All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Herr, gehe nicht ins Gericht

BWV 105 uitgevoerd door de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven
Waalse Kerk, Amsterdam

"De corno da tirarsi is een heel obscuur instrument."

Vaste grond

De strijkerspartijen zijn veelzeggend in deze cantate.

De bijzondere schuiftrompet steelt in deze cantate uit Bachs eerste jaar in Leipzig de show – een beetje onterecht. Juist de strijkers lijken in deze cantate de boodschap van de tekst nog eens extra te onderstrepen. Het valt niet meteen op, maar in de eerste helft van het openingskoor behouden alle vier de strijkerspartijen (deels gedubbeld door de hobo’s en de trompet) hun onafhankelijkheid van die van de zangers. Meestal ondersteunen de instrumenten in dit soort stukken zo nu en dan de vocale partijen. In deze cantate is het anders. Zelfs wanneer iedereen tegelijk zingt en speelt: de cello en contrabas spelen iets anders dan de bassen in het koor en ook de altviolen en de eerste en tweede violen zijn onafhankelijk van de tenoren, de alten en de sopranen.

In de sopraan-aria is de rol van de strijkers nog belangrijker. Bach laat hier het basso continuo, de continue bas, weg. Het continuo was in zijn tijd het fundament van het muzikale systeem. Ontbreekt dat, dan is er altijd iets bijzonders aan de hand. Het levert muziek zonder vaste grond onder de voeten op. De hobo klaagt, de violen beven en er is een wankel evenwicht. Alles balanceert op de smalle basis van de altviolen. De stabiliteit keert maar langzaam terug. In het recitatief voor de bas tokkelen de cello en contrabas alleen maar. Tegelijkertijd spinnen de andere strijkers een mysterieuze aura rond de zangstem, en die aura lijkt op een of andere manier meer lijkt te zeggen dan duizend woorden.

Pas in de opgewekte tenoraria lijkt alles weer normaal. Er is weer een stevige baslijn. Maar in werkelijkheid zijn ook daar de eerste violen nogal richtingloos: ze cirkelen vooral druk om zichzelf heen. Net als de tenor lijken ze in de eerste plaats vooral zichzelf moed in te willen praten. En inderdaad keren de bevende onzekerheid en de gewetenswroeging meteen daarna terug in het slotkoraal. Maar inmiddels weet de gelovige dat Jezus het geplaagde geweten zal stillen. In een muzikale meesterzet – even eenvoudig als effectief – laat Bach het gebeef in de strijkers langzaam vertragen en tot stilstand komen. Eindelijk rust.


BWV
105

Titel
Herr, gehe nicht ins Gericht

Genre
cantate

Jaartal
1723

Stad
Leipzig

Tekstdichter
Onbekend. Psalm 143/2, slotkoraal – laatste strofe van Jesu, der du meine Seele van Johann Rist (1641)

Bestemming
Negende zondag na Trinitatis

Eerste uitvoering
25 juli 1723

Bijzonder
Bach gebruikt hier een bijzonder instrument – de corno da tirarsi

Cast & Crew

Publicatiedatum 14 juni 2019
Opnamedatum 10 februari 2018
Locatie Waalse Kerk, Amsterdam
dirigent Jos van Veldhoven
sopraan Maria Keohane
alt Tim Mead
tenor Daniel Johannsen
bas Matthew Brook
Ripiënisten sopraan Marjon Strijk, Hilde Van Ruymbeke
Ripiënisten alt Barnabás Hegyi, Marleene Goldstein
Ripiënisten tenor Kevin Skelton, Guy Cutting
Ripiënisten bas Matthew Baker, Drew Santini
viool 1 Shunske Sato, Anneke van Haaften, Pieter Affourtit
viool 2 Sayuri Yamagata, Lidewij van der Voort, Paulien Kostense
altviool Staas Swierstra, Jan Willem Vis
cello Lucia Swarts, Richte van der Meer
contrabas Robert Franenberg
hobo Martin Stadler, Peter Frankenberg
fagot Benny Aghassi
corno da tirarsi Robert Vanryne
orgel Leo van Doeselaar
klavecimbel Siebe Henstra
Regie en beeldmontage Bas Wielenga
Muziekopname Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt, Pim van der Lee
Audiomontage- en mix Guido Tichelman
Camera Merijn Vrieling, Ivo Palmen, Martin Struijf, Bjorn Tiebout
Licht Zen Bloot, Henry Rodgers, Patrick Galvin
Regieassistent Ferenc Soeteman
Beeldtechniek Vincent Nugteren
Settechniek Dennis van Hoek
Datahandling Jesper Blok
Projectmanager NEP Peter Ribbens
Interview Onno van Ameijde, Marloes Biermans
Productie concert Imke Deters
Productie opname Jessie Verbrugh

Vocale teksten

Origineel

1. Chor

Herr, gehe nicht ins Gericht
mit deinem Knecht.
Denn vor dir wird
kein Lebendiger gerecht.

