro, Hilde Van Ruymbeke, Klaartje van Veldhoven, Orlanda Velez Isidro
koor ALT Victoria Cassano McDonald, Gemma Jansen, Saskia Kruysse, Elena Pozhidaeva
koor TENOR Yves van Handenhove, Diederik Rooker, Kevin Skelton, Ronald Threels
koor BAS Donald Bentvelsen, Jelle Draijer, Michiel Meijer, Frank Hermans
VIOOL 1 Shunske Sato, Lidewij van der Voort, Hanneke Wierenga
VIOOL 2 Pieter Affourtit, Anneke van Haaften, Paulien Kostense
Altviool Deirdre Dowling, Jan Willem Vis
Cello Lucia Swarts, Barbara Kernig
Contrabas Joshua Cheatham
traverso Marten Root
Hobo Martin Stadler, Peter Frankenberg, Sarah Aßmann
Fagot Benny Aghassi
KLAVECIMBEL Siebe Henstra
GROOT ORGEL Leo van Doeselaar
REGISTRANT Tim Knigge
PRODUCTIE CONCERT Imke Deters, Marco Meijdam
Productie Frank van der Weij
cameraregie Lucas van Woerkum
DIRECTOR OF PHOTOGRAPHY Sal Kroonenberg
CAMERA Robert Berger, Jorrit Garretsen, Sal Kroonenberg
MONTAGE Lucas van Woerkum, Frank van der Weij
MUZIEKOPNAME Leo de Klerk
LICHT Alban Riphagen
PRODUCTIE-ASSISTENTIE Zoë de Wilde
PARTITUURcoaching Jan Van den Bossche
MAKE UP Marloes Bovenlander, Jamila el Bouch, Emine Camadan
CAMERA-ASSISTENT Chris Tjong Ayong
ASSISTENT MUZIEKREGISSEUR Mieneke van der Velden
GELUIDSASSISTENTEN Jaap van Stenis, Gilius Kreiken
MUZIEKMONTAGE EN –MIXAGE Leo de Klerk, Frank van der Weij
MUZIEKMONTAGE ASSISTENT Martijn Snoeren
Kleurcorrectie Ruud de Bruyn
Met dank aan Jan Haak

Vocale teksten

Origineel

1. Sinfonia


2. Chor

Wir müssen durch viel Trübsal
in das Reich Gottes eingehen.

3. Arie (Alt)

Ich will nach dem Himmel zu,
schnödes Sodom, ich und du
sind nunmehr geschieden.
Meines Bleibens ist nicht hier,
denn ich lebe doch bei dir
nimmermehr in Frieden.

4. Rezitativ (Sopran)

Ach! wer doch schon im Himmel wär!
Wie dränget mich nicht die böse Welt!
Mit Weinen steh ich auf,
mit Weinen leg ich mich zu Bette,
wie trüglich wird mir nachgestellt!
Herr! merke, schaue drauf,
Sie hassen mich, und ohne Schuld,
als wenn die Welt die Macht,
mich gar zu töten hätte;
und leb ich denn mit Seufzen
und Geduld
verlassen und veracht’,
so hat sie noch an meinem Leide
die grösste Freude.
Mein Gott, das fällt mir schwer.
Ach! wenn ich doch,
mein Jesu, heute noch
bei dir im Himmel wär!

5. Arie (Sopran)

Ich säe meine Zähren
mit bangem Herzen aus.
Jedoch mein Herzeleid
wird mir die Herrlichkeit
am Tage der seligen Ernte gebären.

6. Rezitativ (Tenor)

Ich bin bereit,
mein Kreuz geduldig zu ertragen;
ich weiss, dass alle meine Plagen
nicht wert der Herrlichkeit,
die Gott an den erwählten Scharen
und auch an mir wird offenbaren.
Itzt wein ich, da das Weltgetümmel
bei meinem Jammer fröhlich scheint.
Bald kommt die Zeit,
da sich mein Herz erfreut,
und da die Welt einst
ohne Tröster weint.
Wer mit dem Feinde
ringt und schlägt,
dem wird die Krone beigelegt;
denn Gott trägt keinen nicht
mit Händen in dem Himmel.

7. Arie (Tenor, Bass)

Wie will ich mich freuen,
wie will ich mich laben,
wenn alle vergängliche
Trübsal vorbei!
Da glänz ich wie Sterne
und leuchte wie Sonne,
da störet die himmlische
selige Wonne
kein Trauern,
Heulen und Geschrei.

8. Choral

Freu dich sehr, o meine Seele,
und vergiss all Not und Qual,
weil dich nun Christus, dein Herre,
ruft aus diesem Jammertal.
Aus Trübsal und grossem Leid
sollst du fahren in die Freud,
die kein Ohr hat je gehöret,
die in Ewigkeit auch währet.

Vertaling

1. Sinfonia


2. Koor

Wij moeten veel droefenis doorstaan
om in Gods rijk te komen.

3. Aria

Ik wil naar de hemel,
ellendig Sodom, jij en ik
zijn nu voor altijd gescheiden.
Mijn plaats is niet meer hier,
want bij jou
leef ik nooit in vrede.

4. Recitatief

Ach! Was ik toch vast maar in de hemel!
De kwade wereld dwingt mij ertoe!
Ik sta wenend op,
en wenend ga ik naar bed,
hoe bedrieglijk vervolgen ze mij!
Heer! merkt u het, ziet u
hoe ze mij, schuldeloos, haten?
Alsof de wereld de macht had,
mij te doden.
En ook al leef ik met zuchten
en geduld
verlaten en veracht,
toch roept mijn leed bij haar toch
de grootste vreugde op.
Mijn God, het valt mij zwaar.
Ach! Als ik toch,
mijn Jezus, nog vandaag
bij u in de hemel zou zijn!

5. Aria

Ik zaai mijn tranen
met angst in mijn hart.
Maar mijn hartenleed
zal heerlijkheid voortbrengen
op de dag van de zalige oogst.

6. Recitatief

Ik ben bereid,
om geduldig mijn kruis te dragen;
ik weet dat al mijn plagen
in het niet vallen bij de heerlijkheid,
die God aan de uitverkoren scharen
en ook aan mij zal openbaren.
Nu ween ik omdat de woelige wereld
leedvermaak om mij heeft.
Binnenkort komt de tijd,
dat mijn hart verheugd zal zijn,
en dat de wereld
ooit zonder troost zal wenen.
Wie met de vijand
worstelt en hem verslaat,
die wordt daarvoor bekroond;
want God draagt eenieder
met zijn handen ten hemel.

7. Aria

Hoe verheugd zal ik zijn,
hoezeer kan ik mij laven,
als alle vergankelijke
droefenis over is!
Dan glans ik als de sterren
en straal ik als de zon,
dan wordt de hemelse,
zalige vreugde
niet verstoord door treurnis,
gehuil en geschreeuw.

8. Koraal

Wees zeer verheugd, o mijn ziel,
vergeet alle nood en alle kwalen,
want nu verlost Christus, jouw heer,
je uit dit tranendal.
Vanuit de droefenis en het vele lijden
zul je opstijgen tot grote vreugde,
die nog niemand ooit heeft gehoord
en duurt tot in de eeuwigheid.

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi