All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

'Brandenburgs' concert nr. 5 in D groot

BWV 1050 uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Shunske Sato
Rijksmuseum, Amsterdam

"Het gebruik van het klavecimbel als solo-instrument in een concert was absoluut baanbrekend van Bach."

Bach in het Rijksmuseum

Het klavecimbel ontpopt zich als solo-instrument.

Voor deze opname waren we te gast in de Eregalerij van het Rijksmuseum in Amsterdam. Het museum nodigde ons uit om met Bachs bijzondere Vijfde ‘Brandenburgs’ concert – waarin het klavecimbel zich ontpopt van een begeleidingsinstrument tot een solist – te vieren dat het museum een bijzonder klavecimbel in bruikleen kreeg. Dit instrument, een origineel klavecimbel uit 1640, gebouwd door Johannes Ruckers, werd voor deze opname bespeeld door klavecinist Richard Egarr.

Bach en Rembrandt
Bach zelf kwam nooit in Amsterdam en Rembrandt niet in Leipzig of Berlijn. Toch liepen er vele lijntjes tussen de Republiek der Nederlanden en Bachs broodheren. Voor veel jonge Duitse prinsen was Nederland een vaste bestemming voor een rondreis of een studieperiode. Ook Johann Ernst van Saxen-Weimar, voor wie Bach werkte toen hij de eerste versies van de ‘Brandenburgse’ concerten schreef, studeerde een paar jaar in Utrecht, en Christian Ludwig van Brandenburg-Schwedt, aan wie hij deze concerten later opdroeg, had een tijd in Leiden gestudeerd.
Rembrandts Nachtwacht had sinds 1642 in de Kloveniersdoelen in Amsterdam gehangen, het gebouw van de erop afgebeelde schutterij. In 1700 en tussen 1704 en 1705 verbleef Friedrich Wilhelm van Brandenburg, Christians neef, in de Nederlanden. Die tweede keer bekeek hij in Amsterdam als zestienjarige jongeman alles “wat maar te bezichtigen was”. Zou hij ook in de Kloveniersdoelen zijn geweest? In ieder geval deed hij later als koning in Pruisen van alles volgens Hollands model: schilders, carillons, grachten, zelfs een ‘Hollands’ jachthuis, en in de jaren 1730 een Hollandse wijk in Potsdam.
In 1715 verhuisde de Nachtwacht naar het stadhuis op de Dam en werd er een deel afgesneden om het tussen twee deuren te laten passen. Ook het manuscript van Bachs ‘Brandenburgse’ concerten werd verwaarloosd. Na de dood van Christian Ludwig in 1734 werd het voor een schamele 24 groschen verkocht. Inmiddels zijn zowel Rembrandts schilderijen als Bachs muziek iconen van de Europese kunst, hier in een unieke combinatie voor oog en oor.

'Brandenburgse' concerten, BWV 1046-1051
In maart 1721 zond Bach vanuit Köthen een handschrift getiteld “zes concerten met verscheidene instrumenten” (“Six concerts avec plusieurs instruments”) naar Berlijn, met een opdracht aan Christian Ludwig (1677-1734), markgraaf van Brandenburg-Schwedt. In het voorwoord verklaarde Bach dat hij “een paar jaar eerder” voor de markgraaf had gemusiceerd, en toentertijd had beloofd “enige van zijn composities” op te sturen. Dat was waarschijnlijk tijdens een bezoek aan Berlijn in maart 1719, toen Bach naar de Pruisische hoofdstad was afgereisd om een nieuw klavecimbel voor het hof in Köthen in ontvangst te nemen. De muziek die hij een paar jaar later aan de markgraaf stuurde – later bekend geworden als de 'Brandenburgse' Concerten – is Bachs ultieme kijk op het belangrijkste grootschalige instrumentale genre van zijn tijd: het concert.

Het gaat bij een concert vrijwel altijd om een (combinatie van) solo-instrument(en) en een ensemble. Het centrale idee is de afwisseling tussen één of meerdere solisten en het gehele ensemble in een soort speelse competitie. In de zes 'Brandenburgse' Concerten verkent Bach alle uithoeken van dit genre in zowel bezetting als de manier waarop hij de vorm naar zijn hand zet: alle algemeen gebruikte strijk- en blaasinstrumenten en het klavecimbel passeren solistisch de revue, de muzikale vormen reiken van hofdansen tot bijna-fuga’s, en de relatie tussen de solo- en tutti-instrumenten is steeds weer anders. Zo bieden de zes concerten samen een virtuoze staalkaart van het concert in de Barok.

Bijgeluid in opname
In deze opname hoort u een klavecimbel van meer dan 350 jaar oud; een Johannes Ruckers uit 1640. Tijdens het concert bleek dat de dokkenlijst (de lat waaronder de houtjes met pennetjes zitten die, aangedreven door de toets, de snaar tokkelen) begon te rammelen. De tikken die u hoort, zijn afkomstig van deze losse dokkenlijst.


BWV
1050

titel
Concert in D groot

bijnaam
‘Brandenburgs’ concert nr. 5

genre
orkestwerk (concert)

serie
'Brandenburgse' concerten

Jaartal
1719-1720

Stad
Köthen (maar misschien al eerder in Weimar)

Bestemming
In 1721 opgedragen aan markgraaf Christian Ludwig van Brandenburg

Cast & Crew

publicatiedatum 21 september 2018
opnamedatum 11 mei 2018
locatie Rijksmuseum, Amsterdam
viool en leiding Shunske Sato
klavecimbel Richard Egarr
traverso Marten Root
viool 2 Anneke van Haaften
altviool Femke Huizinga
cello Lucia Swarts
contrabas James Munro
regie en beeldmontage Bas Wielenga
muziekopname Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt, Pim van der Lee
audiomontage en -mix Guido Tichelman
camera Ramon de Boer, Tim van der Voort, Bart Krimp
licht Zen Bloot, Henry Rodgers
camera-assistent/grip Robin Noort
regieassistent Ferenc Soeteman
settechniek Alex de Gier
datahandling Kira Falticeau
projectmanager Videobrix Peter Hazenberg
interview Onno van Ameijde, Marloes Biermans
productie concert Imke Deters
productie opname Jessie Verbrugh

Vocale teksten

Origineel

Vertaling

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi