All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Wachet auf, ruft uns die Stimme

BWV 140 uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven
Waalse Kerk, Amsterdam

"Het koraal vormt de pijler van deze compositie."

Bol van symboliek

De crux bevindt zich in het midden.

In Wachet auf, ruft uns die Stimme draait alles om het bijbelverhaal van de dwaze en de wijze bruidsmeiden. Ze wachten tijdens de nacht met brandende lampen op de komst van de bruidegom. Vijf meiden hebben extra olie bij zich om hun lamp brandend te houden. De anderen zitten zonder en vertrekken om nieuwe olie te kopen. Juist wanneer zij weg zijn arriveert de bruidegom. In de becommentarieerde bijbel die Bach bezat wordt dit verhaal uit het evangelie van Mattheüs uitgelegd als allegorie. De wijze bruiden symboliseren brandend geloof en waakzaamheid. De komst van de bruidegom staat symbool voor de terugkeer van Christus. In de cantate komt deze dan ook precies in het midden: het beroemde door de tenoren gezongen koraal dat Bach later bewerkte voor orgel.

Bachs bijbel verwijst bij dit verhaal ook naar het Hooglied, het bruiloftsboek van het Oude Testament, en naar Hebreeuwse commentaren en bruiloftsgebruiken. Ook in de joodse traditie werden de bruidegom en bruid uitgelegd als de ziel en God of Israel en God. Als er op 25 november 1731 een Joodse inwoner van Leipzig in de Nicolaikerk had gezeten zou hij veel van de symboliek hebben herkend. Misschien dacht hij bij het openingskoor waarin de koraalmelodie door een hoorn gedubbeld wordt zelfs wel aan de shofar, de traditionele ramshoorn. Die had begin oktober tijdens het Joodse nieuwjaar geklonken om iedereen symbolisch wakker te schudden.

Het is een mooi idee, maar onwaarschijnlijk: joden waren in het Leipzig van Bach niet heel welkom. Een paar weken voor BWV 140 klonk, hadden kooplieden uit Leipzig zich nog heftig beklaagd over Joden in de stad. Eigenlijk past de gedeelde Joods-christelijke symboliek van deze cantate beter bij Naarden. Daar was een levendige Joodse gemeenschap, en precies in 1730 was er een nieuwe synagoge in gebruik genomen. Zo vormt de Grote Kerk een inspirerende plek voor een bijzondere cantate.


BWV
140

Titel
Wachet auf, ruft uns die Stimme

Genre
cantate

Jaartal
1731

Stad
Leipzig

Tekstdichter
onbekend, wellicht Picander, 1e, 2e en 3e strofe van gelijknamig koraal van Philipp Nicolai (1599), aangevuld met Hooglied

Bestemming
zevenentwintigste zondag na Trinitatis

Eerste uitvoering
25 november 1731

Bijzonder
Het vierde deel, de tenor-aria, transcribeerde Bach voor orgel in de Schübler-Choräle, BWV 645

Cast & Crew

Publicatiedatum 8 maart 2019
Opnamedatum 11 februari 2018
Locatie Waalse Kerk, Amsterdam
dirigent Jos van Veldhoven
sopraan Maria Keohane
alt Tim Mead
tenor Daniel Johannsen
bas Matthew Brook
Ripiënisten sopraan Hilde Van Ruymbeke, Marjon Strijk
Ripiënisten alt Barnabás Hegyi, Marleene Goldstein
Ripiënisten tenor Kevin Skelton, Guy Cutting
Ripiënisten bas Drew Santini, Matthew Baker
viool 1 Shunske Sato, Anneke van Haaften, Pieter Affourtit
viool 2 Sayuri Yamagata, Lidewij van der Voort, Paulien Kostense
altviool Staas Swierstra, Jan Willem Vis
cello Lucia Swarts, Richte van der Meer
contrabas Robert Franenberg
hobo Martin Stadler, Peter Frankenberg
hobo da caccia Yongcheon Shin
fagot Benny Aghassi
tromba da tirarsi Robert Vanryne
orgel Leo van Doeselaar
klavecimbel Siebe Henstra
Regie en beeldmontage Bas Wielenga
Muziekopname Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt, Pim van der Lee
Audiomontage- en mix Guido Tichelman
Camera Merijn Vrieling, Ivo Palmen, Martin Struijf, Bjorn Tiebout
Licht Zen Bloot, Henry Rodgers, Patrick Galvin
Regieassistent Ferenc Soeteman
Beeldtechniek Vincent Nugteren
Settechniek Dennis van Hoek
Datahandling Jesper Blok
Projectmanager NEP Peter Ribbens
Interview Onno van Ameijde, Marloes Biermans
Productie concert Imke Deters
Productie opname Jessie Verbrugh

Vocale teksten

Origineel

1. Choral

Wachet auf, ruft uns die Stimme,
der Wächter sehr hoch auf der Zinne,
wach auf, du Stadt Jerusalem!
Mitternacht heisst diese Stunde,
sie rufen uns mit hellem Munde,
wo seid ihr klugen Jungfrauen?
Wohlauf, der Bräutgam kömmt,
steht auf, die Lampen nehmt!
Alleluja! Macht euch bereit
zu der Hochzeit, ihr müsset ihm
entgegen gehn!

2. Rezitativ (Tenor)

Er kommt, er kommt,
der Bräut’gam kommt!
Ihr Töchter Zions, kommt heraus,
sein Ausgang eilet aus der Höhe
in euer Mutter Haus.
Der Bräutgam kommt, der einen Rehe
und jungen Hirsche gleich
auf denen Hügeln springt
und euch das Mahl der Hochzeit
bringt. Wacht auf, ermuntert euch!
den Bräutgam zu empfangen!
Dort, sehet, kommt er hergegangen.

