All of Bach: een project van de Nederlandse Bachvereniging

Vioolpartita nr. 2 in d klein

BWV 1004 uitgevoerd door Shunske Sato
Oude Dorpskerk, Bunnik

Latente polyfonie

De bekendste van Bachs vioolsolo’s bezwijkt bijna onder zijn wellicht meest imposante stuk.

Een blik op de delen van Bachs Partita in a klein onthult weinig over het wonder dat de luisteraar te wachten staat: vier dansen – gebruikelijk in een barokke suite – gevolgd door een Chaconne. Die laatste vorm, een variatiereeks op een statige dans, was in Bachs tijd eigenlijk al uit de mode, maar het zou niet de eerste keer zijn dat de componist een muzikaal archaïsme een tweede leven gaf, denk maar aan de viola da gamba.

Maar dan de noten zelf: een grandioze architectuur, ongeziene muzikale spaarzaamheid en een even helse als dankbare klus voor de violist. Van de vier ‘gewone’ delen zijn de drie snelle het eenvoudigst. De Allemande en de Gigue zijn zelfs volledig eenstemmig, terwijl Bach pas in de Courante een begeleidende baslijn suggereert. In de Sarabande is de harmonie nadrukkelijker aanwezig, terwijl het ritme al vooruit wijst naar de Chaconne. Als die uiteindelijk losbarst is het hek in alle opzichten van de dam. Maar liefst 64 keer levert een figuur van vier dalende noten de basis voor capriolen die in virtuositeit en complexiteit al het andere in Bachs verzameling ver overstijgt. Een ontroerende passage in majeur is een rustpunt, waarop de achtbaan verder raast. Componisten als Mendelssohn, Schumann, Busoni, Brahms en vele anderen voelden ook de kracht van de Chaconne, maar leken niet altijd raad te weten met Bachs plan. Niet zelden voorzagen zij de vioolpartij van een (klavier)begeleiding, om de latente harmonieën expliciet te maken. Maar deze ‘barokke’ uitvoering bewijst opnieuw: Bach houdt stand als minimalist.

Zes sonates en partita’s voor viool solo

‘Sei solo’… je bent alleen? In een tijd zonder ‘autocorrect’ was spelling vooral een kwestie van gevoel, zeker in een andere taal. Maar wat als Bach nu eens expres níet ‘Sei soli’ boven zijn zes vioolsolo’s schreef? Wat als hij zijn solist wilde waarschuwen voor hij hem het podium op stuurde met slechts een strijkstok, vier snaren en enkele van zijn allermoeilijkste stukken in het hoofd? Ze passen in een schitterende traditie van Westhoff, Biber, Matteis, Schop en anderen, maar meer dan op virtuositeit mikt Bach op een interioriteit, een theoretisch spel met de onmogelijkheid van echte meerstemmigheid op één melodie-instrument. Bach begreep namelijk feilloos hoe ons brein uit klanken zelf muziek maakt. En hij was zich bewust van het gewicht van zijn werk: het schoonschrift-exemplaar van de sonates en partita’s uit 1720 noemde hij ‘Boek 1’, met wellicht de Cellosuites en de nu eenzame Fluitpartita als een zorgvuldig gepland vervolg in het verschiet. Polyfonie in je eentje, je kunt er met je hoofd nauwelijks bij.


BWV
1004

Titel
Vioolpartita nr. 2 in d klein

Genre
Kamermuziek

Serie
Zes sonates en partita’s voor viool solo

Jaartal
1720

Stad
Köthen

Cast & Crew

Publicatiedatum 2 september 2016
Opnamedatum 28 november 2015
Locatie Oude Dorpskerk, Bunnik
Viool Shunske Sato
Regie en montage Jonas Sacks
MUZIEKOPNAME Guido Tichelman, Bastiaan Kuijt
Camera Jonas Sacks, Ype Poortinga
Licht Ype Poortinga
MUZIEKMONTAGE EN –MIX Guido Tichelman
geluidsnabewerking interview Chris Everts
Productie Imke Deters

Vocale teksten

Origineel

Vertaling

Print

Deze werken vind je misschien ook mooi