2. Rezitativ (Alt)

Mein Gott, verwirf mich nicht,
indem ich mich in Demut vor dir beuge,
von deinem Angesicht.
Ich weiss, wie groß dein Zorn
und mein Verbrechen ist,
dass du zugleich ein schneller Zeuge
und ein gerechter Richter bist.
Ich lege dir ein frei Bekenntnis dar
und stürze mich nicht in Gefahr,
die Fehler meiner Seelen
zu leugnen, zu verhehlen!

3. Aria (Sopran)

Wie zittern und wanken
der Sünder Gedanken,
indem sie sich untereinander verklagen
Und wiederum sich
zu entschuldigen wagen.
So wird ein geängstigt Gewissen
durch eigene Folter zerrissen.

4. Rezitativ (Bass)

Wohl aber dem,
der seinen Bürgen weiss,
der alle Schuld ersetzet,
so wird die
Handschrift ausgetan,
wenn Jesus sie
mit Blute netzet.
Er heftet sie ans Kreuze selber an,
er wird von deinen Gütern,
Leib und Leben,
wenn deine Sterbestunde schlägt,
dem Vater selbst
die Rechnung übergeben.
So mag man deinen Leib,
den man zum Grabe trägt,
mit Sand und Staub beschütten,
dein Heiland öffnet dir
die ewgen Hütten.

5. Aria (Tenor)

Kann ich nur Jesum mir
zum Freunde machen,
So gilt der Mammon nichts bei mir.
Ich finde kein Vergnügen hier
bei dieser eitlen Welt
und irdschen Sachen.

6. Choral

Nun, ich weiss, du wirst mir stillen
mein Gewissen, das mich plagt.
Es wird deine Treu erfüllen,
Was du selber hast gesagt: dass auf dieser
weiten Erden keiner soll verloren werden,
sondern ewig leben soll, wenn er nur ist
Glaubens voll.



Vertaling

1. Koor

Heer, daag uw knecht
niet voor het gerecht,
want voor u is
geen levende rechtvaardig.

2. Recitatief

Mijn God, verwerp mij niet,
terwijl ik mij in ootmoed voor u buig,
van uw aangezicht.
Ik weet hoe groot uw toorn is
en mijn schuld,
dat u zowel snel aanklaagt
als een rechtvaardige rechter bent.
Ik leg voor u een eerlijke bekentenis af
en stort mij niet in het gevaar
de gebreken van mijn ziel
te loochenen, te verhelen.

3. Aria

Hoe sidderen en wankelen
de gedachten van de zondaar,
terwijl ze elkaar onderling aanklagen
en opnieuw het wagen
zichzelf te rechtvaardigen.
Zo wordt een angstig geweten
door eigen foltering verscheurd.

4. Recitatief

Maar gelukkig is degene
die weet wie de borg is
die al zijn schuld betaalt.
De schuldbekentenis
wordt uitgewist
als Jezus haar
met bloed besprenkelt.
Hij nagelt haar zelf aan het kruis,
hij zal zelf van je bezit,
je lichaam en je leven,
als je stervensuur slaat,
voor de Vader
verantwoording afleggen.
Men mag dan je lichaam,
dat men ten grave draagt,
met zand en stof bedekken,
je Heiland stelt de eeuwige woning
voor je open.

5. Aria

Als ik maar Jezus
tot mijn vriend kan maken,
dan betekent Mammon niets voor mij.
Ik vind geen vreugde hier,
bij deze onbeduidende wereld
en aardse zaken.

6. Koraal

Nu, weet ik, zult u rust geven
aan mijn geweten, dat mij plaagt.
Uw trouw zal verwezenlijken
wat u zelf hebt gezegd: dat op deze
wijde wereld niemand verloren zal
gaan, maar eeuwig zal leven
als hij maar vol geloof is.




Print

Deze werken vind je misschien ook mooi