3. Duett (Sopran - ziel, Bass - Jesus)

Seele
Wenn kömmst du, mein Heil?
Jesus
Ich komme, dein Teil.
Seele
Ich warte mit brennenden Öle.
Eröffne den Saal.
Jesus
Ich öffne den Saal
Seele, Jesus
zum himmlischen Mahl.
Seele
Komm, Jesu!
Jesus
Ich komme, komm, liebliche Seele!

4. Choral (Tenor)

Zion hört die Wächter singen,
das Herz tut ihr vor Freuden springen,
sie wachet und steht eilend auf.
Ihr Freund kommt von Himmel prächtig,
von Gnaden stark,
von Wahrheit mächtig,
ihr Licht wird hell,
ihr Stern geht auf.
Nun komm, du werte Kron,
Herr Jesu, Gottes Sohn!
Hosianna!
Wir folgen all
zum Freudensaal
und halten mit das Abendmahl.

5. Rezitativ (Bass)

So geh herein zu mir,
du mir erwählte Braut!
Ich habe mich mit dir
von Ewigkeit vertraut.
Dich will ich auf mein Herz,
auf meinen Arm gleich wie
ein Sigel setzen,
und dein betrübtes Aug’ ergötzen.
Vergiss, o Seele, nun
die Angst, den Schmerz,
den du erdulden müssen;
auf meiner Linken sollst du ruhn,
und meine Rechte soll dich küssen.

6. Duett (Sopran - ziel, Bass - Jesus)

Seele
Mein Freund ist mein,
Jesus
und ich bin sein,
Seele, Jesus
die Liebe soll nichts scheiden.
Seele

Ich will mit dir
Jesus
du sollst mit mir
Seele, Jesus
im Himmels Rosen weiden,
da Freude die Fülle, da Wonne wird sein.

7. Choral

Gloria sei dir gesungen,
mit Menschen- und englischen Zungen,
mit Harfen und mit Zimbeln schon.
Von zwölf Perlen sind die Pforten,
an deiner Stadt sind wir Konsorten
der Engel hoch um deine Thron.
Kein Aug’ hat je gespürt,
kein Ohr hat je gehört
solche Freude!
Des sind wir froh,
io, io!
ewig in dulci jubilo.




Vertaling

1. Koraal

Word wakker, roept tot ons de stem
van de wachters hoog op de tinnen,
word wakker, stad Jeruzalem!
Dit uur heet middernacht,
waarin zij ons roepen met heldere stem,
waar zijn jullie, wijze meisjes?
Zie, de bruidegom komt,
sta op en neem jullie lampen!
Halleluja! Bereid jullie voor
op het bruiloftsfeest,
ga hem tegemoet!

2. Recitatief

Hij komt, hij komt,
de bruidegom komt!
Kom naar buiten dochters van Sion,
hij komt uit de hoge
het huis van jullie moeders binnen.
De bruidegom komt, die net als een ree
of een jong hert
over de heuvels dartelt
en jullie het bruiloftsmaal brengt.
Word wakker en verheug jullie!
Ontvang de bruidegom!
Kijk, daar komt hij aangelopen.

3. Duet

ziel
Wanneer kom je, mijn heiland?
Jezus
Ik kom en ben een deel van je.
ziel
Ik wacht op je met brandende olie.
Open de zaal
Jezus
Ik open de zaal
ziel, Jezus
voor het hemelse maal.
ziel
Kom, Jezus!
Jezus
Ik kom, kom, lieflijke ziel!

4. Koraal

Sion hoort de wachters zingen,
haar hart springt op van vreugde,
ze ontwaakt en staat snel op.
Haar geliefde komt uit de prachtige hemel,
hij is sterk in zijn genade en
machtig in zijn waarheid,
haar licht wordt helder en haar ster komt
aan de hemel te staan.
Kom nu, kroon op deze aarde,
Here Jezus, zoon van God,
hosanna!
Wij volgen u allen
naar de zaal van de vreugde
en zitten aan bij het avondmaal.

5. Recitatief

Kom tot mij,
uitverkoren bruid!
Ik ben met jou
in eeuwigheid verbonden.
Ik wil je inprenten in mijn hart,
op mijn arm zetten als een zegel,
en je bedroefde ogen
vreugde geven.
Vergeet nu, ziel,
de angst, de pijn,
die je hebt moeten dulden;
rust uit op mijn linker,
mijn rechter zal u kussen.

6. Duet

ziel
Mijn geliefde behoort mij toe,
Jezus
en ik behoor toe aan de ziel,
ziel, Jezus
deze liefde zal door niets worden gescheiden.
ziel
Ik wil met jou
Jezus
jij gaat met mij
ziel, Jezus
op hemelse rozen weiden,
daar zijn vreugde, overvloed en geluk.

7. Koraal

Laat een gloria voor jou klinken,
gezongen door mensen- en
engeltongen, begeleid door harpen
en cimbalen. Uit twaalf parels zijn de
poorten, bij jouw stad zijn wij de
consorten van de engelen die hoog
om je troon zweven. Geen oog heeft
ooit gezien, en geen oor ooit gehoord
dat er zo’n vreugde zou kunnen
heersen, daarom zijn wij verheugd,
en zingen io, io,
een eeuwig in dulci jubilo.


Print

Deze werken vind je misschien ook mooi