All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Fluitsonate in b klein

BWV 1030 uitgevoerd door Marten Root en Menno van Delft
Concertgebouw, Amsterdam

"De fluit wordt hier in z'n volle omgang gebruikt: het stuk ligt zo goed als maar kan."

Marten Root legt uit waarom hij deze sonate op precies dít (lage) instrument speelt.

Een losbol

Schreef Bach deze sonate voor het zwarte schaap van de familie?

Er is maar een handjevol fluitsonates van Bach bekend, en daarvan is alleen de Sonate in b klein compleet in Bachs handschrift overgeleverd. Welke fluitist Bach voor dit veeleisende stuk vol subtiliteiten in 1736/37 in gedachten had, is in nevelen gehuld. Maar dat het een excellent musicus geweest moet zijn, staat als een paal boven water. Er was namelijk in 1724 ook een passerende virtuoos nodig – Gabriel Buffardin – om Bach te verleiden het instrument voor het eerst in Leipzig in zijn cantates te gebruiken.

Bach deed voor de wekelijkse concerten met zijn Collegium Musicum vaak een beroep op het muzikale puikje van de studenten aan de universiteit van Leipzig. Een daarvan was fluitist Jacob von Staehlin, een studiegenoot van Carl Philipp Emanuel. Von Staehlin vertrok in 1735 naar Sint-Petersburg, dus hij heeft deze sonate waarschijnlijk niet gespeeld. Maar uit een latere brief blijkt dat hij in Leipzig veel plezier beleefde aan het spelen van fluitduetten met Carls jongere broertje Johann Gottfried Bernhard. Deze derde Bachzoon, geboren in 1715, wordt zo goed als doodgezwegen in de Bachliteratuur. Vreemd is dat niet: hij overleed al vroeg en van hem zijn geen composities bekend. Maar helemaal ondenkbaar is het niet dat deze Bachzoon rond zijn eenentwintigste de vertolker van de Sonate in b klein is geweest.

Feit is dat Johann Gottfried muzikaal zeer begaafd was, maar ook een problematisch karakter had. Von Staehlin noemde hem vijftig jaar later in zijn brief nog ‘windig’, een losbol dus. Een organistenpost in Mühlhausen verliet Johann Gottfried na anderhalf jaar alweer, met achterlating van schulden, die zijn vader voor hem voldeed. Vervolgens bezorgde vader Bach hem een nieuwe baan in Sangerhausen, waar hij na een jaar, opnieuw met achterlating van schulden, de benen nam. Nu met onbekende bestemming. Met het zwarte schaap van de familie kwam het daarna niet meer goed. In januari 1739 schreef Johann Gottfried zich nog in als rechtenstudent in Jena, maar vier maanden later overleed hij. Wie weet hoeveel meer werken voor fluit er in Bachs oeuvre terug te vinden zou zijn geweest als hij zou zijn blijven leven.  


BWV
1030

titel
Sonate in b klein

genre
kamermuziek

jaartal
voltooid rond 1736/37

stad
Köthen/Leipzig

bijzonder
Vermoedelijk een bewerking van een al in de jaren 1720 in Köthen ontstane sonate voor een ander instrument dan de fluit. Er is van de klavecimbelpartij ook een versie in g klein overgeleverd.

Cast & Crew

publicatiedatum 17 juni 2016
opnamedatum 17 oktober 2015
locatie Concertgebouw, Amsterdam
fluitist Marten Root
klavecinist Menno van Delft
traverso Fridtjof Aurin naar Jacob Denner, ca. 1720
klavecimbel Geert Karman naar J.H. Gräbner, 1774
Cameraregie en montage Dick Kuijs
Muziekopname, -montage en -mix Everett Porter
Camera Martine Rozema, Caroline Nutbey
camera-assistentie Marijn Kooy
licht Tim Groot
Productie concert Imke Deters
Productie Jessie Verbrugh
Interview Gijs Besseling, Kasper Koudenburg

Vocale teksten

Origineel

Vertaling

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi